Slowaken verkopen zich niet zo goed als de Tsjechen; Veel politici spinnen garen bij debat over toekomst federatie; "Er dreigt hier een soort salazarisering van het regime'

In Slowakije lopen de politici die ijveren voor een grote autonomie of zelfs voor afscheiding van de republiek, zo is de indruk, soms harder dan de bevolking zelf. “Politici compenseren een minderwaardigheidscomplex.”

BRATISLAVA, 23 APRIL. De burcht van Bratislava, hoog uittorenend boven de Donau, ligt er wat verlaten bij. Hier geen drommen toeristen die zich, zoals op de Praagse burcht, aangevoerd door een met een vlaggetje zwaaiende gids, door de poorten en straatjes wringen. Bij de burcht van Bratislava, een onaandoenlijk betonnen fort, bekroond met vier liefdeloos gerestaureerde torentjes, is hoogstens een eenzame wandelaar te vinden die geniet van het uitzicht over de rivier die eens zo blauw moet zijn geweest.

De stad Bratislava zelf ademt eenzelfde atmosfeer, een verwijt stiefmoederlijk te zijn bedeeld: vergane glorie die nimmer glorieus mocht zijn. “Wat wil je ook”, mokt Ondrej Haluska, een 65 jaar oude architect. “Duizend jaar hebben we onder de Hongaren geleefd, er waren in het hele land drie gymnasia toen in 1918 de eenheidsstaat werd gesticht, en sindsdien mogen wij grondstoffen leveren waarvan de Tsjechen exporteerbare eindprodukten maken. Het is duidelijk: wij moeten zelfstandig worden.”

Haluska staat met enkele leeftijdgenoten zijn gelijk te bepleiten terwijl op enige afstand de Beweging voor de Bevrijding van Slowakije (HZOS) een nauwelijks bezochte bijeenkomst houdt. Want opiniepeilingen hebben dan wel uitgewezen dat driekwart van de Slowaakse bevolking ontevreden is over de huidige federale structuur van Tsjechoslowakije, in hoeverre die bevolking haar steun zal geven aan de partijen die daaruit de meest extreme consequenties willen trekken, afscheiding van de Tsjechische landen, is nog hoogst onduidelijk. De schatting is dat uiteindelijk niet meer dan een vijfde van de Slowaken zover wil gaan.

“Je moet niet vergeten dat de etnische groepen als de Hongaarse minderheid, maar ook de bewoners van Oost-Slowakije vóór de gemeenschappelijke staat zijn omdat ze zich juist willen afzetten tegen Bratislava,” legt de 39 jaar oude Daniela Fojtu uit, filosofe qua opleiding, maar werkend op het instituut voor de encyclopedie in Bratislava.

Daniela voelt zich, ook al zijn haar grootouders van vaderskant uit Moravië afkomstig, op en top Slowaakse. “Dat betekent nog niet dat ik tegen de gemeenschappelijke staat ben. We hebben wel een veel zwakkere economische positie dan de Tsjechen, maar ik geloof er niet in dat we sterker zullen zijn als we op eigen benen staan.”

Er komt een meewarig lachje om haar lippen wanneer ze de huidige opwinding van de politici probeert te verklaren: “Er zit iets in van het compenseren van een minderwaardigheidscomplex. Ik geloof niet dat de Slowaken dommer zijn dan de Tsjechen, maar we missen iets dat zij wel hebben. Op alle gebieden, wetenschap, economie, in het toerisme, heerst hier een zeker provincialisme. De Tsjechen zijn er beter in zich te verkopen.” Daniela gelooft dat er veel Slowaken zijn, vooral onder de intellectuelen, die denken als zij. “Mensen zonder nationalistische gevoelens. Van kindsbeen af is Praag voor mij bijvoorbeeld de moeder van alle hoofdsteden geweest. Dat stond buiten twijfel. Iets anders was ondenkbaar.”

Het lijkt vaak of er op hetzelfde moment, maar met verschillende oogmerken een groot aantal psychologische oorlogen wordt gevoerd in Tsjechoslowakije, zowel in Praag, hoofdstad van de Tsjechische landen, als in Bratislava, de hoofdstad van Slowakije. Oorlogen tussen de Tsjechische politici tegen hun Slowaakse tegenvoeters, maar ook tussen de Slowaken en de Slowaakse politici onderling.

