Straatvechter

In het artikel "Groep wil af van invloed Staat in DSM' (NRC Handelsblad, 16 april) schrijft een van uw redacteuren dat “mij het imago van een straatvechter aankleeft”. Hiermee doet u mij onrecht en stelt u de gang van zaken in de aandeelhoudersvergadering van DSM in een verkeerd daglicht.

Hoewel voor sommigen in het bedrijfsleven de term "straatvechter' de gunstige elementen in zich houdt van: vasthoudendheid en doorzettingsvermogen, heeft de term voor velen toch de ongunstige klank van: vechten om het vechten, en zo mogelijk met onoirbare methoden. In die door velen zo opgevatte betekenis is de term "straatvechter' een aantijging. Een dergelijk verwijt is mij gedurende negentien jaar praktijk niet eerder gemaakt.

Waar ik optreed in geschillen (bij mijn optreden als adviseur en commissaris is vechten vanzelfsprekend in het geheel niet aan de orde) brengt een goede beroepsuitoefening met zich mee dat belangen van cliënten, mits verantwoord en nodig, met grote inzet en vastberadenheid dienen te worden behartigd. Ik beschouw het als een plicht daar zover mogelijk in te gaan, met inachtneming van de gedragsregels voor de advocatuur en een behoorlijke dosis beroepsethiek.

Na mijn beschouwing op de aandeelhoudersvergaderiing van DSM dankte de voorzitter van de raad van commissarissen, de heer Wijffels, mij voor mijn bijdrage en voor de constructieve dialoog, die hiermee door de door mij vertegenwoordigde aandeelhouders was ingezet. Met straatvechterij had dit alles niets te maken.