Recalcitrante jongens

In het maandblad Opzij las ik een oproep tot het in gang zetten van een derde feministische golf die gericht moest worden op opgroeiende jongens.

Uit onderzoek was gebleken dat jongens die van school afkwamen de verkeerde ideeën hadden over hun toekomst: ze wilden een baan, carrière maken en fulltime werken. Kinderen wilden ze ook wel, maar daar moest hun vrouw maar voor zorgen. In een parttime baan of evenredig ouderschap zagen ze niks. Consternatie alom. Ook Hedy d'Ancona vond dat alle zeilen bijgezet moesten worden om deze ketterse jongens terug op het rechte spoor te krijgen. Hoe dat moest stond er niet bij. Het zal wel weer een Postbus 51-spotje worden, altijd de goedkoopste manier om een probleem te verhelpen.

Ach, die arme schoolverlatende jongens. Denken ze dat ze het vragenlijstje correct hebben ingevuld door aan te geven dat ze hard willen werken en het ver willen brengen, is het nog niet goed. Ze zijn de luiers vergeten en de boxsupervisieplicht! Ik moet zeggen dat deze resultaten me nog meevallen. Mijn vooroordeel dat jongeren hun toekomst vooral zien in termen van veel geld, veel uitgaan en zo min mogelijk werken blijkt al te grimmig. De achttienjarigen zien zowaar het nut en de wenselijkheid van een baan in. Toch vraag ik me af in hoeverre je het die jongens kwalijk kunt nemen dat ze het onderwerp "zorgen voor kinderen' niet in hun toekomstplannen ingecalculeerd hebben. Ze hebben hun hoofd vol met meisjes, ze zijn net zelf kind-af, een gezinnetje vormen is zo ongeveer het laatste dat hen bezighoudt. En als iets ver van je afstaat, maak je je niet druk over de details van de praktijk. Een veertigjarige zit in het algemeen ook niet te mijmeren over hoe hij of zij zich tezijnertijd met eventuele kleinkinderen zal verstaan.

De achtergrondgedachte van degenen die nu de noodklok luiden over de reactionaire jonge jongens is dat zij het allemaal zo goed hebben gedaan. De generatie die nu de baas is, grofweg de ouders van die jonge jongens, waant zichzelf superieur, want doordrongen van het gelijkwaardig ouderschap. Al is het parttime-flexi-werk nog niet echt van de grond gekomen, de goede bedoelingen zijn wel degelijk aanwezig. Papa wil wel, maar hij mag niet van zijn baas. De tweede feministische golf heeft iedereen overspoeld - alleen de werkgevers hebben het om miraculeuze redenen droog gehouden. En inderdaad, er zijn de afgelopen twintig jaar meer luiers dan ooit tevoren door mannen verwisseld, je ziet allerlei vaders met volle kangoeroezakken op hun borst over straat paraderen, en de betekenisvolle kwaliteitsinteractie tussen vader en kind (“bouw eens een toren, goed zo!”) is zienderogen toegenomen.

Dat neemt allemaal niet weg dat 30 tot 40 procent van de huwelijken op echtscheiding uitloopt. De intenties mogen dan in orde zijn, als het erop aankomt laat een op de drie mannen zijn kinderen in de steek door eenvoudig van het toneel te verdwijnen. Een meer radicale stroming binnen het feminisme ziet echtscheiding als een soort opstekertje voor de vrouw. Niet alleen wordt zij dan op zichzelf teruggeworpen en gedwongen haar talenten te gelde te maken (de kick van de economische zelfstandigheid), er opent zich een nieuwe wereld met onverwachte perspectieven op het savoureren van veelzijdige contacten (de ultieme voldoening van het pulserende netwerk). Deze afdeling wordt aangevoerd door relatiedeskundige Iteke Weeda, die onlangs over een echtpaar dat z'n vijftigjarige huwelijksdag erop had zitten, meewarig gut-gut-gutterde dat die twee alle kansen voorbij hadden laten gaan om iets mee te maken in hun leven.

Er blijven altijd mannen die zonder mankeren aan de kant gezet moeten worden: de mishandelaars, de alcoholisten of anderszins verslaafden. Maar in de meeste andere gevallen bestaat de bevrijding eruit dat de man als de wiedeweerga op zoek gaat naar een nieuwe vrouw, liefst een jongere, om weer van voren af aan te beginnen, terwijl de vrouw het financieel zwaarder krijgt en in haar eentje de kinderen moet opvoeden. Verder wil ze ook een nieuwe man. Dat laatste lukt dan slecht, zodat ze het bij het netwerk moet houden. Niets ten nadele van het netwerk overigens, ik heb er zelf ook een. Sterker nog, ik ken geen enkele vrouw, oud of jong, getrouwd of niet-getrouwd, zonder netwerk. Dus zo bijzonder is dat nu ook weer niet.

Maar de kinderen hebben geen boodschap aan echtscheiding. Ze vinden het vreselijk en dat valt hun niet uit het hoofd te praten. Ongetwijfeld deugen hun motieven niet. Kinderen willen ook altijd dat hun moeder thuis is als ze uit school komen, terwijl ze in de praktijk hun schooltas in een hoek kwakken en tot zes uur met hun vriendjes willen spelen. Je kunt kinderen erop wijzen dat de sfeer in huis aardig opgeknapt is, nu die ruzies van de baan zijn en ze zullen ja knikken maar toch de pest in hebben. Als zij mochten kiezen, hebben ze liever een vader die narrig achter de krant zit dan eentje die ze om het andere weekend moeten bezoeken, want dat laatste is op de een of andere manier minder echt.

Kinderen barsten van de ondeugdelijke verlangens: ze willen teenage mutant ninja turtles en dure merkkleding, ze willen meedoen aan de mini-playbackshow en op hun dertiende naar de disco, ze willen een tv op hun kamer en dan ook nog hun vader over de vloer. Al die verlangens worden al dan niet morrend ingewilligd, alleen die vader valt erbuiten. Terwijl het toch net zo goed een punt is waarop je de wensen van kinderen serieus zou kunnen nemen.

In Washington is een vader-opsporingsbedrijfje werkzaam dat tv-spotjes uitzendt: “He loved you. Then he stopped. He adored the kids. Then he stopped. He promised support. Then he stopped. We'll find him. And we won't stop.” Dat gaat over geld. In Nederland is dat niet zo'n probleem, want het land is te klein om als vader in te verdwijnen en bovendien is er een redelijke bijstandsregeling. Maar verder zitten die kinderen in hetzelfde schuitje. Ze zijn door hun vader in de steek gelaten, en hoe je het ook wendt of keert, ze vinden dat niet leuk en het duurt jaren voordat ze er vrede mee hebben.

De toekomstige vrouwen van de jongens die nu achttien zijn zullen best in staat zijn hun mannen tot een moderne vader te kneden. Dat is de huidige generatie moeders tenslotte ook min of meer gelukt. Waar het aan ontbreekt is de continuïteit. Misschien moest daar maar eens een Postbus 51-spotje tegenaan worden gegooid.