China: "Wees moediger met hervormingen'

Minister Andriessen van Economische Zaken is vanmiddag voor een bezoek van een week naar China vertrokken. De bewindsman treft er een land aan waar na enkele jaren van "stalinistische regressie' de opmars naar de "socialistische markteconomie' wordt hervat.

“Wees moediger met hervormingen!” Zo luidt de nieuwste leus die dit voorjaar China's politieke jargon domineert. Drie jaar van bezuinigen en terugkrabbelen gingen voorbij sinds het neerslaan van de studentenopstand in 1989. In die periode zijn de pogingen van orthodoxe marxisten om het stalinistische model in ere te herstellen definitief mislukt. De opmars naar de "socialistische markteconomie', die in de zomer van 1988 ontspoorde, moet nu in volle vaart worden hervat.

Twijfelaars in de partij, die hun hele leven zo vaak overvallen zijn door beleidsommezwaaien, hebben aanmoediging en steun nodig. “Voor verdere hervormingen is een avonturistische mentaliteit vereist”, schreef het Arbeidersdagblad onlangs. “Vasthouden aan stabiliteit en oude regels komt neer op het in de kiem smoren van hervormingen, hetgeen gelijkstaat aan het ruïneren van onze partij en staat.”

De nieuwe frisse lentewind is in gang gezet door niemand minder dan China's 87-jarige opperste leider-achter-de-schermen Deng Xiaoping. Die demonstreerde in januari met een spectaculaire reis naar Shanghai en naar China's hoogst ontwikkelde semi-kapitalistische provincie Guangdong wat hij als het model voor het hele land ziet. Één van Deng's meest uitdagende uitspraken daar ging over financiële markten: “Obligatie-handel, effectenbeurzen? Zijn dat goede of slechte zaken en zijn ze riskant? Behoren die exclusief tot het kapitalisme of kan het socialisme ze ook gebruiken? Dat moeten we bekijken en resoluut een jaar of twee uitproberen. Als de ervaring goed is, moeten we ze de vrije loop laten. Als het mis gaat, moeten we ingrijpen en ze sluiten. Dat sluiten kunnen we abrupt doen of de deur op een kier laten en het op zijn beloop laten.” Deng bepleitte hartstochtelijk om alle succesvolle methodes van het kapitalisme over te nemen om het "socialisme met Chinese karakteristieken' te verrijken.

"Socialisme met Chinese karakteristieken' is een gemengd, onoverzichtelijk overgangssysteem, waarin het gewicht van de zieke staatssector in de economie gestaag afneemt en dat van de plurale sectoren, te weten privé-ondernemingen en joint-ventures met het buitenland, evenredig toeneemt. Staatsbedrijven produceerden in 1980 nog 76 procent van de industriële omzet, in 1990 slechts 54.5 procent. Van de rest komt 35.6 procent voor rekening van de plattelandsondernemingen van rijke boeren, zes procent van privé-ondernemers en twee procent van buitenlandse bedrijven.

Volgens het communiqué van het Staatsbureau voor de Statistiek groeide in 1991 de hele nationale economie met 7 procent, waarvan de staatsindustrie met 8.4 procent, de plattelandsbedrijven met 18 procent, de privé-ondernemingen met 24 procent en de joint-ventures met 55.8 procent. Als deze tendenzen zich voortzetten - en daarover bestaat geen twijfel - dan zullen de "alternatieve' sectoren voor het einde van de eeuw de staatssector tot een onbeduidend souvenir van het socialistische verleden hebben gedegradeerd. De communistische partij zal dan geen noemenswaardige economische basis voor haar politieke macht meer hebben.

Volgens de meeste statistische bulletins lijdt eenderde van de staatsbedrijven verlies, maar volgens andere bronnen ligt het veel hoger omdat veel bedrijven hun loodsen met onverkoopbare goederen nog steeds niet als verliezen opgeven. Een diplomatieke publikatie meldt dat wellicht tweederde van de staatsbedrijven druipt van de rode inkt. “De staatssector heeft kanker. Het is ongeneeslijk, maar je kunt er nog een hele tijd mee leven als je zorgt dat de kanker zich niet verder verspreidt”, zegt een in Peking wonende buitenlandse specialist over de Chinese economie. Hij knoopt daaraan vast dat de andere sectoren "de kussens voor het ziekbed van de patient' zijn.

