Wegtransport naar Oost-Europa gegroeid

ROTTERDAM, 23 APRIL. Het Nederlandse beroepsgoederenvervoer over de weg van en naar Midden- en Oost-Europa is in het afgelopen jaar met bijna 30 procent gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Polen is met een aandeel van 55 procent de belangrijkste bestemming. Dit blijkt uit het jaarverslag van stichting NIWO (Nederlandsche Internationale Wegvervoer Organisatie).

Hoewel het volume van en naar de voormalige communistische staten in 1990 al met 60 procent steeg, blijft het aandeel - gemeten in ton/kilometers - relatief klein: 4,5 procent. Het aantal Nederlandse ondernemingen dat rijdt op Oost-Europa steeg van 656 in 1989 naar 973 vorig jaar.

Vooral het vervoer van Nederland naar Oost-Europa is toegenomen (45 procent). Het transport naar Nederland steeg met 17 procent. NIWO vindt deze tendens opvallend gezien de matige kwaliteit van de infrastructuur en de ontoereikende capaciteit aan de grensovergangen die leidt tot lange wachttijden bij onder meer de Duits-Poolse en Duits-Tsjechische grens. De keerzijde van het groeiende transitoverkeer door Duitsland is dat daar gekeken wordt hoe deze stroom vrachtwagens beperkt kan worden. De Duitsers denken aan het uitbreiden van rijverboden en het verplichte gebruik van gecombineerd weg/railvervoer.NIWO verwacht echter dat de groei zich nog verder zal voortzetten.

Het door Nederlandse internationale wegvervoerders vervoerde gewicht steeg met 9,8 procent tot 63 miljoen ton. Het vervoerde tonnage tussen Nederland en andere EG-landen, met uitzondering van Duitsland en Portugal, groeide nauwelijks. Ruim zestig procent van gewicht wordt van en naar Duitsland vervoerd.

De totale vrachtopbrengsten stegen met 11,1 procent tot 4,9 miljard gulden. De opbrengst per ton/kilometer nam toe met één procent. NIWO vindt het vrachtprijsniveau nog te laag. De rentabiliteit van de wegtransporteurs daalde van 1,4 naar 1,3 procent.