Sarajevo is binnen drie dagen een luguber oord geworden

SARAJEVO, 23 APRIL. Drie dagen oorlog hebben van Sarajevo, ooit een van de meest pittoreske en gastvrije steden van Joegoslavië, een luguber oord vol verwoestingen gemaakt. In de wijk rondom het parlementsgebouw staan getroffen, uitgebrande personenauto's naast pantserwagens van de Bosnische politie. Her en der liggen slachtoffers van sluipschutters of de voortdurende mortierbombardementen op de stad. Vaak wachten zij vele uren op medische hulp, omdat nauwelijks iemand hier het rode kruis of andere internationale symbolen lijkt te respecteren en ambulances regelmatig onder vuur worden genomen.

Door de algehele verwarring, en de onmogelijkheid om tussen de wijken van de stad heen en weer te rijden, zijn slachtofferaantallen en schadetotalen moeilijk op te maken. Gisteren zijn er volgens officiële cijfers twintig doden gevallen. In de oude binnenstad van Sarajevo, deels een Oosters geheel van lage winkeltjes, deels een statig resultaat van de Oostenrijkse bouwkunst tussen 1878 en 1914, is de schade groot, maar alle gebouwen staan er nog overeind. Na de eerste granaatregen van dinsdagavond zag men overal bewoners en winkeleigenaren in doffe berusting de scherven bijeenvegen. “Wat moet ik ervan zeggen”, meent een oudere dame, “wat moet je ervan zeggen?”

Voor het eerst sinds het begin van de crisis, begin deze maand, worden in Sarajevo geen brood en melk meer gedistribueerd. Overal zijn in het oude centrum gewapende mannen op straat, sommigen in politie- of ander uniform, sommigen ook alleen maar met een deel van een uniform. De laatsten, mannen die gehoor hebben gegeven aan de oproep van de Bosnische legerleiding zich “met alle middelen” te weer te stellen, zijn gewapend met een keur van vuurwapens, waaronder erfstukken uit de Tweede Wereldoorlog.

Hun moreel is er de afgelopen dagen duidelijk op vooruitgegaan, sinds de Bosnische eenheden dinsdagavond een kennelijke opmars van de Serviërs naar het door hen opgeëiste stadsdeel Novo Sarajevo wisten tegen te houden. Gisteren lanceerden ze een aanval op Ilidja, een voorstadje van Sarajevo dat door de Serviërs werd gecontroleerd. Ook deze aanval was succesvol. De Europese waarnemers, die in Ilidja een hotel hebben betrokken, zagen zich plotseling middenin een regelrechte strijd in het park rondom het hotel.

Pag.5: Nietsontziende woestheid kenmerkt strijd in Sarajevo

Tenslotte wisten de waarnemers een lokaal staakt-het-vuren te bewerkstelligen, maar de mogelijkheid van een Servische tegenaanval lijkt geenszins uitgesloten.

De strijd om het hotel was een treffende illustratie van de nietsontziende woestheid waarmee de strijd gevoerd wordt. Strijders bestookten elkaar in hun enthousiasme zonder zich veel om hun dekking te bekommeren. Het duurde niet lang of in het park lagen de eerste lijken. In de buurt van het hotel Bosna is een verpleeghuis voor oudere mensen, voor een deel kankerpatiënten. Dat verhinderde de strijdenden geenszins het gebouw als uitgangspunt voor uitvallen en aanvallen te nemen. De Bosnische politie maakte onder andere gebruik van pantserwagens en raketwerpers. De bejaarden werden uiteindelijk door VN-soldaten geëvacueerd.

De gehele dag hebben woordvoerders van het Joegoslavische leger en de “Territoriale Verdediging van Bosnië-Herzegovina” elkaar over Radio Sarajevo voor leugenaars uitgemaakt, naar aanleiding van de gebeurtenissen in Ilidja en omgeving. De "TO van BiH' beschuldigde het Joegoslavische leger (JNA) ervan met tanks betrokken te zijn geweest bij de strijd in Ilidja, en meer in het bijzonder bij de Servische verdediging van het stadje. De legerwoordvoerder noemde dit “een monsterlijke leugen” en beschuldigde en passant de moslims ervan tegen de in de binnenstad wonende Serviërs een terreurcampagne te zijn begonnen, een beschuldiging waarvoor geen nader bewijsmateriaal werd aangevoerd. Zeker is dat in de buurt van de landingsbaan granaten zijn neergekomen en explosies zijn gehoord. Maar wie daarvoor verantwoordelijk is, bleef onduidelijk.

Formeel ontkent het Joegoslavische leger dus nog steeds elke betrokkenheid bij de strijd in Sarajevo. Wel vlogen laat in de middag en 's avonds MiG-straaljagers over de stad, enkele minuten voordat het avondlijk bombardement op Sarajevo weer begon. Kort daarna was er kennelijk een moment van paniek bij de staf van de Bosnische verdediging: groepen "Servische terroristen' zouden op drie plaatsen de stad zijn binnengedrongen. Al spoedig werd het geluid van de granaten die uit de heuvels op de stad neerdaalden, afgewisseld met het geluid van geweren en geweergranaten in de straten. Paniek en onervarenheid zorgen niet voor de minste gevaren in het steeds onoverzichtelijker wordende Sarajevo.

Een ander moment van paniek kwam om één uur 's nachts, toen in een deel van de binnenstad plotseling de elektriciteit uitviel. Dat was echter, meldde de radio even later, geen voorbode van een Servische infanterieaanval maar een bijprodukt van de strijd om het vliegveld, waarbij een hoogspanningszekering was geraakt. Tegen vijf uur brandde het licht weer overal, de nacht was inmiddels relatief rustig verlopen.

Een politieke oplossing lijkt minder in zicht dan ooit. Vandaag zijn in de stad de onderhandelaar van de Europese Gemeenschap in Joegoslavië, Lord Carrington, en de Portugese minister van buitenlandse zaken, João de Deus Pinheiro, aangekomen. Zij zullen ongetwijfeld een nieuw staakt-het-vuren proberen te bewerkstelligen.

Het jongste voorstel in die richting kwam gisteravond van de leider van de SDS, de Servische partij in Bosnië-Herzegovina, Radovan Karadzic. “Onvoorwaardelijk” zou de wapenstilstand moeten zijn, en meteen erna zouden de kaarten op tafel moeten komen voor de verdeling van Bosnië-Herzegovina en Sarajevo. Onder de bewapende verdedigers van Sarajevo, met hun wanhopig zelfvertrouwen, is dat echter geen populaire gedachte. Op het Servische voorstel was gisteravond dan ook nog geen antwoord geregistreerd. Het schieten gaat inmiddels door.