De Muiderkring van Florence; Het herdenkingsjaar van Lorenzo de' Medici

Lorenzo de' Medici was in het laatste kwart van de 15de eeuw niet alleen de machtigste man van Florence, maar ook een montere feestvierder, een liefhebber van sport en jacht en een mecenas. Vijfhonderd jaar geleden stierf hij. Op het beeldmerk van de reeks herdenkingstentoonstellingen in Florence is hij een engelachtige droomprins, maar in werkelijkheid had Lorenzo een lelijke kop met een scheve neus en zwart sluik haar en deinsde hij er niet voor terug om de rivaliserende Pazzi-familie gruwelijk te straffen. “In een herdenkingsjaar gaat de aandacht meer uit naar mooie renaissancegedachten en schone kunsten dan naar moord en doodslag.”

Eerst breken we de Uffizi af, daarna gaat de Academie van Schone Kunsten tegen de vlakte, dan volgen de buitenwijken. De Dom mag blijven en de San Lorenzo ook, maar de Nieuwe Sacristie van Michelangelo moet verdwijnen. Florence herdenkt Lorenzo de' Medici, bijgenaamd Il Magnifico, die vijfhonderd jaar geleden overleed, dus ruim baan voor de vijftiende eeuw. Dat we daarom ook auto's en bromfietsen verbannen spreekt voor zichzelf, maar laten ze in godsnaam ook de hordes Italiaanse schoolkinderen de toegang tot de stad verbieden. In hun snoepkleurige trainingspakken en met hun dito knisterende knapzakjes bevolken ze de straten pleinen, bruggen, musea en kerken.

Wie zich een beetje een voorstelling wil maken van het Florence uit Lorenzo's tijd, is wel gedwongen in gedachten de stad te veranderen, te reduceren, er vanaf te pellen wat er na 1500 in en aan is gegroeid. Ook kan hij drie van de tentoonstellingen die aan zijn tijd zijn gewijd bezoeken; er volgen dit jaar nog meer. In de stad en daarbuiten kan hij ten slotte nog een aantal sporen van deze succesvolle bankierszoon aantreffen. Maar het is ook paasvakantie en dat verdraagt elkaar slecht.

Een bruikbaar hulpmiddel om terug te duiken in het Quattrocento is een gedrukte vogelvluchtkaart van Florence uit 1472. We zien een stenen stad aan weerszijden van de Arno. De Dom, het baptisterium, de campanile en een aantal ander kerken zijn herkenbare elementen. De grote stadspaleizen hebben een weergang en vaak een hoge toren met kantelen. Ook de kleinere blokvormige huizen met hun kleine ramen hebben een gesloten, weerbaar karakter. Heel Florence is bovendien nog eens omgeven door een hoge strenge muur. Dat is het Florence dat Lorenzo heeft gekend, waar hij geboren is in 1449, dat hij mee vorm heeft gegeven en waar hij in 1492 begraven werd.

Lorenzo de' Medici was in het laatste kwart van de vijftiende eeuw de oogappel van Florence. Zijn voorvaderen, bankiers die gestaag hun kapitaal en macht hadden uitgebreid, bezaten kantoren in de belangrijkste handelssteden van Europa en waren huisbankiers van de paus geworden. Florence was een republiek en de De' Medici's waren "gewone', dat wil zeggen niet-adellijke, zij het uiterst rijke en invloedrijke burgers. Pas in de volgende eeuw zouden ze hertog en groothertog worden. Vooral Lorenzo's grootvader Cosimo de Oude had onder het adagium "zonder op te vallen je macht vergroten' succesvol geopereerd. Zijn macht in het stadsbestuur was onaantastbaar, hij had een verbanning overleefd, zijn vijanden in de stad tot zwijgen gebracht en en passant gestalte gegeven aan een humanistisch mecenaat. Hij stimuleerde de speurtocht naar klassieke handschriften die in de Europese kloosters lagen te sluimeren en richtte een bibliotheek op. Zijn zoon Piero, die naar een hardnekkige familiekwaal de bijnaam "de jichtige' kreeg volgde hem op, maar overleed al in 1469. Zo lag voor diens oudste zoon, de twintigjarige Lorenzo, de toekomst open. Niet door een wettelijk verankerde erfopvolging, maar dank zij de grote invloed van zijn familie en de hem toegedichte eigenschappen kreeg hij een sleutelpositie in de stad. Lorenzo was een montere feestvierder, een liefhebber van sport en jacht, een dichter met grote belangstelling voor klassieke auteurs, maar ook doorkneed in diplomatieke missies.

