Sla een karper aan je hair rig; Beetverklikkers, sonar, boilies en koolstof hengels. Niets wordt nagelaten om vette vissen te vangen

Ze zijn er nog wel, de bamboehengels. In een plastic foudraaltje, waar ook een tuigje in zit met een haakje, een paar loodjes en een felgekleurde dobber. Ze zijn bedoeld voor de jeugd; een echte hengelaar zul je er niet mee zien vissen. Hengelen is namelijk hi tech geworden. De sportvisser omringt zich met uiterst prijzige hengels en molens gemaakt van koolstof- en aramidevezel en met geavanceerde elektronica voor het opsporen van de vis. Voor de vis zelf is er lokaas, dat kan concurreren met de Franse haute cuisine.

Om met het laatste te beginnen. De laatste jaren zien we aan de waterkant de opkomst van de zogeheten boilies, vrij harde voerknikkers, bedoeld om karpers mee te verschalken. De naam boilie is afgeleid van de bereidingswijze. Boilies worden gemaakt van diverse eiwitpoeders en vervolgens gekookt. Naar smaak worden aan het deeg kleur- en smaakstoffen toegevoegd. Daarbij kan de hengelaar kiezen uit ca. dertig verschillende essences, uiteenlopend van bergamotolie tot koriander.

Karpers, de varkens van de Nederlandse waterfauna, zijn vrij schuwe dieren. Bovendien zijn ze, evenals varkens trouwens, behoorlijk intelligent. Eenmaal gehaakt zal hen dat niet gauw een tweede keer overkomen. Hoe slimmer de karper, hoe langer hij leeft, hoe vetter en daarmee begerenswaardiger hij wordt voor de sportvisser. Ga je op "maden', of - nog antieker - op broodpluimpjes dan vang je wel allerlei klein grut maar die ene karper van over de veertig pond laat zich niet vangen.

Maar de harde boilie blijkt in staat om ook die oude, slimme karper tot een aanbeet te verleiden. Op de eerste plaats is het een uiterst smakelijk hapje. Fervente boilie-vissers proeven vaak zelf eerst het deeg alvorens het wordt gekookt. Op de tweede plaats is de boilie, met zijn doorsnede van ongeveer een centimeter, te groot voor het kleine grut onderwater. Daar komt bij dat je door het aas op een bepaalde manier te bevestigen, ook een betere aanbeet krijgt.

De boilie op een haak zetten is zelfs voor een domme karper al te doorzichtig. Daarom gebruikt men meestal de hair rig. De boilie-visser rijgt het bolletje op een uiterst dun onderlijntje, de hair, dat aan de haak is bevestigd. De hair mag niet langer zijn dan enkele centimeters. Neemt de karper de boilie in de bek, dan brengt hij de harde brok achter in de keel, waar zijn keeltanden zitten. Al doende schuift ook de haak naar binnen, waarna de visser hem keurig in de lip van de karper kan zetten. Een relatief nette manier van vissen, zeker als je haken gebruikt zonder weerhaak.

Voordeel van de boilies is ook dat je gemakkelijk kunt voeren om op die manier een visstek te creëren. Met de hand kun je de boilies al een stuk verder gooien dan een broodpluimpje en met een katapult kun je ze nog verder krijgen.

Op karper vis je tegenwoordig met een werphengel van een meter of drie, vier, waarop een speciale karpermolen is bevestigd. Hengels en molens zijn gemaakt van de meest moderne materialen. Een holglas werphengel is al ouderwets; het moet toch minstens grafiet (koolstofvezel) wezen, wil je je aan de waterkant kunnen vertonen. Een hengel, gemaakt van aramidevezel is helemaal het einde. Op een onlangs gehouden hengelsportbeurs, de Visma, was een hengel te bewonderen die niet minder dan drieëneenhalf duizend gulden moest kosten.

Voor een buitenstaander lijkt het allemaal wat overtrokken, maar er zit wel degelijk verschil in de diverse soorten hengels. Of die verschillen ook dergelijke prijzen rechtvaardigen is de vraag. Bij een hengel gaat het niet om het gewicht, maar vooral om de "actie', de wijze waarop de hengel reageert bij een aanbeet en vervolgens bij het "drillen' (binnenhalen) van de vis. Er is geen lol aan om met een stijve stok en een dikke lijn een karper op de wal te hijsen. Het plezier van vissen is juist het gevecht met de vis en daar geniet je het meest van bij een dunne lijn en een stok met een beetje actie.

Lang wachten

Overigens moet je vaak lang wachten op die actie, zeker bij karper. Karper is een beetje saaie vis en er kunnen dan ook uren voorbijgaan zonder enige beweging van de hengeltop. De neiging om even de ogen te sluiten wordt allengs groter. Al helemaal natuurlijk als je over een bivvie beschikt, een klein tentje voor langs het water.

Om te voorkomen dat de karper er stilletjes met de lijn - en misschien zelfs de hengel vandoor gaat - zijn er al sinds jaar en dag beetverklikkers op de markt. De meest simpele is een belletje, dat in de top van de hengel wordt gehangen. Het voldoet goed, behalve als het hard waait, want dan klingelt het voortdurend. Maar de elektronica rukt op. De elektronische beetverklikker geeft een flinke pieptoon als de lijn in beweging komt als gevolg van een aanbeet. Ze zijn er al voor prijzen vanaf honderd gulden. De duurdere varianten geven naast of in plaats van de pieptoon ook nog opflikkerende LEDjes. Dat helpt niet echt, als je in slaap bent gesukkeld. Wat wel helpt, is de versterker. Met een beetje goede wil is de hele camping wakker bij een aanbeet.

Elektronica wordt ook gebruikt voor het opsporen van de vis. De Nederlandse grindput of poldersloot is meestal al vanaf vijftien centimeter onder het wateroppervlak ondoorzichtig. Vandaar misschien dat de fish finder tegenwoordig zo populair is. De fish finder is een sonar-apparaat, waarmee de onderwaterbodem in beeld kan worden gebracht. Dat gebeurt door het uitzenden en weer opvangen van geluidsgolven. Een beetje fish finder laat ook de vissen zien; niet alleen de zwemmende vis, maar ook die grote snoekbaars die daar in een holte in het talud ligt.

In eerste instantie werd de fish finder vooral op zee gebruikt voor een dagje "makreeltakelen'; het in zo kort mogelijke tijd met zoveel mogelijk haken (9 of 12 op een lijn) een school makreel decimeren. Tegenwoordig maken ook de zoetwatervissers er gebruik van om snoekbaarzen, karper of brasem te verschalken.

Het gebruik van een fish finder is overigens niet altijd een onverdeeld genoegen. Zonder fish finder heb je altijd de hoop dat er prachtige vis op je stek zit. Met een fish finder weet je, dat die vis er zit. De hoop verwordt echter al snel tot wanhoop, als je er niet in slaagt om, ondanks al die mooie apparatuur, iets te vangen. De fish finder illustreert dat, ondanks alle hi tech, vissen nog steeds een kwestie is van geduld, geluk en goed kijken naar de signalen in de omgeving. Misschien is dat bamboe hengeltje van drie tientjes zo gek nog niet.

Foto's: Fish finder, Beetverklikker