ZIG-ZAG OVER DE WERELDTENTOONSTELLING IN SEVILLA; Een betaalbaar bed in de hitte

Afgelopen maandag opende de wereldtentoonstelling van Sevilla haar poorten, en tot 12 oktober heeft iedereen de kans zelf te oordelen over zin en onzin van de gigantische onderneming die de Expo 92 geworden is.

Nog afgezien van bedrijven en overkoepelende organisaties als de EG en de Verenigde Naties nemen 112 landen deel. Spanje heeft zich als organisator extra breed gemaakt. Deels omdat het zich verantwoordelijk moest stellen voor de themapaviljoens, deels omdat het land er niet onderuit kon ook alle 17 regio's de kans op een eigen paviljoen te geven. Een wandeling langs deze gebouwen aan het Meer van Spanje levert een beeld op dat representatief is voor de hele Expo: de scheve toren van Andalusië, de suggestieve zeilen van de Balearen, de sobere ernst van Catalonië, de imponeerdrang van Baskenland en het feestelijk bedoelde maar jammerlijke staketsel van Madrid. Dicht op elkaar gepakt laat het een veelheid aan stijl, vorm en kleur zien, die zelfs aan het mooiste gebouw nog een vulgair smaakje geeft omdat het in zo'n kermis-achtige ratjetoe staat.

Hoe bezoek je dit Disneyland voor kunstminnaars? Het Isla de Cartuja, waar de Expo gehouden wordt, is door een rivier van het oude stadscentrum gescheiden. Om enige greep op het terrein te krijgen, kun je kiezen voor een snel overzicht per monorail, die op zes meter hoogte het expoterrein in amper vijf minuten rondracet. Opstappen kan vlak bij de toegangspoort Puerta Barqueta. Vanonder de vliegende rog die de toegang schaduw moet geven, vertrekt ook de toeristische trein, een met reclame beschilderd vehikel op rubberbanden. Wie zijn krachten wil sparen kiest voor de dichter bij het stadscentrum gelegen Puerta Cartuja, vanwaar een kabelbaan het transport over de rivier voor zijn rekening neemt. Het eindpunt van de kabelbaan is tegelijkertijd het begin van een zigzag-wandeling langs de internationale paviljoens. Voor alle genoemde transportmiddelen moeten aparte kaartjes gekocht worden. Alleen het vervoer per Expo-bus is bij de entreeprijs inbegrepen.

Een dagkaart, die geldig is van 9u 's ochtends tot 4u 's nachts kost 4000 pts per persoon; 1500 ptas voor kinderen of bejaarden. Een avondkaart (van 20-4u) kost 1000 pts. Met de driedagenpas van 10 duizend ptas kun je drie aaneensluitende, of over de maanden verspreide, dagen het terrein op. Een aantrekkelijk alternatief, omdat voor een beetje gedegen bezoek van de Expo toch minimaal twee dagen gerekend moeten worden. Entreebewijzen zijn verkrijgbaar bij de Expo-ingangen, op het vliegveld, of bij alle Spaanse bankfilialen van Banesto, Banco Central, Hispanoamericano en BBV. Er is geen limiet aan het aantal bezoekers gesteld, dus het reserveren van toegangskaarten is overbodig.

Veel ingewikkelder dan het bemachtigen van een entreebewijs is het vinden van een betaalbaar bed in Sevilla. Gezien de massale toestroom in april, mei en juni zal het lastig zijn nog een kamer te vinden via reisbureaus of de hotel-reserveercentrale Coral' (09-345 4460565, kamerprijzen vanaf 11000 pts). Wie de gok waagt om zonder hotelreservering naar de stad te gaan, kan zijn geluk beproeven in de op loopafstand van de Expo gelegen calle Gravina en omliggende straten, waar het wemelt van de éénsterrige hotels en familiepensions, die op dit moment zeggen dat ze altijd nog wel een bed voor de loslopende reiziger zullen hebben. Een zekerder kans biedt Sevilla Abierta' (09-345 4284936), een organisatie die - voor 5000 à 9000 pts per persoon per dag - onderdak biedt bij particulieren in bungalowparken of appartementen, waarbij in ieder geval alle kamers air conditioning hebben. Geen overbodige luxe in de zomermaanden juli en augustus, als het kwik gemakkelijk tot boven de veertig graden stijgt en geen Sevillaan zich s middags op straat waagt. Ondanks de watergevels, met planten of zeil overschaduwde wandelpaden en vernevelaars in sinaasappelboompjes, zal het alleen in de morgen en nacht draaglijk zijn op het Expo terrein. Dat is een van de redenen waarom de organisatie besloten heeft het terrein tot 4 uur 's nachts open te houden, hoewel de paviljoens al om 22u sluiten. De activiteiten houden dan niet op, zowel in de theaters als op de diverse podia zijn gedurende de zes maanden dat de Expo duurt 50 duizend culturele evenementen gepland. Deze variëren van een dagelijkse optocht van de Catalaanse theatergroep Els Comediants (om 20u) tot prestigieuze nationale en internationale muziek-, theater- en balletvoorstellingen, zoals de opera La Favorita met Afredo Kraus (op 17, 21 en 25 mei) en Placido Domingo met het Metropolitan Orkest (30 mei, 2 en 5 juni); Lauri Anderson (op 1 mei); La Tartana met Enzensbergers toneelstuk De ondergang van de Titanic' (29, 30 juli); en de Weense staatsopera met Don Giovanni (2, 3 en 4 september). Het Nederlandse culturele aanbod bereikt een hoogtepunt van 6 t/m 9 mei en bestaat onder meer uit dagelijkse optredens van Tender, van Toneelgroep Amsterdam (met "Ballet' op 6 en 7 mei), de gebroeders Flint die evenals het Willem Breuker collectief en het Mondriaan String kwartet op 7 en 9 mei spelen. Laatstgenoemde optredens zijn gratis en openbaar, voor andere moeten kaarten gekocht worden aan de kassa's van de diverse theaters. Deze zijn overigens niet allemaal op het terrein zelf te vinden, maar gedeeltelijk in de stad gesitueerd. Dat is één manier van het gemeentebestuur om ook Sevilla onder de aandacht van de twintig miljoen verwachte bezoekers te brengen. Een andere manier is om allerlei stadsmonumenten, zoals de Iglesia de Maestranza tot "paviljoen van Sevilla' te verklaren. En dat is een aardige zet, omdat het na een dag op het futuristische Expo-terrein doorgebracht te hebben, een weldadig gevoel is in de oude, veelkleurige straatjes van Sevilla terug te keren, en dan te weten dat de Wereldtentoonstelling zich daar in het leven van alledag voortzet.