Akkoord in kleinmetaal sluit aan bij daling ziekteverzuim; Bonden in defensieve rol gedrongen

ROTTERDAM, 24 APRIL. Het CAO-seizoen nadert zijn einde. Het akkoord dat vannacht voor de metaalnijverheid (290.000 werknemers) werd afgesloten, is de grootste collectieve arbeidsovereenkomst in de marktsector. Wat de vakbonden nu nog rest, zijn hoofdzakelijk kleinere bedrijfs-CAO's. En terwijl de marktsector moet bekomen van alle stakingen, slijpt de collectieve sector de messen voor nieuwe CAO-conflicten.

In de grote industriële bedrijven zijn aantrekkelijke loonsverhogingen afgesproken. Daar hebben werknemers weinig over te klagen. De looneis van de vakbonden werd vannacht nog het dichtst benaderd in de kleinmetaal. De werknemers krijgen daar 9,25 procent, uitgesmeerd over twee jaar. De vakbonden hadden 9,5 procent geëist, terwijl de werkgevers in eerste instantie niet meer dan 6 procent boden.

De CAO-onderhandelingen spitsten zich de afgelopen weken toe op twee punten; negatieve arbeidsprikkels en loonsverhogingen. De vakbonden moesten al hun energie aanwenden om het inleveren van geld en vrije tijd bij ziekte tegen te houden. Als reactie daarop stelden ze vervolgens hogere looneisen. Over de zogenaamde goede doelen, die bij voorgaande CAO-onderhandelingen nog hoog op de agenda stonden, werd nauwelijks gepraat. Allochtonen, herintredende vrouwen, scholing en kinderopvang verdwenen uit het zicht. De vakbonden werden teruggeworpen op hun klassieke rol; zorgen voor meer geld in de portemonnee van hun leden.

De vakbonden - en met name die van de FNV - hadden het zich allemaal anders voorgesteld. Er moest ooit een brede vakbeweging ontstaan, die meepraatte over nationale en internationale aangelegenheden. Een vakbeweging die alles wilde regelen, van vredesinitiatieven tot herintredende vrouwen toe.

Maar anno 1992 hadden de werkgevers andere wensen op hun lijstjes staan. Maatregelen om het ziekteverzuim tegen te gaan en de instroom in de WAO in te dammen bij voorbeeld. En ze waren van plan het hard te spelen. Bij stakingen in de kleinmetaal zat onderhandelaar L. Vonk van de werkgeversorganisatie FWM betrekkelijk comfortabel achterover in zijn fauteuil. Er waren de afgelopen dagen immers al drie acties mislukt. De metaalnijverheid had al geen stakingstraditie - de bedrijfstak is door het grote aantal kleinere bedrijven zo diffuus dat acties moeilijk zijn te organiseren - een langdurig vakbondsoffensief zou derhalve tot mislukken gedoemd zou zijn.

De vakbeweging haalde vannacht een kleine overwinning binnen. Op termijn is er weliswaar sprake van negatieve prikkels in de kleinmetaal om het ziekteverzuim terug te dringen, maar de werkgevers gingen op hun beurt akkoord met een aanvalsplan om het verzuim terug te dringen. Betere begeleiding, betere arbeidsomstandigheden en efficiëntere controles.

Bij de bedrijfsvereniging voor de kleinmetaal denkt men dat het niet tot de afgesproken sancties hoeft te komen. Hoofd bestuurszaken D.M. Hekscher schat in dat een daling van het ziekteverzuim met één procent mogelijk is. Als het ziekteverzuim de komende twee jaar niet daalt met 1,13 procentpunt (naar 7,0 procent) moeten de werknemers bij de tweede ziekmelding één vakantiedag inleveren.

De vakbonden mogen dan in de meeste CAO' de negatieve prikkels buiten de deur hebben gehouden - alleen in de bouwnijverheid en kleinmetaal worden deze mogelijk op termijn ingevoerd - de dreiging heeft zijn vruchten al afgeworpen. Uit onderzoeken van het Nederlandse Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA) blijkt dat het ziekteverzuim in Nederland dalende is. De duur van de ziekte neemt af, maar de meldingsfrequentie (hoe vaak een werknemer zich gedurende het jaar ziek meldt) blijft stabiel.