Onder twee meesters

Mister Johnson. Regie: Bruce Beresford. Met: Maynard Eziashi, Pierce Brosnan, Edward Woodward, Beatie Edney. Uitgebracht op video door Warner Home Video.

De eerste film van de Australische regisseur Bruce Beresford na het met vier Oscars onderscheiden Hollywoodsucces Driving Miss Daisy was een bescheiden project, dat min of meer deel uitmaakte van de nalatenschap van John Huston. Als Huston de roman Mister Johnson van de Ierse schrijver Joyce Cary (gepubliceerd in 1939) verfilmd zou hebben, was het resultaat waarschijnlijk cynischer en zeker minder onpersoonlijk geworden. Beresford is een vakman met een weinig uitgesproken stijl, die zich specialiseert in de liberale behandeling van koloniale thema's, die zich nu eens in het zuiden van de Verenigde Staten, dan weer in Australië of Zuid-Afrika afspelen. Op z'n best herinnert Mister Johnson aan Beresfords Breaker Morant, over een proces tegen vier oorlogsmisdadigers in de Boerenoorlog.

Het opvallendste aan de film zijn de acteerprestaties van de Nigeriaanse titelrolvertolker Maynard Eziashi (in 1991 in Berlijn bekroond met een Zilveren Beer) en de desondanks opvallend weinig emoties oproepende, vlakke stijl van de film. Het verhaal speelt zich af in Brits West-Afrika, 1923. Op een verre buitenpost laat de Engelse magistraat Rudbeck (Pierce Brosnan) zich assisteren door een zwarte klerk, die zich nadrukkelijk laat voorstaan op zijn Britse achtergrond. Deze Johnson is een tragische knecht van twee meesters, geridiculiseerd door de kolonisator en gewantrouwd door de plaatselijke emir. Johnson verkeert voortdurend in geldnood, maar vindt steevast creatieve oplossingen. Met groot enthousiasme vertelt hij over zijn kleine fraudes, laat zich verleiden tot het verduisteren van geheime rapporten van de Britse bestuursambtenaren over de emir en helpt met zijn geritsel Rudbeck bij de aanleg van een weg naar de buitenwereld. Uitsluitend door de authenticiteit van acteur Eziashi glijdt zijn personage niet af naar een karikatuur, maar het scenario van William Boyd balanceert op het randje. Men zou kunnen beweren dat de regie nauwelijks reliëf weet te geven aan de autochtone personages, maar een zelfde verwijt treft ook de bordkartonnen interpretaties van de kolonialen: een racistische bullebak, een vage idealist, een mopperende en wegkwijnende echtgenote.

Wellicht is het een verdienste van de film dat de voornaamste indruk er een is van verbijstering over de vanzelfsprekende willekeur en de stompzinnige onverschilligheid van het koloniale systeem. Tegelijkertijd doet die constatering geen pijn; men haalt zijn schouders op over deze schijnwereld, mijlenver verwijderd van de liberale tolerantie en het wederzijdse begrip dat Beresford in zijn meeste films even vanzelfsprekend omarmt. Gelukkig is de sentimentaliteit, waarmee dezelfde regisseur Miss Daisy langzaam liet toegroeien naar haar zwarte chauffeur, dit keer redelijk binnen de perken gebleven.

Het zou een aangrijpend moment moeten zijn, wanneer de van moord verdachte Mister Johnson aan het slot van de film de rechter, tevens beul Rudbeck weet te overreden om hem tegen de voorschriften in dood te schieten in plaats van het omleggen van de vernederende strop. Het gevoel dat op dat moment eerder doorbreekt is opluchting dat de zich langzaam voortslepende film nu snel afgelopen zal zijn. Hoe fatsoenlijk ook de keuze mag zijn om Mister Johnson niet uitsluitend vanuit het gezichtspunt van de blanken te vertellen, het wisselende perspectief maakt de identificatie er niet eenvoudiger op. Waarschijnlijk moet een film die zich nu nog wil buigen over het koloniale verleden een keuze maken tussen de absurde decadentie van de machthebbers of zich helemaal aan de zijde van de Afrikanen scharen. Tussenoplossingen leiden noodzakelijkerwijs tot, in dit geval goed bedoeld paternalisme.