Muziek gaat ten onder in een zee van lawaai; James zwelgt in electronica

Concert: James. Gehoord: 22/4 Paradiso, Amsterdam.

Popmuzikanten maken doorgaans gretig gebruik van de beschikbare technische hulpmiddelen, van synthesizers tot de nieuwste drummachines en van futuristische gitaarmodellen tot computergestuurde midi-apparatuur. Een muzikant die zich laat overtroeven door de techniek, is als de machinist van een op hol geslagen locomotief. De Engelse groep James ontspoorde gisteravond op een beschamende manier, nota bene tijdens de publieksfavoriet Sit Down die om tactische redenen tot de toegift bewaard was gebleven.

Na een snoeihard optreden barstensvol oorverdovende en oogverblindende high tech, moest de motor worden stopgezet omdat zanger Tim Booth temidden van een enorme uitstalling van apparatuur de draad was kwijtgeraakt. Zijn vals ingezette zangmelodie stokte en de sfeer onder het welwillende publiek, dat in de halfvolle zaal nog maar net op gang was gekomen, daalde naar het nulpunt.

James begon acht jaar geleden als een tamelijk onschuldig popgroepje uit Manchester, lang voordat er sprake was van de inmiddels alweer uitgewoede ophef rond de Manchester-scene. Met stadgenoten The Smiths deelden Booth en zijn medemuzikanten een voorliefde voor gevoelige liedjes en een eerlijke, ongekunstelde instrumentatie. Met vallen en opstaan - op zeker moment kwam er een live-album uit met de relativerende titel One Man Clapping - werd in eigen land een fanatieke aanhang opgebouwd, herkenbaar aan het bloemetjesmotief van de bij optredens verkochte t-shirts.

Op basis van de steeds grootschaliger concerten kreeg het tot een zevental uitgebreide James de reputatie van een publieksband bij uitstek, in het kielzog van U2 en Simple Minds. De breed uitwaaierende nummers van de platen werden in toenemende mate episch en meeslepend, met hoogdravende teksten over vrijheid en de zin van het leven. Het recente album Seven valt op door de prominente bijdragen van trompettist Andy Diagram, een gastmuzikant die ook live niet van ophouden weet. Zijn uitbundig spel ging echter al spoedig ten onder in een zee van lawaai, met vervormde bastonen en een door computers aangestuurd ritme. Uitgerekend tijdens Love Of Life, werd het volume opgeschroefd tot een ondraaglijk niveau.

Ondertussen moest het publiek zich het felle licht van een batterij druk bewegende zwaailichten laten welgevallen, als was er een uit de hand gelopen house-party aan de gang op de binnenplaats van de Bijlmerbajes. Al die vervreemdende en onpersoonlijke effecten wekten de indruk dat de machines het voor het zeggen hadden, en dat James alleen de knopjes bediende.