Vier kilo ontwerp uit Holland

Dutch Design Series, uitg. BIS, Amsterdam, BNO 155 (voor twee delen), KIO en BNI ieder 95.

In Nederland zijn de ontwerpers dik gezaaid. Directeur Marjan Unger van de Stichting Dutch Form heeft bij voorbeeld onlangs becijferd, dat er per miljoen Nederlanders een en driekwart letterontwerpers zijn. Ze vormen volgens haar de snelst groeiende beroepsgroep in Nederland. En letters zijn nog maar het basismateriaal van het grafisch ontwerp. Geen wonder dat de twee delen van de nieuwe Dutch Design Series die over grafische en driedimensionale vormgeving gaan, te zamen vier kilo wegen. De andere twee delen, over industriele vormgeving en interieurarchitectuur, zijn net zo dik.

De Dutch Design Series is, oneerbiedig gezegd, een gellustreerde ledenlijst van de drie beroepsverenigingen: de Bond van Nederlandse Ontwerpers (BNO), de Kring van Industriele Ontwerpers (KIO) en de Bond van Nederlandse Interieurarchitecten (BNI). Naast vermelding van naam en adres kunnen de leden tussen de een en de acht pagina's kopen, of althans een bijdrage aan de kosten leveren. Sommigen vinden deelname kennelijk belangrijker dan anderen, of kunnen het zich beter veroorloven: zo vult het bureau Keja Donia (Calve, V&D) acht pagina's, Studio Dumbar zes en Hard Werken vier.

Voor zo'n gespecialiseerde uitgave zijn de oplages relatief groot: 8000 (twee delen BNO, een voor individuele ontwerpers en een voor bureau's ), 6500 (KIO) en 6000 (BNI), met voorwoorden door respectievelijk Wim Crouwel, Robert Blaich en Jaap Huisman. Terwille van het brede bereik zijn de teksten in zowel het Nederlands als het Engels.

Om in zoveel verscheidenheid een zekere eenheid te brengen hebben de ontwerpers van de serie, Jacques Koeweiden en Paul Postma, een leidmotief gekozen: de hond. Op de omslagen staan een poot, een oor, een staart en een wapperende pluk haar; binnenin zien we nu eens een fluweelzwart oog, dan weer een snuit. De lijst adverteerders wordt aangevoerd door een trio gretige boxers op de achterbank van een snelle cabriolet. In de loop van ruim duizend bladzijden maken we kennis met de hele 'cast' van ruim dertig honden. Toegegeven, het is gezocht, maar het werkt. Minder gelukkig is de layout van de pagina's. De foto's zijn vaak nogal klein afgedrukt, worden nu eens grillig over de pagina uitgestrooid en dan weer strak in het gelid gezet.

Wel een prachtige vondst is de afgeronde afsnee: de rug is recht, maar de "buik' is bol. Deze schijnbaar eenvoudige, maar technisch lastig te realiseren ingreep mist zijn effect niet: wie die ongebruikelijke vorm op tafel ziet liggen, moet het boek eenvoudigweg in handen nemen.

Vooral opmerkelijk aan de Dutch Design Series, die tweejaarlijks moet worden, is dat ze uberhaupt bestaat. Voor het eerst presenteert de anders zo versplinterde Nederlandse ontwerperswereld zich onder een gezamenlijke en aantrekkelijke noemer. Het resultaat is behalve fraai, ook nuttig: het is een weergave van de stand van zaken, en tegelijkertijd een staalkaart voor opdrachtgevers op zoek naar een ontwerper.