Kogels aan koordjes aan nepnagels

“Ik heb een hekel aan rages” zegt Vinoodh Matadin, die gisteren ter ere van het 25- jarig jubileum van Frans Molenaar zijn wintercollectie toonde. Sommige van de modellen leken afkomstig uit een film van Cocteau. Dit is de vierde aflevering in de serie over jonge Nederlandse ontwerpers.

“Ik wil dat mensen mijn werk serieus nemen,” zegt Vinoodh Matadin verbeten, “want dat doe ik zelf ook.” Zo lang als de dertigjarige Amsterdammer het zich kan herinneren is hij bezeten geweest van mode. De modeacademie leek dan ook een vanzelfsprekende keuze na de middelbare school. Vinoodhs vader, die kleermaker was, verklaarde hem voor gek. Keihard werken, weinig brood op de plank en moordende concurrentie: wie kiest daar voor? Matadin zette de stap en wist met zijn ontwerpen succesvol tussen kunst en commercie te laveren. De jaren tussen zijn afstuderen aan de Amsterdamse modeacademie Vogue - in 1985 - en nu vormen daarvan de illustratie.

Tijdens een modeshow van ex-studenten in Paradiso in 1986 trok Matadin samen met Rick Bovenweert voor het eerst de aandacht. Het ontwerpersduo bracht de sterk gestileerde en op Tiroler klederdracht genspireerde collectie "Brünhilde Lawina'. Met zijn volgende collecties won Matadin verschillende prijzen. Onder de merknaam "Lawina'(L) trad hij toe tot het Nederlands ontwerperscollectief GILL, dat verder bestond uit Lola Pagola (L), de Imps (I) en Gletcher (G). Al voordat GILL in mei 1991 op werd geheven, haakte Matadin af. Via Mac & Maggie, voor wie hij onder zijn voornaam een commerciële kledinglijn ontwerpt, kwam hij in contact met Gloria Kok. Zij produceert en financiert sindsdien zijn collecties. Gisteren presenteerde Matadin samen met de jubilerende Frans Molenaar zestig ready to wear-ontwerpen voor de winter van 1992/1993.

“Theater en film zijn mijn belangrijkste inspiratiebronnen,” zegt Matadin, als ik hem opzoek in een studio in havens West. Matadin is druk bezig met het fotograferen van kleding. Een visagist beschildert een flinterdun model met dramatisch donkere make-up. Diepzwart zijn de oogleden, de lippen en de nagels. Aan zwarte koordjes - bevestigd aan de nepnagels - bengelen zwarte kogeltjes. Licht tinkelend wiegt het model op kloshakken het witte studioscherm tegemoet. Zij draagt een eenvoudige, slank gesneden zwarte mini-jurk en kan zo uit de set van een van Cocteau's films zijn weggelopen.

“De kleding die ik maak is niet sensationeel van vorm,” zegt Matadin. “Jurken, jassen en broeken zijn eenvoudig van snit, secuur afgewerkt en hebben een goede pasvorm. Ook voor de collectie die ik met Molenaar heb gemaakt, ben ik uitgegaan van veel slank gesneden en op de jaren dertig genspireerde jurken (kort of enkellang) van mohair, satijn, zijde en crèpe. De jurken zijn schuin van draad, waardoor de stof soepeler om het lichaam heenvalt en beter tot zijn recht komt.”

Traditonele vormen koppelt Matadin aan moderne. Een lycra body met een gestreept bloezend bovenstuk (samen met Molenaar ontworpen) combineert hij met een zwart rubberen maillot. Rubber is een van de materialen waar Matadin, net als veel andere ontwerpers op het moment, mee werkt. Van een gevoeligheid voor trends wil hij niets horen. “Ik heb een hekel aan rages. Het slaat nergens op als een ontwerper zegt dat dit jaar de roklengte weer wat langer of korter wordt. Dat zijn alleen maar verkooppraatjes, waar ik niet aan mee wl en ook niet kàn doen. Natuurlijk laat ik me wel benvloeden door wat ik om mij heen zie en hoor, dat is onvermijdelijk. Ook heb ik voorliefdes voor bepaalde ontwerpers - in het buitenland Mugler, Gigli en Alaä; hier in Nederland Puck en Hans. Naar hun collecties kijk ik goed. De rest in Nederland stelt weinig voor. Er bestaat hier geen afzetmarkt voor vernieuwende ontwerpen. Mac & Maggie is een van de weinige bedrijven die risico's durven te nemen. Nederlands talent vertrekt òf naar de afzetmarkten in het buitenland, òf verkoopt zichzelf aan de confectie-industrie. Daar blijft men dan tot zijn vijfenzestigste van die onsmakelijke broeken, jassen en blouses voor overdag maken.”

Styling is voor Matadin erg belangrijk. Om iedere collectie spint hij een beeld, een illusie die hij aan de drager verkoopt. De schemerwereld tussen onder- en bovenwereld, het door de spiegel stappen van Alice in Wonderland, maar ook de absurdistische humor van Jacques Tati zijn favoriete thema's. “De metamorfose die een mens ondergaat als hij bepaalde kleren aantrekt, boeit me. Dat je iemands uitstraling kunt veranderen door hem of haar een andere outfit aan te trekken. Dat is het mystieke en uitdagende aan mode. Het geeft mensen inzicht in hun mogelijkheden om iets aan zichzelf te veranderen. Met eenvoudige accessoires kun je de toeschouwer een heel gecompliceerd beeld voorspiegelen.”

Dat de "sfeerbeelden' die Matadin ontwerpt maar voor een beperkte tijd "in de mode' zijn, ervaart Matadin niet als hinderlijk. Mode brengt juist door haar voortdurend wisselende aanzien een belangrijk kenmerk van de mens tot uitdrukking. Matadin: “Mode weerspiegelt de aard van de mens. Niets is zo veranderlijk als de mens. En als mijn modellen niet meer in de smaak vallen, dan zijn er toch altijd nog musea?”