Tussen Betty Boop en Koko de clown

Holland Animation Film Festival. In: 't Hoogt, Utrecht. 23 t/m 26 april.

Op het Holland Animation Festival dat vanaf vandaag in Utrecht te zien is, kan de bezoeker drie dagen lang zijn hart ophalen bij meer dan zevenhonderd filmpjes. Terwijl in de ene zaal een spraakwaterval uit de mond van een vrouw letterlijk het oor van haar krantlezende man in- en uitgaat, zit elders een verliefd stelletje legpuzzelstukjes uit te braken, die prachtig in elkaar blijken te passen.

Door HENK VAN GELDER De animatiefilmer is op zijn minst een pestkop en op zijn ergst een tiran - dat is althans de suggestie die opdoemt uit Manipulation, het filmpje dat dit jaar de Oscar voor de beste animatie is toegekend. Daniel Greaves, de maker, gaf het in een interview volmondig toe: hij was zo vaak de dienstbare ploeteraar geweest, hij had zo veel getekende figuurtjes van zijn ademtocht voorzien dat hij nu wel eens wraak wilde nemen. In het begin kijkt de kijker hem letterlijk op de vingers. We zien hoe hij in een paar lijnen een sympathiek ogend kereltje schetst, dat onmiddellijk een eigen leven gaat leiden en loskomt van het papier. Althans: poogt los te komen. Greaves jaagt hem op, verkreukelt hem, slaat hem plat, trekt hem uit elkaar, blaast hem op en werpt hem ten slotte in de prullenmand. In de laatste scène kruipt het kereltje daaruit toch weer langzaam naar boven.

Toevallig, spelend met de afstandsbediening, kwam ik het filmpje tegen in een kunstrubriek van de BBC, anders had ik het nooit gezien. In de reportages van de Oscar-uitreiking speelt de animatie een volstrekt ondergeschikte rol en een regulier podium heeft het genre niet. Het past nergens in; het kan hooguit tussen twee commercials in het voorprogramma van de bioscoop draaien, maar waar wordt nog een volwaardig voorprogramma vertoond? Er is maar één plek om Manipulation te zien - en dat is het vierde Holland Animation Film Festival, tot en met zondag in Utrecht. Het is één van de meer dan zevenhonderd filmpjes die in drie zalen van 't Hoogt te zien zijn. Bijna alles wat daar wordt gedraaid, is na afloop weer buiten ieders bereik.

Is dat het trieste lot van de animatiefilm? Ja, voor zover het de vrije - kunstzinnige - sector betreft. De allernieuwste produktie van de internationaal geroemde Paul Driessen, The water people, heeft ten minste nog een vaste bestemming: het Nagasaki Holland Village in Japan, waar het doorlopend zal worden vertoond. Maar de andere twee Nederlandse premières van dit festival (Back to the inkwell van Ronald Bijlsma en Rirringg van Paul de Nooijer) komen hooguit bij een ander, buitenlands festival weer uit de kast.

Wie het sardonische animatie-spel van Daniel Greaves heeft gezien, zal trouwens van de nieuwe van Bijlsma niet echt meer onder de indruk raken. Hij confronteert een eigentijds personage met Betty Boop en Koko de clown, twee befaamde figuurtjes uit de eertijdse inktpot van Max Fleischer, en laat die twee nu de dienst uitmaken. De grapjes die hij hier met het tekenfilmgenre uithaalt, blijven aan de gemoedelijke kant. Liever zijn me de nieuwe variaties van ex-fotograaf Paul de Nooijer op diens inmiddels bekende thema. Ook nu heeft hij weer personen van vlees en bloed geanimeerd; schokkerig bewegen ze zich in een perspectivisch vertekend kamertje, waar een vrouw haar best doet een indringer met amoureuze bedoelingen buiten de deur te houden. In videoclip-tempo razen ze heen en weer en halen kunsten uit, die alleen bij animatie mogelijk zijn: hoe zou anders zo'n grote kerel uit zo'n klein kastje kunnen kruipen? Helaas wist De Nooijer voor die reeks grappen geen puntige afsluiting te bedenken - een manco dat wel vaker voorkomt bij animatiefilms die op één visuele vondst gebaseerd zijn.

Het festival laat dit jaar veel werk zien uit de voormalige Sovjet-Unie en het huidige GOS. Van vroeger is vooral een fascinerende serie propagandafilms, die zich niet alleen laat bekijken als een geschiedenis van de agitprop aldaar, maar ook als een historisch overzicht van animatie-technieken. De eerste, uit de jaren twintig, zijn nog cru en primitief. Men herkent er zelfs de principes in van het bewegende toverlantaarnplaatje: het gezicht staat stil, alleen de onderkaak beweegt, ten teken dat de persoon in kwestie het woord voert. Eén van de oudste (uit 1925) wordt vertoond onder de titel China in flames en behelst de kuiperijen van een Uncle Sam met roofvogelkop, die kwijlend en sidderend van hebzucht zijn handlangers - onder wie uiteraard ook een geestelijke - binnen de muren van China brengt. Als die de zaak van binnenuit hebben kapotgewroet, kan de aasgier zelf oogstend binnentreden. Het is maar goed, heet het ten slotte, dat er nog een hamer en een sikkel bestaan om de Chinezen uit die vreemde klauwen te redden.

Hoe bekwaam de Russische animatie sindsdien de kunst van Amerika heeft afgekeken, blijkt niet alleen uit een aandoenlijke ode aan Mickey Mouse van een groep Moskouse tekenfilmstudenten, maar vooral uit de propagandafilm Stock holders uit 1967: een in zwierig breedbeeld vervatte produktie, waarin met veel allure de voosheid van de Amerikaanse welvaart wordt ontmaskerd. Dynamisch getekend, met veel lage camera-standpunten die spanning en dreiging suggereren, en verteld volgens efficiënte Hollywood-maatstaven. Men heeft zich er ongetwijfeld de ogen op uitgekeken, ook als de zwart-witte boodschap misschien een schamper onthaal kreeg.

Uit het huidige Oost-Europa komt hoogst divers materiaal. Een pastoraal-zoetige kinderfilm van Russische makelij, die uit het olieverfpalet van Rien Poortvliet lijkt te komen, naast het cartooneske Words, words, words van de Tsjechische animator Michaele Pavlatova, waarin uit de monden van cafébezoekers grillige vormen komen die de betekenis van hun woorden aangeven. Bij een uitgeblust echtpaar stroomt er een spraakwaterval uit de mond van de vrouw, die bij haar krantlezende man letterlijk het ene oor in en het andere oor uitgaat. Elders zit een verliefd stelletje legpuzzelstukjes uit te braken, die prachtig in elkaar blijken te passen - en zo verder.

De filmpjes zijn tijdens het festival allemaal op thema gerangschikt, met retrospectieven van Harrie Geelen en Paul Driessen, een blok onafhankelijke produkties, een overzicht van werk uit de Gentse kunstacademie en de inzendingen voor de competitie van toegepaste animatie. Maar het mooist lijkt het mij om gewoon maar ergens binnen te lopen, zonder voorafgaande bestudering van het programma.