JETTY CANTOR 1903 - 1992; Actrice en Stehgeiger

Jetty Cantor, van wie pas nu bekend is geworden dat ze vorige week op 88-jarige leeftijd overleed, genoot vooral in de vooroorlogse jaren landelijke bekendheid als violiste, zangeres en leidster van een ensemble dat licht-klassieke werkjes speelde.

Daarna werkte ze vooral als actrice bij een eigen gezelschap, dat was voortgekomen uit de radiohoorspelkern. In 1979 werd ze benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

Jetty Cantor, die eigenlijk Henriëtte Frank heette, kwam uit een muzikale familie. Haar vader had een eigen orkestje en haar broer Jaap werd cellist. Ze studeerde aan het Haags conservatorium en was al snel daarna een ravissante verschijning, een vrouwelijke Stehgeiger die aan haar viool smeltende melodieën ontlokte in de tijd dat elke lunch- en tearoom nog een eigen strijkje had. Ze trad in de jaren dertig veelvuldig als zangeres en violiste op in het Kurhaus-cabaret van Louis Davids en werkte mee aan een groot aantal radio-uitzendingen voor de AVRO.

In 1942 werd ze naar Westerbork getransporteerd, waar ze zich aansloot bij de Duits-joodse artiesten die daar regelmatig revue-avonden verzorgden, en van één van hen acteerlessen kreeg. “Als je première had, zat de hele zaal vol,” vertelde ze later. “Het was zoals je dat van vroeger gewend was, met bloemen. Maar na afloop moest je ineens in die diep-donkere nacht door het zand - straten waren er niet - naar je barakje teruglopen.” Ook in Auschwitz, in 1944, had ze haar viool nog bij zich, maar ze kon het niet opbrengen te spelen bij de ingang van de gaskamer.

Na de bevrijding wendde Jetty Cantor zich af van de amusementsmuziek, die intussen een sterk Angelsaksisch karakter had gekregen. Samen met haar echtgenoot, de acteur Maarten Kapteyn, stichtte ze de in blijspelen en volkstoneel gespecialiseerde Radiostad Comedie. In het begin van de jaren zestig speelde ze korte tijd de rol van Saartje in de populaire tv-serie Swiebertje en daarna verscheen ze nog in een aantal series van Willy van Hemert.