Mooie teksten zijn nog geen toneelstuk

Voorstelling: Gasthuisschetsen naar tekst van Aletrino en De Haan. Bewerking en regie: Bart Kiene. Gezien: 21/4 in Frascati, Amsterdam. Te zien aldaar t/m 9 mei.

Voor een half ingestort balkon loopt een keurig geklede heer heen en weer en repeteert zijn toespraak. Zeer geachte, nee gewenste, zeer gewenste dames en heren, nee toehoorderessen en toehoorders. Wat gaat hij voor belangrijks zeggen zeggen dat hem aan zijn aanhef al zo veel gelegen is? Hij wil vertellen dat er homoseksuele mannen bestaan die hij uranisten noemt en mannen die wel eens "homoseksuele daden doen' maar die daarom nog geen uranist zijn. Aan zijn breed gestrikte das hadden we het al gezien: hij is niet van deze tijd.

Arme Reinier Bulder die als Arnold Aletrino deze niet onverstandige maar volstrekt achterhaalde tekst moet uitspreken. Hij doet zijn best, maar het blijft stijfjes en toneelmatig en het is onontkoombaar dat de vraag zich bij de toeschouwer opdringt: wat moet ik hier mee. Waarom komt iemand uit het begin van deze eeuw overgewaaid om mij nog eens te gaan vertellen dat er homoseksuelen zijn en dat we die niet moeten veroordelen. En zelfs: dat ze beklagenswaardig zijn want geen vrouw hebben. De vrouwelijke uranist wordt in deze toespraak buiten beschouwing gelaten.

Regisseur Bart Kiene schoof tekst van Aletrino (uit Gasthuisschetsen ) en van Jacob Israel de Haan (uit Pijpelijntjes ) in elkaar, vermoedelijk in de veronderstelling dat hij er een toneelstuk van maakte. Helaas, hij vergiste zich. Wat in Pijpelijntjes mooi en beklemmend is, de verhouding tussen twee jongens waarvan de een wel en de ander niet homoseksueel is, komt hier absoluut niet uit de verf.

De een oreert over de dood en mept erop los, de ander moet halfgare teksten uitspreken als "Blinkwit lichtte de slag door de zwartstilte. Een slag op mijn wang bloedrood. Diepziek en huilend viel ik op de grond neer' etc. Voor een lezer zijn zulke sterk gedateerde passages wel acceptabel. Op het toneel helaas niet. Martin Wippo, die Jacob speelt, weet er geen enkel effect mee te sorteren.

Ongetwijfeld is dit hele stuk voortgekomen uit liefde voor De Haan en Aletrino, en er wordt hier en daar ook niet onverdienstelijk geacteerd, al is het voor de acteurs lastig spelen als zij het ene moment realistisch moeten zijn (verdonkerende blik, samengeknepen mond, een flinke klap) en het volgende moment in het geheel niet (waarom huil je? geen traan of snik te zien) maar het geheel is bloedeloos gebleven. Hoe ontroerend het verhaal over het mismaakte verliefde juffertje in het gasthuis ook is, een mooie tekst is nog lang geen toneel.