Zeegras opnieuw uitgezet in Waddenzee

Deze week wordt weer zeegras uitgezet in de Waddenzee. Tot in de jaren dertig bedekte dit taaie, ruim een meter hoge onderwatergras grote delen van de Waddenzee en van de vroegere Zuiderzee in uitgestrekte velden. Veel mensen kennen het zeegras nog door de zeegrasmatrassenindustrie, die vroeger rond de Waddenzee floreerde.

Groot zeegras (Zostera marina) en Klein zeegras (Z. noltii) vormen een onderwaterwoud waarin vele soorten vissen een schuilplaats vinden, een kinderkamer voor krabben en schelpdieren en een dankbaar jachtterrein voor alikruikjes die van epifyten (aangroeisels op het gras) leven. Er leefden exotische soorten zoals zeenaald, zeestekelbaars en de zeekat, een inktvis er zijn eieren afzette en er beschutting zocht. Rotganzen graasden er massaal in het najaar en toen het zeegras in de jaren dertig verdween liep ook de rotganzenstand sterk terug.

Men vermoedt dat de planten, niet alleen in ons land maar over het gehele noordelijk halfrond, zijn geveld door een ziekte (wasting disease, die zwarte vlekken op de bladeren geeft), nadat ze al door andere oorzaken waren verzwakt. Een aantal sombere zomers in de jaren dertig leidden tot lichtgebrek onder water, terwijl in ons land ook de werkzaamheden aan de Afsluitdijk voor vertroebeling hebben gezorgd.

Inmiddels is het zeegras in Duitsland en Denemarken spontaan teruggekeerd, maar in ons land niet. Er staan alleen twee kleine veldjes zeegras bij Terschelling en in het Eems-estuarium. Uitbreiding wordt bemoeilijkt door de intensieve mossel- en kokkelvisserij, waarbij de bodem tot op vijf centimeter diepte wordt omgeploegd en het zeegras met wortel en al worden uitgerukt.

Daarom hebben biologen besloten een handje te helpen. Kleine veldjes (0,5 tot 4 vierkante meter) worden de komende weken bij laag water ingeplant met piepkleine sprietjes Groot en Klein zeegras, verzameld bij het Duitse Waddeneiland Sylt. Dat gebeurt op vier plaatsen, waar het gras het laatst verdwenen is, namelijk bij Terschelling, bij Schiermonnikoog, in de Eems en bij Den Helder. Dit is een projekt van de Dienst Getijdewateren van Rijkswaterstaat in Haren samen met de vakgroep Aquatische Oecologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen en het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek op Texel.

Huidige troebelheid

Drs. Marieke van Katwijk heeft in drie jaar vooronderzoek aan zeegras van vijf herkomsten vastgesteld dat vooral het materiaal, verzameld bij Sylt, goede kansen heeft om aan te slaan. Dat is getest in een groot bassin met water uit de Waddenzee. Het materiaal wordt nu dit voorjaar in het veld uitgezet. Bij de huidige troebelheid van het water, zo is berekend, moeten deze planten bij een waterstand van een halve tot een hele meter onder NAP nog kunnen overleven.

Als de planten eenmaal aanslaan, wordt het water rondom rustiger, er bezinkt fijn slib en de plantengroei breidt zich snel uit. Zo scheppen ze voor zichzelf een gunstig milieu. Volgens dr. Victor de Jonge van Rijkswaterstaat is de onderwaterlichtklimaat een sleutelfactor bij de terugkeer van het zeegras. Tussen 1970 en 1984 werd het onder water steeds donkerder in de Waddenzee, sindsdien is het doorzicht echter sterk verbeterd. Waarom dat zo is wordt nog uitgezocht.

Foto: Alleen onder water gezien valt te begrijpen waarom velden met Zeegras (Zostera marina) vaak beschreven worden als "onderwater-weiden'.