Want terwijl de federale staat in Praag probeert om het land uit de misère te halen die meer dan veertig jaren communisme hebben nagelaten, is het politieke discours veel meer geconcentreerd op de vraag of de federatie na de verkiezingen van juni nog levensvatbaar blijft. Steeds meer, vooral Slowaakse, politici proberen goed garen te spinnen bij die discussie, wat al tot talloze splitsingen in de partijen, bijvoorbeeld in de christen-democratische partij, heeft geleid. Maar ook tot het blokkeren van hoognodige wetgeving die er na succesvolle verkiezingen voor de nationalistisch georiënteerde partijen wel eens heel anders uit zou kunnen zien.

Peter Weiss, de veertig jaar oude leider van de Partij van Democratisch Links, de opvolger van de Slowaakse communistische partij, wil daaraan, naar hij zegt, niet meedoen. Zijn partij is een programmapartij, die niet uitgaat van een nationalistisch platform, maar van een principieel links programma. Hij fulmineert bij voorkeur tegen het beleid van minister van financiën Klaus, een man die zoveel economische macht in zijn handen heeft geconcentreerd als nooit tevoren. “Er dreigt hier werkelijk een soort salazarisering van het regime”, meent Weiss, die er niet voor terugschrikt bondige simplificaties te gebruiken als het erom gaat een tegenstander te karakteriseren. “De Portugese premier Salazar”, zo legt hij geduldig uit, “was immers behalve dictator ook een groot financieel expert.”

Weiss is zich ervan bewust dat het tij voor het voeren van een linkse politiek niet erg gunstig is, maar, gegeven het feit dat Slowaken gelden als linkser, d.w.z. meer geneigd tot afhankelijkheid van de overheid, dan de Tsjechen, is hij lang niet kansloos. Bovendien heeft Weiss zijn uiterlijk en zijn voorgeschiedenis mee: jong, dynamisch, en vooral kritisch. Het was Weiss die na zijn verschijning op de televisie in november 1989 grote populariteit in Slowakije kreeg omdat hij de waarheid zei over de communistische partij. “Dat was ook geen wonder. Ik had vijf jaar lang in deze zelfde kamer - toen het studiecentrum van de partij, nu het hoofdkantoor van de Partij van Democratisch Links - de interne situatie van de communistische partij bestudeerd. Al vijf jaar lang had ik daarover geen illusies!”

Weiss verwijt de regering in Praag dat ze de nationalistische en linkse partijen over één kam scheert: beide even gevaarlijk, de eerste wegens de gevolgen voor de federale staat, de tweede wegens het hervormingsprogramma. “Er moet”, vindt Weiss, “een onderscheid worden gemaakt tussen primitief nationalisme en gerechtvaardigde verlangens van het Slowaakse volk. Puur unitarisme zonder pariteit zal alleen maar leiden tot separatisme.”

Over een geduchte concurrent in het linkse kamp in Slowakije, zijn vroegere partijgenoot Alexander Dubcek, tegenwoordig voorzitter van het federale parlement, doet Weiss intussen nogal lakoniek. “Hij zal waarschijnlijk wat stemmen weghalen bij Meciars Beweging voor een Democratisch Slowakije - de partij die het best staat in de opiniepeilingen -, maar ik vraag me af of zijn Sociaal-Democratische Partij de vijfprocentsdrempel haalt.”

De Slowaak Dubcek treedt dezer dagen vooral op als verzoener tussen de "gerechtvaardigde verlangens' van de Slowaakse nationalisten en de federalisten. “De meerderheid van de Slowaken”, zo zei hij op een seminar over de toekomst van de Tsjechoslowaakse federatie, “wil in een gemeenschappelijke staat leven met gelijke rechten voor Tsjechen en Slowaken.” En in een vraaggesprek met het onafhankelijke Slowaakse dagblad Narodna Obroda (Nationale Wedergeboorte) riep hij de Tsjechische politici op om vooral nuchter te blijven en te heroverwegen “wat verouderd en ongerechtvaardigd was ” in de vroegere unitaire ontwikkeling.

“Ik weet nog niet op wie ik zal stemmen”, zegt een jonge, in Praag werkende Slowaak, econoom en typisch iemand die wel vaart bij de vele particuliere initiatieven die in de hoofdstad opbloeien. “In elk geval geef ik mijn stem niet aan de partijen van de grote leiders.”

Foto: Een Slowaaks meisje eet, met de vlag van Slowakije in de hand, een appel. Een beeld in de marge van een betoging van nationalisten in Bratislava. (Foto AP)