Engel

Op de folder die het Florentijnse herdenkingscomité verspreidt, prijkt het portret van een jeugdige ruiter, van wie gesuggereerd wordt dat hij Lorenzo voorstelt. Het origineel bevindt zich in een kapel in het Palazzo Medici-Ricardi, het familiepaleis der Medici. Dit gebouw, bank, kantoor en woonruimte tegelijk, was ontworpen voor Cosimo de Oude door de belangrijkste architect van die dagen Michelozzo. Omstreeks 1460 was het voltooid. Het zware gesloten karakter van dit oorspronkelijk bijna kubusvormige gebouw komt eerder voort uit een symbolische behoefte aan imponeren dan uit fysieke noodzaak tot zelfverdediging. Het is met zijn massieve rustica-façade, zijn getraliede vensters een monument van zelfbewustzijn. Deze uiterlijke hardheid staat in contrast met de lichte binnenplaats en de tuin. Ook de fresco's van Gozzoli in de familiekapel bieden tegenwicht. In het centrum van deze grote voorstelling rijden de drie koningen in het groene, glooiende Toscaanse landschap. De middelste koning, gezeten op een schimmel, is een engelachtige jongeling in een vorstelijk kostuum van goudbrokaat. Hij kijkt de toeschouwer aan. Hij is het beeldmerk voor dit herdenkingsjaar maar het is onwaarschijnlijk dat deze droomprins werkelijk Lorenzo voorstelt. Het is een geïdealiseerd portret en uit verschillende bronnen is bekend dat Lorenzo een lelijke kop had, een scheve neus en zwart sluik haar.

Deze meer realistische Lorenzo is ook in Florence te vinden. In de Sante Trinità bijvoorbeeld. Hier liet omstreeks 1483 de familie Sassetti in haar familiekapel een fresco aanbrengen door Domenico Ghirlandaio. Wie in deze donkere kerk maar lang genoeg naar boven tuurt en bij herhaling een muntstuk van 100 lire in de lichtautomaat stopt, ziet in het bovenste vlak een voorstelling van paus Honorius III, die de regels van de Fransiscaner orde bevestigt. De schilder heeft deze gebeurtenis verplaatst van Rome naar Florence. Naast de opdrachtgever Sassetti zelf staat een slanke man in een rode mantel met een wat malicieuse kop en een karakteristieke lange, opwippende neus: zijn vriend Lorenzo. Ook Lorenzo's zonen komen hierop voor, met hun leraar en huisvriend van Lorenzo, de dichter Poliziano.

Toen Ghirlandaio dit fresco aanbracht was Lorenzo ruim dertig jaar oud. Vijf jaar eerder had hij een complot van de familie Pazzi overleefd. Zijn broer Giuliano was op die fatale 26ste april in de Dom vermoord, Lorenzo zelf had, gewond, op het nippertje kunnen ontkomen. De deelnemers van het complot zijn gruwelijk gestraft en alles wat aan de Pazzi in de stad herinnerde - namen, het familiewapen - werd radicaal uitgewist. Daarentegen is het onmogelijk om niet ergens het Medici-wapen tegen te komen: zes ballen, die herinneren aan de pillen die verre voorvaderen, die apothekers waren, gedraaid moeten hebben.

Deze bloedige episode, het verlies van zijn broer, een opstand van de stad Volterra die neergeslagen werd, waarbij hij niet geheel vrijuit ging, zullen Lorenzo hebben verhard. Maar in een herdenkingsjaar gaat de aandacht meer naar mooie renaissancegedachten en schone kunsten uit dan naar moord en doodslag. Evenals zijn grootvader verzamelde Lorenzo een kring van filosofen, filologen, dichters, musici en schilders om zich heen. Tot die laatsten behoorden Filippino Lippi, Domenico Ghirlandaio, Sandro Botticelli en de jonge Michelangelo, die enige jaren in het Medici-paleis gewoond heeft. Al deze briljante personen hebben voor hem gebouwd, gecomponeerd, geschilderd, gedicht of vertaald. Ze kwamen onder andere bijeen op een van de mooiste plekken in de nabijheid van de stad, in Fiesole. Daar, 250 meter boven de stad, had Lorenzo's broer omstreeks 1460 door Michelozzo een villa laten bouwen. Dergelijke villa's dienden tot een rustoord, een plaats waar de stedelijke patriciërs zich uit het drukke stadsleven konden terugtrekken, of waar ze een toevlucht vonden als de pest weer eens in de stad huishield. De plek in Fiesole is voortreffelijk gekozen. Van hieraf heeft men een een fabelachtig uitzicht op de vlakte waarin Florence ligt. Zo kan men op de stad neerkijken als op die vogelvluchtkaart van vijfhonderd jaar geleden. De koepel van de Dom is nog steeds een oriëntatiepunt. Het zal hier alleen nooit meer zo stil zijn. Dat er honden blaffen, hoort bij een dal, maar ook het geraas van het verkeer waait voortdurend naar boven en overdag marcheert er altijd wel een schoolklas door het dal.