De patiënt moet echter op de been gehouden worden en dat gebeurt met staatssubsidies en een veelheid aan andere maatregelen. Chinese staatsbedrijven zijn welzijns-instituten die gedomineerd worden door "de drie ijzers': de ijzeren leunstoel van de directie die levenslang zit; de ijzeren rijstkom, dat wil zeggen drie sobere maaltijden per dag levenslang; en het ijzeren minimumloon dat betaald wordt ongeacht werkprestatie. Verder genieten arbeiders gratis medische zorg en zwaar gesubsidieerde huisvesting op of vlakbij het fabrieksterrein, waarvoor zij hooguit twee procent van hun loon betalen. Fabrieken die geen verliezen lijden, betalen sinds enige jaren 55 procent belasting aan de staat.

Pag.10: Deng wil Chinezen verleiden tot meer "avonturisme'; “Vasthouden aan stabiliteit betekent smoren hervormingen”

Vóór de economische hervormingen stonden de bedrijven rechtstreeks onder de industriële ministeries en voerden zij gehoorzaam bureaucratische commando's uit. De ministeries zorgden voor grondstoffen, energie, transport en andere fondsen. Aan kostprijsberekening werd niet gedaan en het kon nooit op. Na het begin van de industriële hervormingen in 1984 werd in toenemende mate het contract-systeem ingevoerd, waarbij de directie - en niet langer de partijsecretaris - contracten met de staat afsloot voor bepaalde produktietaken en verder volledig vrij was in de uitvoering.

De relatie met de staat was er dus niet langer één van bevelen uitvoeren, maar van belasting op de winst betalen. “We hoopten dat dit systeem extra inkomen voor de staat zou genereren”, zei Lu Pu, econoom bij de Staatscommissie voor de Herstructurering van het Economische Systeem. “Het systeem begon de ijzeren rijstkom aan te tasten en loondifferentiatie en prestaties te stimuleren.” Maar spoedig bleek dat het niet ver genoeg ging en staatsbedrijven niet echt aan de markt werden blootgesteld, zoals boerenondernemingen en joint-ventures dat wel zijn.

In 1990 bleek dat slechts 60.3 procent van de staatsbedrijven in staat was hun contracten uit te voeren en hun belastingen te betalen. De autonome contract-directies werden het slachtoffer van de looneisen van hun werknemers, die zodanige verhogingen en gratificaties eisten dat de directies daarvoor leningen bij banken of andere bedrijven moesten sluiten en steeds verder in de rode cijfers raakten.

Oktober vorig jaar was het keerpunt. Er kwam een nationale conferentie bijeen om de staatsbedrijven "nieuw leven in te blazen'. De conferentie besloot dat het belangrijkste hervormingsdoelwit toch nog steeds het management was, zowel op macro- als microniveau. Hoofdprincipes zullen zijn de zogenaamde "zhengqi fenkai', scheiding van politiek en onderneming, en resolute afbraak van de drie ijzers. Dat wil zeggen verdere terugtrekking van de staat uit het bedrijfsleven met als uiteindelijk gevolg degradatie van de Staatsplanningcommissie tot een macro-economisch regulatie-orgaan of zelfs volledige afschaffing ervan. Tevens werd een pakket aan hervormingsmaatregelen overeengekomen, dat het aangezicht van China de komende jaren even onherkenbaar zal veranderen als de hervormingen van de jaren tachtig dat hebben gedaan: Verlaging van belasting van 55 procent naar het niveau van 33 procent dat joint-ventures ook betalen. Activering van de in 1988 aangenomen Faillissementswet, die tot dusver uit vrees voor massale werkeloosheid slechts in zeven gevallen is toegepast. Alleen die bedrijven die volstrekt hopeloos zijn, moeten geliquideerd worden. Bedrijven die niet zelfstandig kunnen voortleven, maar nog gezonde onderdelen hebben, moeten door middel van "euthanasie' of "adoptie' door gezonde bedrijven worden overgenomen. In 1991 waren er al 8.465 gevallen. Vorming van conglomeraten van staatsbedrijven, die beter op de markt met de vrije sector kunnen concurreren. Ontwikkeling van de dienstensector, die twee procent van het af te leggen industriële arbeidsbestand (ongeveer twaalf miljoen mensen) en verdere surplus-arbeid moet absorberen. Invoering van een systeem van sociale uitkeringen. Het zal jaren duren voordat zoiets goed vorm krijgt, maar de regering heeft geconcludeerd dat het beter is werkeloosheidsuitkeringen te betalen dan bedrijven te subsidiëren die onverkoopbare goederen produceren. Hervorming van volkshuisvesting: afschaffing van de rol van het bedrijf als huisvester van personeel. Afschaffing van gratis medische zorg binnen de fabriek en experimentele invoering van een gedeeltelijk meebetalend ziekenfonds.

