V-raad voor ontwikkeling

Internationale instellingen als de Verenigde Naties en de Wereldbank zijn, volgens de UNDP, niet afdoende in staat om rijke en arme landen efficiënt te laten samenwerken op het gebied van verantwoorde ontwikkeling en milieubescherming.

Daarom doet de UNDP in haar jaarrapport een aantal voorstellen: Oprichting van een VN-veiligheidsraad voor Ontwikkeling, met 11 permanente en 11 niet-permanente lidstaten. De Raad moet een beleidsorgaan zijn voor economische en sociale vraagstukken (ecologische veiligheid, schulden, prijsstabilisatie, technolgie-overdracht, vrouwenvraagstukken e.a.). De Raad moet zorgen dat hulp en behoefte beter op elkaar worden afgestemd. Oprichting van Honesty International, naar het voorbeeld van Amnesty International: een orgaan dat corruptie bestrijdt, zowel in ontwikkelingslanden als in landen waar zwart geld op de bank wordt gezet. Zoals Amnesty schendingen van mensenrechten publiceert, brengt Honesty International verslag uit van corruptie-praktijken. Reorganisatie van de Wereldbank: er moet een einde komen aan de situatie dat de Wereldbank jaarlijks netto 5 miljard dollar meer ontvangt van ontwikkelingslanden dan de bank naar die landen sluist. Daarom moet de bank worden omgevormd tot investeringsfonds, dat obligaties verkoopt aan rijke landen en de opbrengst leent aan arme landen. De bank moet lange-termijnleningen geven tegen rentes die liggen tussen het nulniveau en het commerciële renteniveau (ongeveer 4 procent). Het IMF moet als tussenpersoon optreden tussen rijke en arme landen en moet over voldoende geld beschikken om te voorkomen dat arme landen bij gebrek aan geld bankbiljetten drukken. Op termijn moet de IMF de functie van centrale wereldbank krijgen. Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT): om het protectionisme terug te dringen moeten alle landen toetreden tot de GATT. De GATT moet open en eerlijke handel kunnen afdwingen met alle landen.