Daadkracht

Alles gaat nu zo moeizaam in de wereld, schreef Gräfin Dornhoff onderlaatst in deze krant, omdat er geen staatslieden meer zijn met een grote visie waarin ze ook kunnen geloven.

Het ontbreekt, zou je kunnen zeggen, aan de compromisloze, artistieke daadkracht en aan een werkelijk geloof. In Nederland zijn de politici verwikkeld in een wanhopig soort loven en bieden. Iemand stelt wat voor; een ander wijst het vervolgens af. De eerste spreker ziet dan maar van zijn voorstel af: het was maar een suggestie, eigenlijk geloofde hij er zelf ook niet in. De politicus, als verantwoordelijk intellectueel, is bezig met aanpassingen. Hij probeert hier en daar iets ten goede te veranderen - maar vooral probeert hij te redden wat er te redden valt, onze precaire welvaart, zonder de maatschappij in onbeheersbare opschudding te brengen. Een revolutionair kan hij allang niet meer zijn want die moet dingen afbreken: een angstaanjagende gedachte want weliswaar is hier niet alles goed maar zo slecht is het toch ook weer niet.

Een voortdurend gevoel van twijfel beheerst de politicus. Hij zou wel doortastend willen zijn maar heeft toch ook te maken met zijn ”algemene' verantwoordelijkheid. Daarom bewonderen wij, twijfelende intellectuelen, de moderne kunstenaar - en benijden hem dat hij voor niets verantwoordelijk is dan voor zijn eigen werk. Voor de kunstenaar is er niets te redden want hij maakt alles zelf. Om ruimte te maken breekt hij alles af (nochtans met respect voor de traditie, dat gaat goed samen) om vervolgens met één adembenemende sprong bij iets nieuws te belanden dat, als het iets goeds is, ook nog geschiedenis wordt. Voor de politicus is dat een droom. De kunstenaar hoeft zelfs niet eerlijk te zijn. Al brekend kan hij van alles bij elkaar jatten. In de kunst is er geen notarieel eigendomsrecht. Degene die de mooiste kunsten maakt wint, ongeacht waar hij het vandaan gehaald heeft. Hoe groter het risico, zegt Markus Lüpertz, hoe meer geld. Andere intellectuelen, zoals de kunsthistoricus, zoeken nog wel eens uit wie iets eerder gedaan heeft - eerlijk werk, maar de kunst trekt zich daar niets van aan. De kunst is zonder verantwoordelijkheid maar omdat ze de onvoorspelbare fantasie en de roekeloze visie vertegenwoordigt is ze toch een groot voorbeeld van hoe we zonder willen leven. Politici bewonderen de kunstenaar. Zelf moeten ze echter omzichtig voortploeteren omdat ze, door zich te laten kiezen, beladen zijn met verantwoordelijkheden. Afwegen en afwegen. Dat is nu eenmaal zo. Toch zouden ze, vooral in zware tijden, moeten blijven denken aan de vruchtbare daadkracht van de kunst - om in ieder geval niet bang te worden voor een onzekere toekomst.