Zwarte schoenen, zwarte sokken, zwarte broek, ...

Zwarte schoenen, zwarte sokken, zwarte broek, zwarte trui, zwarte bril, zwarte ziel.

Witte kop, witte sigaret, witte stok, witte pols van linkerhand die tussen de benen stok vastknijpt, witte rook.

Voor deze mijnheer werd de kleurenfotografie niet uitgevonden.

De man zit niet helemaal op het uiterste van de parkbank in de hoop op gezelschap. Hij zit daar in de zekerheid dat geen mens naast hem zal komen zitten.

Hij heeft alles gedaan om te lijken wat hij ook is: de uitbater of de beste klant van het Sadomasochistisch Museum.

De fotograaf staat op vier meter afstand. De man doet net of hij niet merkt dat zijn pezig lijf door de lens wordt gemangeld, in de emulsie wordt geslagen, door het gifbad wordt gehaald, met kracht wordt vergroot en ten slotte in een krant wordt gedrukt.

Masochisten streven naar het onmogelijke: genieten van wat pijn doet. Sadisten streven naar het onmogelijke: geoorloofd ongeoorloofde dingen doen. Een sadomasochist is een geoxydeerde moroon, een contradictie op termijn, een paradokter, een baby met een wandelstok, een grijsaard met een zachte fontanel, een immens onmens in zwart-wit.

De praktijk van het sadomasochisme valt immer tegen. Maar in de zon op het bankje, vóór of na zijn S.M.-bezoek, geniet hij: de mensen denken dat ik een sadomasochist ben. Ze gaan niet naast me zitten. Zit mijn brilletje wel mal genoeg?