De Medici-villa in Fiesole is al in de zestiende eeuw gemoderniseerd en het is moeilijk voor te stellen hoe hij er in Lorenzo's tijd heeft uitgezien. Hetzelfde geldt voor de villa te Poggio a Caiano, twintig kilometer van Florence. Deze werd in 1479 door Lorenzo gekocht, waarna Giuliano da Sangallo hem begon om te bouwen tot een moderne villa. Er werd een tuin bij aangelegd en er was een menagerie waarin zich zelfs een giraf bevond. Deze twee villa's hebben het aanzien van helder symmetrisch opgezette gebouwen, met duidelijk gescheiden ruimtes, die elk hun eigen functie hadden. Het tuinontwerp sloot direct bij de architectuur aan en vormde daarmee een eenheid. Dat lag anders met een paar andere Medici-villa's. Die bleven in hun uiterlijke vorm en in hun indeling middeleeuws van karakter. Het waren eerder versterkte boerderijen, of kleine kasteeltjes dan wat men tegenwoordig als de transparante renaissance-villa beschouwt. Er zijn er nog een paar over. In Trebbio, Cafagiolo en Careggi.

Laf

Om die eerste twee villa's te bezoeken neem ik een bus naar het noorden. Bij een doorgangsplaatsje stap ik uit om op een verbinding naar Cafagiolo te wachten. Maar een bordje dat naar een zestiende-eeuws Medici-fort verwijst, verleidt me om een pad naar boven te volgen. Het uitnodigend karakter verdwijnt echter; het pad wordt steiler en steiler en houdt op laffe wijze op. Het voert althans niet naar de top van de heuvel en daar plaatst men toch in de regel een fort. Ik worstel verder door de struiken tot er boven mijn hoofd inderdaad de stenige punt van een reusachtig bastion opduikt. Zo kijkt een roeier vanuit zijn schuitje naar een oceaanstomer. Met hernieuwde energie heropen ik de aanval. En dan hoor ik datgene waar ik hier voor gespaard hoopte te blijven: kindergejoel. Ook hier al. Honderden kinderstemmen, eindeloos weerkaatst in de ingewanden van het fort. Het gegil komt naar buiten door een houten poort die afgesloten is met een ijzeren ketting. Achter de spijlen heerst een klamme duisternis; het geschreeuw zwelt aan. Als eerste verschijnt de juffrouw. Zij heeft de sleutel en opent de poort. Dan buitelen de kinderen naar buiten, uitgebraakt door het fort, knipperend tegen het zonlicht, elkaar belagend met denkbeeldige zwaarden, kruisbogen en donderbussen.

De juf vertelt dat het fort niet te bezichtigen is, maar dat zij op een tweedaagse excursie een grote Medici-wandeltocht maken en nu op zullen trekken naar Trebbio en Cafagiolo. Dat treft. Daar wil ik ook heen. En als zij de weg kennen, waarom niet? En zo wandel ik als een schaapherder met deze bonte kudde mee. Met een walkman op het hoofd en vrolijk kwekkend stappen de kinderen voort door berg en dal. Hun lege sapflesjes werpen ze onbekommerd in de berm en bij elke drie-, vier- of vijfsprong moet er even gerust worden, waarna de twee meegevoerde ghettoblasters in stelling worden gebracht.

Trebbio is een bescheiden kasteeltje, met laat-middeleeuwse trekken, kantelen en een toren. Ook dit is een boerderij geweest die Michelozzo voor Cosimo de Oude heeft verbouwd. De vijand, dat is nu hoogstens de toerist, of een vos die het op de kippen heeft gemunt. Een hek houdt hen op een afstand en dat gaat niet open. Dan maar verder. Een uurtje wandelen daarvandaan ligt Cafagiolo. Het bestaat uit een aantal rechthoekige gebouwen die ongeveer in een vierkant tegen elkaar zijn gezet. Ook hier weer de afwerende hoge muren, de kantelen en een hoge toren. Vroeger lag er nog een slotgracht omheen met een ophaalbrug. Terwijl ik eromheen loop en vergeefs de boer verzoek om het interieur te mogen bekijken, sukkelt de schoolklas het volgende dal in, voorgoed uit het zicht.

