Onderwijs ontzien, Defensie belast; Kabinet eens over bezuinigingspakket

DEN HAAG, 23 APRIL. Het kabinet is het er vannacht over eens geworden volgend jaar 1,4 miljard gulden te bezuinigen. Onderwijs wordt daarbij ontzien, terwijl Defensie extra zal moeten bezuinigen.

Het kabinet heeft nog geen besluiten genomen over het loslaten van de koppeling tussen lonen en uitkeringen en maatregelen die nodig zijn om in dat geval de koopkracht van de laagstbetaalden op peil te houden. Evenmin heeft het kabinet tot verlaging van de btw besloten. Daarover vergadert de ministerraad morgen. Wel staat in principe vast dat een verlaging van de btw met bijvoorbeeld één procent niet zal worden gefinancierd door verdere bezuinigingen op de uitgaven van de ministeries.

Het geld dat btw-verlaging de rijksoverheid kost moet worden gevonden door de ontkoppeling en door fiscale maatregelen zoals het achterwege laten van de inflatiecorrectie. Minister Kok van financiën is nog steeds voorstander van een verlaging van de btw, maar eist een deugdelijke dekking. Een verlaging van de btw kan volgens hem nog tot “pittige discussies” leiden, juist ook omdat het kabinet heeft besloten niet nog meer te bezuinigen. De PvdA-leider wil een dergelijke verlaging bezien in combinatie met de alternatieven voor een evenwichtige koopkrachtontwikkeling.

Premier Lubbers wil de btw met één procent verlagen; minister De Vries van sociale zaken heeft gesuggereerd de verlaging tot een half procent te beperken en de lasten voor werkenden via andere fiscale maatregelen te verlichten. Een verlaging van de btw met 1 procent zou het eerste jaar 1,7 miljard gulden kosten, en structureel 1,9 miljard.

Een akkoord hierover is in het kabinet nog lang niet bereikt. Het streven is wel morgen een besluit te nemen. Hoewel dat om technische redenen nog niet per se hoeft, wordt een akkoord over de hoofdlijnen van de begroting door betrokkenen wel “politiek wenselijk” geacht. Kok heeft om die reden afgezien van een reis naar Washington, waar hij de vergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zou bijwonen.

Minister Ritzen van onderwijs toonde zich vannacht tevreden met de uitkomst van het overleg en zei dat er nu een begin kan worden gemaakt met “het wegwerken van de salarisachterstand in het onderwijs”. Het bezuinigingsvoorstel dat gisteren op de kabinetstafel lag was afkomstig van premier Lubbers en minister Kok. Ritzen moet volgend jaar voor ongeveer 350 miljoen gulden bezuinigen, 100 miljoen minder dan aanvankelijk was gepland.

Pag.3: Kok eist bij ontkoppeling compensatie

Ritzen en zijn staatssecretaris Wallage hebben zich fel verzet tegen de bezuiniging van 450 miljoen gulden en tegen een extra bezuiniging van 200 miljoen gulden ten gunste van een BTW-verlaging. Het bedrag is niet verminderd door de “decibellen die ze hebben geproduceerd”, maar op basis van zakelijke argumenten, zei minister Kok na afloop van de ministerraad.

Niet alleen Onderwijs is bij de bezuinigengen ontzien; ook de ministeries van justitie en binnenlandse zaken hebben, voorzover het om de uitgaven voor de "binnenlandse veiligheid' (zoals politie en gevangenissen) gaat, relatief minder hoeven bezuinigen. Daar staat tegenover dat Defensie 100 miljoen extra moet inleveren. Van Defensie gaat 79 miljoen naar de "binnenlandse veiligheid' en 50 miljoen naar extra hulp voor de GOS-republieken. Anderzijds gaat 29 miljoen van Ontwikkelingssamenwerking naar Defensie, als bijdrage aan internationale vredesoperaties.

De discussies in het kabinet werden gisteravond gecompliceerd door berekeningen van het Centraal Planbureau over tegenvallers in de sociale zekerheid en de gevolgen voor de koopkracht van de laagstbetaalden bij ontkoppeling. Compenserende maatregelen die tot nu toe zijn overwogen (zoals het niet toepassen van de inflatiecorrectie), zouden niet toereikend zijn om de koopkracht van de minima niet te laten verslechteren. De vergadering werd na het begin vrijwel direct geschorst, omdat minister De Vries met nieuwe koopkrachtplaatjes kwam. Een ontkoppeling in 1993 met 2 procent (uitkeringen blijven 2 procent achter bij gemiddeld loonpeil), zoals Lubbers had voorgesteld, zou de koopkracht van bovenminimale uitkeringsgerechtigden (zoals WW'ers en WAO'ers) met 1,35 procent doen dalen. Met name vice-premier Kok werd door deze cijfers voor nieuwe dilemma's gesteld. Hij onderstreepte vannacht dat bij het loslaten van de koppeling tussen uitkeringen en lonen er “een behoorlijke compensatie” moet komen voor de laagste inkomens.

Lubbers heeft onder meer voorgesteld de koopkrachtgevolgen van een ontkoppeling met 2 procent op te vangen door de inflatiecorrectie in de loon- en inkomenstenbelasting nog slechts voor 40 procent door te laten gaan. De koopkracht van mensen met een minimale uitkeringen (zoals bijstand) zou in dat geval met 0,9 procent dalen. Zonder de beperking van de inflatiecorrectie zou het koopkrachtverlies nog groter zijn.