Vogels tot op kilometer afstand van autoweg verstoord

Hoe groot is de invloed van het autoverkeer op onze broedvogels? Vroeger zocht men het antwoord op die vraag vooral door verkeerslachtoffers te tellen, maar volgens onderzoekers van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (het vroegere RIN) is het probleem van de geluidsoverlast vele malen groter.

Niet bekend

Verondersteld wordt dat verkeersslachtoffers vooral jonge, onervaren vogels zijn. Sommige soorten zijn, in verhouding tot hun aantallen, vaak autoslachtoffer. Zoals de nachtzwaluw en de uilen die 's nachts wellicht door de koplampen worden aangetrokken en verblind.

Hoewel vooral bij slechte weersomstandigheden veel vogelslachtoffers kunnen vallen, zijn hun aantallen in de praktijk nauwelijks van invloed op de populatieomvang. Geluidsoverlast echter des te meer. Die leidt tot verlaagd broedsucces, verhoogde emigratie en soms ook verlaagde populatiedichtheid. Maar als de vogels nergens anders heen kunnen, dan nemen ze het lawaai voor lief.

Bij 29 van de 44 onderzochte broedvogelsoorten blijkt populatiedichtheid samen te hangen met geluidoverlast. In het bos blijken fitis, koekoek en fazant zijn veel gevoeliger voor lawaai dan houtsnip, gaai, boompieper en wielewaal. Als er meer dan 10.000 voertuigen per etmaal langskomen nemen de meeste soorten al met 10 procent af. De fazant komt binnen 500 meter, en de koekoek binnen 1000 meter van een drukke weg al niet meer tot broeden dan wel eierleggen.

Weidevogels zijn al net zo gevoelig. Bij tweederde van de onderzochte weidevogels heeft lawaai een negatief effect op de dichtheid. Voor de verschillende vogelsoorten werden drempelwaarden van 35 tot 60 dB(A) gevonden. De dB(A) is een maat voor geluidsoverlast, waarin de gevoeligheid van het menselijk oor voor de verschillende frequenties is verwerkt. De grutto is, met een drempelwaarde van 43 dB(A), erg gevoelig. Hij komt niet tot broeden binnen een kilometer van een drukke autoweg. De meerkoet is met een drempelwaarde van 60 dB(A) duidelijk minder gevoelig. De graspieper is vrij tolerant, maar neemt dan ineens zeer snel in dichtheid af. Opvallend is dat een klein zangvogeltje als de veldleeuwerik een even lage drempel heeft als de flink uit de kluiten gewassen kievit. De aanwezigheid van de weg zelf lijkt niet van belang, alleen het lawaai. Geluidsschermen, zo luidt de conclusie, kunnen voor een belangrijke verbetering van de vogelstand zorgen. (Boomblad, april 1992)

Tekening: Grutto