Driftig

In 1490 begon Lorenzo zich ziek te voelen. Al jaren geplaagd door jicht en athritis, zou hij in 1492 overlijden te Careggi. Deze voorstad van Florence is een ziekenhuisstad. Het is vol van klinieken hier, maar wie hier ontslagen wordt, is zijn leven niet zeker. Een permanente stroom auto's, bussen en brommers vol artsen, patiënten, verplegers en bezoekers raast af en aan. Vanaf deze levensgevaarlijke weg leidt een pad naar de Villa Medicea. Een groot okeren gebouw in niet al te florissante staat. Ook hier een combinatie van defensieve elementen en nog weinig van helder gelede symmetrische ruimtes. Wel is er een prachtig zuilengalerijtje op het dak aangelegd. De tuin heeft betere tijden gekend, al zijn de grote tot prieeltjes verknipte ligusterhagen nog wel in vorm en staat de orangerie vol citroen- en sinaasappelboompjes. Maar de stenen banken zijn verbrokkeld, de marmeren godenbeeldjes missen armen, benen en hoofden. In het met kiezels ingelegde pad is nog maar net het Medici-wapen te herkennen.

Op de bovenverdieping trekt een wit gezicht zich haastig achter een gordijn terug. De binnenplaats is bevolkt door belangrijke heren met dunne aktetasjes. Zo nu en dan daalt er met onzekere tred een persoon de centrale trap af die wel heel ongecoördineerde klanken uitstoot. Soms voegt zich daar een dokter bij met een groen kapje op het hoofd.

Er moeten hier nog mooie schilderingen zijn, maar hoe kan ik hier doordringen? De vrouwelijke portier telefoneert driftig in haar hokje. Wanneer ik bij haar binnen loop gebaart ze dat ze doof is en even vrees ik dat ze huilend onder het bureau zal kruipen. Ik wil graag de salone zien en de kelder, herhaal ik enkele malen. De kelder? Er gaat haar een licht op. Ze gaat me voor. Diep onder het gebouw is een tongewelf. Er brandt zowaar een lampje. Er staan computerdozen opgeslagen, maar het plafond is fraai beschilderd met wijnranken, vogels en grotesken. Er is zelfs een schelpenfontein. Door een rooster zijn de bomen in de tuin zichtbaar. De schilderingen lopen bijna natuurlijk over in de bomen die door het rooster zichtbaar zijn. Als isoleercel is dit niet de kwaadste plek. De salone mag ik na enig gezeur ook betreden. Een grote, mooie vergaderzaal met plavuizen. Er staat een borstbeeld van Lorenzo en een van zijn grootvader. En aan de muur hangt een groot negentiende-eeuws schilderij dat Lorenzo naast een borstbeeld van Homerus voorstelt, omringd door zijn dichtende vrienden. Dit zal het jaarlijkse banket voorstellen dat Lorenzo hield ter gelegenheid van de verjaardag van Plato. De Muiderkring van Florence.

In deze villa nam Lorenzo op zijn laatste ziekbed ongunstige tekenen waar. Huilende wolvinnen in de nacht, geheimzinnige lichtflitsen, spookgestalten in de tuin. Lorenzo's arts werd vervangen door een Milanese dokter die hem gestampte parels voorschreef. En zijn werkelijke lijfarts, die het meer op rust en warmte had, sprong na de dood van zijn meester uit ellende in een waterput. Het is hier nog steeds niet pluis. De wind giert door het hele bouwwerk, de luiken klapperen. Alles brokkelt af.

Lorenzo werd begraven in de San Lorenzo. Ook die plek wil ik nog zien. Nu liggen de De' Medici's op vier verschillende plekken. Voor het hoogaltaar van de San Lorenzo ligt Cosimo de Oude. Daar vlakbij in de Oude Sacristie, een schepping van Brunelleschi, in feite een kubus met een halve bol erop, de eerste centraalbouw uit de renaissance, werd Lorenzo in eerste instantie begraven. Maar hij is verplaatst. Dan hebben we nog het grote mausoleum, een enorme, aan kitsch grenzende, ronde zaal tegen het koor aangebouwd, met veel kleurig marmer en porfier waar op twee verdiepingen tientallen De' Medici's liggen. Vandaaruit bereikt men de Nieuwe Sacristie, ontworpen door Michelangelo. Hier zijn alle ogen gericht op twee tegenover elkaar gelegen graven, een van een zoon van Lorenzo en een van een neef. De stoffelijke resten van Lorenzo en zijn broer werden bijgezet in een uiterst sobere tombe. Hier rust dus Il Magnifico. Of rusten? Zelfs deze plek is niet vrij van schoolklassen.

