Onderzoek: Vlaams Blok blijft; Nieuwe partijen sluiten aan bij de "gemoedsgesteldheid'

BRUSSEL, 23 APRIL. Vijf maanden na de stembusnederlaag van alle traditionele politieke partijen door Vlaams Blok en ROSSEM is in België het besef gegroeid dat de nieuwkomers blijvers zullen zijn. Een universitair onderzoek dat deze week verscheen spreekt van een gemeenschappelijke "gemoedsgesteldheid' bij een duidelijke groep Belgische kiezers, waar de nieuwe partijen precies bij aan blijken te sluiten.

Vlaams Blok en ROSSEM zijn de rauwe plek van de zittende Belgische politieke klasse. Op 24 november vorig jaar zorgden zij voor de grootste verschuiving in de naoorlogse Belgische politiek - 12 procent van de stemplichtige kiezers verruilde zijn traditionele "zuil' voor de nieuwe partijen. Sindsdien wordt er in de politiek en de wetenschap gezocht naar een verklaring.

De christen-democratische premier Dehaene analyseerde deze week in het dagblad Le Soir de extreem-nationalisten van het Vlaams Blok en de "libertijnen' van ROSSEM als de Belgische variant van een internationale trend om de politiek de rug toe te keren. Ook in Duitsland, Italië en Frankrijk trekken de burgers zich op een overdreven manier terug in hun eigen kringetje, zo meent Dehaene. Er zou sprake zijn van "cocooning', jezelf in eigen gezin of huis opsluiten, hetgeen gepaard gaat met het afwijzen van de burgerplichten jegens de samenleving. “Alles wat dan fout gaat is de schuld van de politiek”. Dehaene noemt als oorzaak de revolutie van '68, toen de burger zich bevrijdde van de bevoogding door de politiek. Dat was op zichzelf een goede zaak, “maar vandaag is de balans te veel doorgeslagen”. De nieuwe Belgische premier roept nu tot niet minder dan een reveil van de intellectuelen op om de burger te waarschuwen tegen de “verarming” die hieruit is voortgevloeid. “De burger moet zich weer engageren”, meent Dehaene.

Tegelijk probeert hij zelf in de politiek het goede voorbeeld te geven door snel en efficiënt kabinetsbeslissingen te nemen. Zijn ministers geeft hij de waarschuwing zich niet als “vedette” voor te doen, maar vooral als teamlid. De afkeer van de politiek, in België ook wel aangeduid als het "je m'en fou-tisme”, mag niet gevoed worden door ministers die zich aan quizzen en talkshows te buiten gaan. Interviews mogen van Dehaene, maar dan om de burger de maatregelen van het kabinet uit te leggen en niet om zich via kritiek op de "teamleden' te profileren.

Uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel onder studenten blijkt dat de jeugdige ROSSEM- en Vlaams Blokkiezer het huidige staatsbestel inderdaad sterk wantrouwen. “Zij hopen op de investituur van een leidersfiguur of moedige doorzettende leiders die de complexe maatschappijproblemen kunnen aanpakken.” De politicologen Rosseel en en Vilrokx ontdekten zoveel gemeenschappelijke kenmerken bij deze stemmers dat van een tijdelijke winst voor de nieuwe partijen geen sprake zal zijn. ROSSEM-kiezers blijken vooral hogere opleidingen te volgen, "witte-boorden' ouders te hebben, terwijl Blok-kiezers lagere opleidingen bezoeken en uit arbeiders milieus komen. Beide partijen trekken hoofdzakelijk mannen die van mening zijn dat een te hoog aantal vreemdelingen voor problemen kan zorgen en dat oorlog een middel kan zijn om onrecht op te lossen. Beide groepen hebben een zekere "je m'en fou' houding: zij interesseren zich niet voor de politiek, wijzen bureaucratisering af en storen zich aan "sociaal profitariaat' (misbruik van sociale voorzieningen).

De socioloog Swyngedouw van de K.U. Leuven constateert in een recente studie dat het Vlaams Blok juist veel kiezers wist te trekken door zijn neo-fascistische ideologie uitdrukkelijk terzijde te stellen. Door zich te concentreren op gevoelens van sociaal isolement, onveiligheid, machteloosheid en uitsluiting wist het zich tot spreekbuis te maken van ongeveer 15 procent van de Belgische bevolking “die op meerdere terreinen tegelijk de boot mist”. Het is die generatie die slachtoffer werd van de economische crisis van 1974 en door een te lage opleiding niet kon profiteren van de heropleving in de jaren tachtig.

In zijn studie "Waar voor je Waarden' constateert hij dat de links-rechts tegenstelling nog wel wordt gevoeld door de kiezer, maar niet meer beslissend is in het stemhokje. De allerbelangrijkste vraag voor de kiezer is of migranten dezelfde of minder rechten moeten hebben dan Belgen. “De kiezers profileren zichzelf en de partijen het meest op deze waardenoriëntatie”, aldus Swyngedouw. Uit zijn onderzoek blijkt dat ongeveer 58 procent van alle Vlamingen naar het standpunt “tendeert” dat migranten “op één of andere wijze minder rechten moeten krijgen” dan Belgen.

Het is veruit de duidelijkste tendens in zijn onderzoek. Op de "waardenoriëntatie' milieubehoud versus werkgelegenheid is er een lichte voorkeur voor werkgelegenheid waarneembaar: 40 procent is meer voorstander van werkgelegenheid en 28 procent voor meer milieubehoud. Van de onderzochte groep plaatst 32 procent zich precies halverwege. “Men wenst blijkbaar beide tegelijk”, aldus Swyngedouw.

Andere traditionele conflicten uit de Belgische politiek hebben sterk aan belang ingeboet. De tegenstelling katholiek-niet katholiek wordt nauwelijks nog gevoeld. Er is volgens deze onderzoeker globaal nog maar één breuklijn over in de Belgische politiek. Diegenen die sociaal-economisch links denken, vrije meningsuiting, tolerantie, milieubehoud, gelijke rechten voor migranten voorstaan en voor behoud van de Belgische staat zijn. De andere groep omvat diegenen die sociaal-economisch rechts denken, de nadruk leggen op veiligheid en werkgelegenheid, Vlaanderen de voorkeur geven boven België en minder rechten voor migranten aanvaardbaar achten.

Als duidelijkste exponent van de laatste groep geldt het Vlaams Blok. De groene partij Agalev (Anders Gaan Leven) komt het dichtst in de buurt van de eerste groep waarden. Maar volgens Swyngedouw is het desondanks een partij die bij de kiezer weinig geprofileerd is. “Als er in Vlaanderen, aldus de kiezer, één centrumpartij bestaat dan is het wel Agalev”, zo meent hij. Agalev zit iets links van het midden, is "licht' niet-katholiek, is voor milieubehoud, vrije meningsuiting en tolerantie en bevindt zich "quasi in het midden' bij de Waals-Vlaamse tegenstelling. “Agalev vormt duidelijk niet een echt tegenbeeld van het Vlaams Blok.” Een probleem voor de groenen is ook dat het zich onvoldoende wist te onderscheiden van andere partijen bij haar belangrijkste punt: milieubehoud.