Plezierjacht (4)

Het heeft weinig zin Maria de Boo te attaqueren op haar partijdigheid en op de vele onjuistheden in haar artikel over de jacht in W&O 9-4-92.

Belangrijker lijkt het mij haar te vragen zich eens te verdiepen in de vraag hoe het mogelijk was dat er tegen het einde van de jaren zeventig plotseling een anti-jachtstemming ging ontstaan in een niet alleen zeer dicht bevolkt maar tegelijk ook zeer wildrijk land als het onze; een stemming dus tegen een bedrijvigheid van de mens die de toets der eeuwen heeft doorstaan en nog alle culturen heeft overleefd.

Ik wil haar gaarne daarbij van dienst zijn door haar te wijzen op het feit dat, nadat de Club van Rome in 1972 haar eerste apocalyptische profetieën wereldkundig had gemaakt, de gehele Westerse wereld wakker schrok en ging beseffen dat de mens in plaats van de natuur te benutten, deze aan het uitbuiten was. Schuld- en angstgevoelens bij de massa van de bevolking waren het gevolg. Deze bewustwording is door een groepje afgunstige lieden, besmet met het "tegen van alles en iedereen virus' van de zestiger jaren, misbruikt om bij die uitbuiting van de natuur de jagende mens als medeschuldige te betrekken. Door te appeleren aan die gevoelens van schuld en angst bij de massa, alsmede door onjuiste berichtgeving en intimidatie, trachtte men emoties los te maken die zich tegen jacht en sportvisserij keren.

Jagers die aan de wieg stonden van de natuurbescherming alsook die jagers die de oprichters waren van de Ver. tot behoud van Natuurmonumenten, de Dierenbescherming en de Vogelbescherming werden in de rug aangevallen, vandaag daarbij geassisteerd door enige huidige bestuursleden van die verenigingen. Het Naardermeer zou vandaag een grote vuilnisbelt geweest zijn indien Jacq. P. Thijsse, een fervent jager en een van de nestors van de natuurbescherming, dit natuurgebied niet gered had.

Het valt niet te ontkennen dat de Ver. tot beh. van Natuurmonumenten grote verdiensten heeft op het gebied van natuurbehoud, ook Dierenbescherming en Vogelbescherming hebben veel nuttige arbeid verricht doch zij dreigen vandaag de fout te maken doel in zichzelf te willen worden en zich als instrument te willen laten gebruiken door een groep mensen die uit afgunst of gedreven door vals sentiment, een hetze tegen de recreatieve jacht en sportvisserij ontketend hebben.

Toen, als gevolg van een foutief ecologisch inzicht van Natuurmonumenten, alle jonge lepelaartjes en duizenden andere bodembroeders en kleine zoogdieren in het Zwanenwater en het Naardermeer door vossen gedood waren, was het de plicht geweest van Vogelbescherming Natuurmonumenten ter verantwoording te roepen voor het gevoerde vossenbeleid. Doch het enige commentaar dat men hoorde luidde: er zijn niet te veel vossen, die lepelaars moeten maar in bomen gaan nestelen i.p.v. op de grond. Over al die andere dieren die gedood werden en over die dieren die vandaag nog steeds door een veel te hoge predatiedruk door vossen bedreigd worden, werd angstvallig gezwegen.

Moet het in ons land zover komen dat we weer in een tijdperk komen te verkeren waarin de geprivilegieerde jacht herintroduceerd wordt in bestaande en nieuw te creëren heerlijkheidsgebieden, waar de beheerders c.s. van die gebieden het alleenvertoningsrecht hebben achter de bordjes "Verboden Toegang' in en rondom die gebieden? Refugia voor dieren moeten er zijn, maar het streven naar zoveel mogelijk van die gebieden zal er toe bijdragen dat de doorsnee-burger straks alleen nog van de natuur mag genieten zoals bio-industrie kippen van het daglicht, namelijk alleen nog door spleten en kieren.

Moet dat het resultaat worden van een polemiek over de jacht?