Vernieuwing

De drie tentoonstellingen vertellen veel over Lorenzo's tijd, maar minder over de man zelf. Tezamen met de nog komende exposities zullen ze ongetwijfeld het toerisme aanwakkeren, maar ook een dieper inzicht kunnen geven in deze periode, waarin op alle gebieden een vernieuwingsdrang valt te bespeuren. In het bestuderen van hervonden klassieke teksten, in de waarneming van de natuur, in de nieuwe vormen in de architectuur, de toepassing van de boekdrukkunst (tijdens Lorenzo's leven vestigde de eerste drukker zich in de stad). In teken-, schilder- en beeldhouwkunst. In het Ospedale degli Innocenti, het door Brunelleschi ontworpen vondelingenhuis is een uitvoerige tentoonstelling over de architectuur opgezet. Een overdaad aan foto's, teksten en kaarten schiet toch te kort. Het is de uit elkaar gesneden en vergrote catalogus die hier aan tientallen schotten is opgehangen. Het Palazzo Medici-Ricardi heeft een vriendelijke poging gedaan om een indruk te geven van de vele feesten, de bruiloften en banketten, de toernooien en toneelvoorstellingen, de vuurwerken en spiegelgevechten waarom Florence vermaard was. Er is maar weinig materiaal over van al die kostuums en toneeldecors en men heeft zijn toevlucht moeten nemen tot reprodukties van schilderijen, aangevuld met harnasonderdelen, stukken vaandel en een schaars authentiek schilderij.

De beste tentoonstelling is zonder twijfel die in de Uffizi over de Florentijnse tekenkunst van eind vijftiende eeuw. Een indrukwekkende selectie van 128 tekeningen, afkomstig uit internationale collecties. Deze mooie tentoonstelling is onderverdeeld naar thema en naar functie van de tekeningen. Er zijn studies naar antieke sculpturen, naar de Romeinse fresco's die niet zo lang tevoren in Rome waren ontdekt en naar de oudere Italiaanse schilders. Er valt te zien hoe de tekenaars oefenden op de menselijke anatomie, op complete figuren en kleding. Dat laatste leidde weer tot aparte studies van draperieën, waarvan een schitterende reeks is opgesteld. Er zijn portretten, landschappen, plant- en diertekeningen. En afgezien van de hoge kwaliteit van de bladen is het spannend om te zien dat zo veel in verband gebracht kan worden met Lorenzo en zijn milieu. Tekenaars die hij persoonlijk kende zijn vertegenwoordigd. Er hangen verschillende voorstudies voor schilderijen die een plaats kregen in Florentijnse kerken en die daar of in de Uffizi nog te zien zijn. Van de architect Giuliano da Sangallo ligt hier zijn plattegrond van de villa te Poggio a Caiano. Van Fra' Bartolommeo hangt een gezicht op de Santissima Annunziata, van Leonardo da Vinci een Toscaans landschap. Ook hangt hier een voortekening voor een Aanbidding der Koningen door Botticelli, bestemd voor de Santa Maria Novella. Het schilderij hangt op de tentoonstelling naast de tekening. Links op de voorgrond, leunend op zijn zwaard, kijkt een jongeman toe, met een ongelofelijk hooghartig hoofd. Dit is Lorenzo op 26-jarige leeftijd. Geheel rechts heeft Botticelli zichzelf afgebeeld. Zo zijn op dit schilderij de drie elementen bijeengebracht die het hele leven van Lorenzo hebben gedomineerd: kunst, macht en religie.

De belangrijkste tentoonstellingen rond Lorenzo il Magnifico:

Architectuur in de tijd van Lorenzo in Florence en Toscane

Spedale degli Innocenti. Tot 26 juli.

Florentijnze tekeningen in de tijd van Lorenzo il Magnifico Prentenkabinet van de Uffizi. Tot 16 juli

'De tijd keert terug'. Feesten en festivals in de tijd van Lorenzo il Magnifico Palazzo Medici Ricardi. Tot 30 augustus

Schilderateliers in Florence in de tijd van Lorenzo il Magnifico. Strozzi Paleis. 16 mei tot 30 augustus

In de schaduw van de lauwerkrans. Over minder bekende auteurs die hun werk aan Lorenzo opdroegen. Bibliotheca Mediceo Laurenziana. 4 mei tot 30 juni

Lorenzo naar Lorenzo. Over Lorenzo's roem na zijn dood. Bibliotheca Nationale. 4 mei tot 30 juli

Politieke facties en institutionele veranderingen in de tijd van Lorenzo

Staatsarchief. 4 mei tot 30 juli

De tuin van San Marco. Casa Buanarotti. 16 juni tot 28 september