Al deze maatregelen moeten de staatsbedrijven saneren en versterken. Maar de "avontuurlijke' hervorming, die het voortbestaan van de sector op langere termijn moet verzekeren, is de uitgifte van aandelen zonder dat er privatisering plaatsvindt.

Eind december werd in Haikou, de hoofdstad van het tropisch eiland Hainan in de Zuidchinese Zee, een conferentie over de introductie van financiële markten gehouden. De conclusie van de centrale autoriteiten: aangezien het contract-systeem gefaald heeft om meer inkomsten voor de centrale schatkist te genereren, zijn aandelen-emissies een betere oplossing. In Chinese banken liggen spaartegoeden van burgers van maar liefst 898 miljard yuan (300 miljard gulden) en geschat wordt dat de mensen nog eens 200 miljard aan contant geld in sokken en onder kussens hebben. Als er een enigszins ordelijk beurswezen kan worden opgezet en de Chinezen krijgen genoeg vertrouwen in de toekomst om op grote schaal aandelen te gaan kopen, dan zou dat een weergaloze particuliere kapitaalinjectie in de economie betekenen.

De conferentie in Haikou stelde nieuwe beurzen voor in Shenyang, Wuhan, Chongqing, Tianjin, Xiamen en Haikou zelf. Op dit moment heeft China twee tamelijk kleine beurzen in Shanghai en Shenzhen, de speciale zone ten noorden van Hongkong. Maar beide beurzen kampten tot voor kort met een gebrek aan zelfvertrouwen door de voortdurende anti-kapitalistische oprispingen van orthodoxe ideologen. Vandaar het "keizerlijk imprimatur' van Deng Xiaoping om moediger te zijn en meer risico's te nemen.

De conservatieve regering van Li Peng is op zich niet tegen het opzetten van beurzen op nationale schaal maar wil het voorlopig op twee - Shanghai en Shenzhen - houden totdat er genoeg expertise, nationale standaardregels en een systeem van supervisie zijn. Als men bedenkt wat voor wilde groeistuipen en crises de beurzen in puur kapitalistische Chinese samenlevingen als Hongkong en Taiwan hebben beleefd, kan men een beetje gissen wat China, waar de financiële wetgeving slechts rudimentair is, nog tegoed heeft.

Maar de ongedurige provinciesteden zijn niet van zins om jaren te wachten op supervisie en richtlijnen vanuit Peking. Afgezien van de aanvullende fondsen heeft een beurs een enorme ideologische betekenis: bankroet van het marxisme en inspirerend symbool voor de kapitalistische toekomst, die China eens op één lijn zal brengen met de welvarende omringende landen. Haikou, de hoofdstad van het eiland Hainan, gelegen tussen Hongkong en Singapore heeft begin deze maand met vijf noteringen zijn beurs geopend. Peking heeft onmiddellijke sluiting bevolen, maar kennelijk aangemoedigd door Deng Xiaoping's instructies zei gouverneur Liu Jianfeng: “Laten we doorgaan. Ik neem verantwoordelijkheid voor alles wat verkeerd gaat”.

Wuhan is vorige week het voorbeeld van Haikou gevolgd en heeft zijn "Effecten-Uitwisselingscentrum" geopend, waarvan de dertig leden op de eerste dag voor 350 miljoen yuan (115 miljoen gulden) aan aandelen verkochten. Het is de tweede keer dat provincies de centrale regering openlijk uitdagen. In het najaar van 1990 dwong een groep provinciale gouverneurs Li Peng om van draconische hercentraliseringsplannen af te zien.

De afgelopen weken verschijnen er voortdurend artikelen in Chinese kranten die Deng Xiaoping's aansporingen in steeds explicietere termen nader uitwerken. In andere kranten komen echter even veelvuldig economen aan het woord die indirecte aanvallen op Deng Xiaoping doen, met name op zijn pleidooi voor een veel hogere groei dan de zes procent die premier Li Peng aanbeval. Zij wijzen op de risico's van oververhitting, nieuwe prijshausses en een hernieuwde inflatiegolf, die in 1988 het voorspel was tot de protestbeweging en de bloedige catastrofe van juni 1989. China Daily citeerde Ma Jiantang, economisch adviseur van Li Peng, die allerlei provinciale machthebbers kritiseerde omdat zij Deng Xiaoping's oproep "om moediger te zijn met hervormingen' misbruikten.

De politieke machtsstrijd over grenzen en tempo van de hervormingen zal de komende maanden verder escaleren tot het Veertiende Partijcongres dit najaar een nieuwe consensus zal trachten te bereiken. Maar of het nu snel zal gaan, of meer stapsgewijs, China's consumentenrevolutie en opmars naar een markteconomie zijn niet meer te stuiten.