Schuchtere opleving economie; Hoopgevende cijfers van Planbureau en IMF

DEN HAAG, 23 APRIL. De dag voordat het kabinet het 's nachts in hoofdlijnen eens werd over de bezuinigingen evenaarde de CBS-koersindex op de Amsterdamse beurs - een betere indicator van de veel gebruikte stemmingsindex - het record-aller-tijden van 8 september 1989. En de conjunctuurindicator van De Nederlandsche Bank, die de conjunctuur voor de komende drie maanden voorspelt en vorig jaar voortdurend daalde, zit voor mei en juni weer op een stijgende lijn. Gaat het inderdaad weer beter met de Nederlandse economie?

De meest recente harde cijfers betreffen het volume van de industriële produktie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek groeide die produktie - gecorrigeerd voor seizoensinvloeden - in februari met 1 procent, na een groei in januari met 3 procent. Vergeleken met januari/februari 1991 lag het industriële produktieniveau de eerste twee maanden van dit jaar 1 procent hoger. In het laatste kwartaal van vorig jaar was nog sprake van een daling, met 1 procent. Dit zou kunnen wijzen op enig herstel, om het maar eens voorzichtig te formuleren.

De hout- en bouwmaterialenindustrie profiteerde van de zachte winter waardoor de bouw weinig tegenslag ondervond. Ook in de papier- en grafische industrie en in de chemische industrie lag de produktiegroei hoger dan in de industrie als geheel. De metaalindustrie bleef iets achter.

Een ander hard gegeven betreft de werkloosheid. Vorig jaar steeg het aantal geregistreerde werklozen in januari en februari, ten opzichte van de voorgaande maanden. In 1992 daarentegen ging de werkloosheid zowel in januari als in februari omlaag. Tussen december en februari daalde het aantal geregistreerde werklozen van 322 duizend tot 314 duizend. Het is echter niet uitgesloten, zoals het CBS schrijft, dat deze daling is toe te schrijven aan de zachte winter. Toch schrijft het CBS tevens dat, anders dan in voorgaande maanden, niet langer duidelijk is of de werkloosheid een stijgende tendens vertoont.

Gisteren publiceerde het Internationale Monetaire Fonds nieuwe prognoses voor 1992 en 1993. Afgelopen najaar voorzag het IMF voor alle industrielanden tezamen een economische groei van 2,8 procent in 1992. Nu houdt het Fonds het op 1,8 procent. Zoals al eerder vastgesteld liep het internationale herstel vertraging op. Maar, als we het IMF dit keer wèl mogen geloven, is het nu nabij.

Het bruto binnenlands produkt van de VS, dat vorig jaar nog met 0,7 procent daalde, zou dit jaar met 1,6 procent groeien en volgend jaar met 3,5 procent. De economische groei in Duitsland, die vorig jaar beperkt bleef tot 1,2 procent, zou dit jaar aantrekken tot 2,0 procent en volgend jaar zelfs tot 3,0 procent. In het Verenigd Koninkrijk, waar het bruto binnenlands produkt vorig jaar nog met 2,2 procent daalde, groeit de economie in 1992 met 0,8 procent en in 1992 met 3,1 procent. Nogmaals: àls het IMF gelijk krijgt.

Het Fonds lijkt iets positiever dan het Nederlandse Centraal Planbureau, dat onlangs de groei van het bruto nationaal produkt in de industrielanden voor 1992 schatte op 1,5 procent. Tegenover de wat positievere prognoses van het IMF circuleren in Brussel echter nog niet gepubliceerde prognoses van de EG, die weer wat pessimistischer zijn. Kortom: als er al een herstel is, is het nog nauwelijks zichtbaar.