Nieuwe muziek van Ferneyhough extatisch

Concert door Asko Ensemble o.l.v. Jonathan Nott, met Irvine Arditti (viool). Werken van: Varèse, Schubert, Ferneyhough, Xenakis en Francesconi. Gehoord: 22/4 Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 24/4 Zuidlandtheater, Terneuzen; 24/4 Muziekcentrum, Enschede; 26/4 Städtischer Saalbau, Witten. Opname 25/4 VPRO en 26/4 Westduitse Omroep.

De race tegen de klok die Alfred Schnittke voerde in zijn opera Leven met een Idioot vond ongeveer gelijktijdig een pendant in de almaar uitgestelde voltooiing van Terrain van Brian Ferneyhough, geschreven in opdracht van de Gulbenkian Stichting, bestemd voor het Brusselse festival Ars Musica. Terwijl Schnittke ploeterde om de tweede acte op tijd klaar te krijgen, werd Terrain andersom, van achteren naar voren in delen bij het Asko afgeleverd. Afgeleid door de ziekte van zijn moeder slaagde Ferneyhough er niet in zijn werk in het Belgische festival geplaatst te krijgen, maar woensdagavond luisterden wij dan eindelijk toch naar Terrain voor vioolsolo met begeleiding van de blazersbezetting uit Varèse's Octandre: het eerste hedendaagse werk dat Ferneyhough op vijftienjarige leeftijd bewust heeft gehoord.

Ook in Terrain treffen contrasterende klankblokken en is er een opbouw vanuit extremen, maar toch is Ferneyhough voor zijn doen hier veel minder complex dan in vorige werken, zeker wat de langere, donkergekleurde blazersmassieven betreft.

De hypernerveuze vioolsolo, die vijftien minuten lang ononderbroken, hortend en stotend, woedend krassend dwars door de blazers heen klinkt, geeft de onvervalste Ferneyhough weer. Het hysterische begin is fascinerend, maar de volgende kaalslag in het begeleidend ensemble is wat minder overtuigend. De componist toont echter weer een ijzeren greep op zijn slotmateriaal.

Meer coherent en minder wisselvallig toonde zich in de Kleine Zaal van het Concertgebouw gisteravond de tweede première: Luca Francesconi's Riti neurali (een opdracht van Radio France) voor vioolsolo met begeleiding van ditmaal de bezetting van Schuberts Oktett in F, op. 166 D 803.

Zijn bij Ferneyhough de lage blazers belangrijk, Francesconi gaat uit van de hoge strijkers, maar met instrumenten als klarinet en hoorn ter inwendige stuwing (bij Ferneyhough is een terminologie als inwendige bloeding toepasselijker). Zoals wel meer bij deze Italiaan krijgt geleidelijk aan het ornament een meer melodische betekenis. Heeft Ferneyhough's extase iets gruwelijks, het is een wrede muziek, bij Francesconi wint uiteindelijk de elegante lokroep. Hij moet maar gauw iets voor theater schrijven, want na Riti neurali kon zó het doek omhoog.

De uitvoeringen waren voortreffelijk, zeker de voorbereidingsproblematiek in aanmerking genomen, maar de meeste rillingen kreeg ik toch van Xenakis' Anaktoria, voor mij dan ook nog steeds een van de beste stukken uit de zestiger jaren.