Informele narcocratie ligt in Suriname op de loer

Onderstaande tekst is een samenvatting van de rede die hij uitsprak op een onlangs gehouden Suriname-symposium aan de Erasmus Universiteit.

Het heeft er alle schijn van dat Suriname een narcocratie is geworden. Een narcocratie is een politiek systeem dat zijn belangrijkste ondersteuning vindt in de handel in illegale drugs.

Er kan sprake zijn van een formele narcocratie, waarbij de economische overleving is gebaseerd op de drugshandel, of een informele of diffuse narcocratie - een politiek systeem dat wordt beheerst door een wettige en ideologische noodzaak om over te komen als een bestrijder van haar belangrijkste (economische) activiteit, de drugshandel.

Een aantal voorbeelden om aannemelijk te maken dat Suriname een narcocratie is:

De affaire Boerenveen. In het najaar van 1984 is de CRI in verband met cocaïnehandel betrokken geweest bij een onderzoek naar een aantal Colombianen. Tijdens dit onderzoek bleken connecties met personen van Surinaamse nationaliteit, die in nauw contact stonden met de Surinaamse legerleider Bouterse. Uiteindelijk werd de Surinaamse kapitein Boerenveen in Miami (VS) aangehouden en veroordeeld tot een langdurige vrijheidsstraf.

In november 1988 werd op Schiphol 55 kilo cocaïne in beslag genomen. Deze cocaïne was afkomstig uit Suriname. Sindsdien werden de berichten in de krant over de rol van de Surinaamse legerleiding bij de cocaïnehandel steeds manifester. Naar aanleiding hiervan ging de CRI de rol van de Surinaamse legerleiding in de cocaïne-handel onderzoeken. In maart 1989 is door de CRI voor het eerst een analyse gemaakt van de betrokkenheid van de Surinaamse legerleiding bij de cocaïnedoorvoer. Sindsdien wordt daarover door de CRI periodiek verslag uitgebracht.

Infiltratie in Nederland. Eind 1988 stuitte de BVD, bij het verzamelen van gegevens over activiteiten van de Surinaamse legerleiding, op berichten dat Bouterse en de zijnen bezig zouden zijn de Nederlandse overheid te infiltreren. In een brief van de ministers van binnenlandse zaken en justitie van 14 oktober 1991 wordt gesteld dat “vaststaat dat er onder invloed van de Surinaamse legerleiding daadwerkelijk pogingen zijn gedaan om de Nederlandse overheid te infiltreren. Met name is geconstateerd dat vanuit Suriname personen met een bepaalde achtergrond stelselmatig hebben geprobeerd een aanstelling te krijgen bij de Nederlandse politie. Het ging daarbij om personen die banden hadden met de Surinaamse inlichtingendienst, met de legerleiding of met drugscriminelen”. Als gevolg hiervan zijn twee Surinaamse diplomaten persona non grata verklaard en is de algemeen adviseur van de korpsleiding te Amsterdam wegens zijn contacten met Bouterse geschorst.

Militaire uitgaven. Volgens de begroting van Suriname mag per jaar voor 17 miljoen gulden aan gevechtsmateriaal worden gekocht terwijl in de afgelopen vijf jaar Suriname alleen al aan strategische wapens bijna 400 miljoen heeft uitgegeven (Stockholm International Peace Institute (Bron: Krant op Zondag 19-1-1992)).

Een parallelmarkt in narcodollars. Het Surinaamse bedrijfsleven heeft vorig jaar voor ongeveer 120 miljoen gulden aan goederen geïmporteerd met geld afkomstig van de drugshandel (aldus Het Parool, 28-3-1992). Suriname beschikt zelf over een gelimiteerd aantal dollars om goederen te importeren. De dollar levert op de zwarte markt twintig Surinaamse guldens op.

Bilaterale samenwerking tussen Nederland en Suriname zou moeten worden geïntensiveerd om dit probleem te bestrijden. Echter al tachtig jaar proberen we drugsgebruik te bestrijden door het strafbaar stellen van de produktie, de vervaardiging, de uit- en invoer, en de afgifte van, de handel in, en het in bezit hebben van drugs en nu ook het witwassen van drugswinsten zowel nationaal als internationaal. De internationale verdragen hebben in toenemende mate de nadruk gelegd op het strafrecht, als middel om het uitgangspunt "een drugsvrije wereld' te bereiken. Zo ook de nationale regeringen. Veel geholpen heeft het niet. De directeur van de VN-commissie ter bestrijding van verdovende middelen (Commission on Narcotic Drugs), Giogio Giacomelli, waarschuwde tijdens de opening van de vijfendertigste zitting van de commissie op 30 maart, dat de wereld de oorlog tegen de drugs dreigt te verliezen. Het jaarlijks rapport van het International Narcotic Control Board (1991) stelt dat het gebruik van heroïne met sprongen toeneemt en het gebruik van cocaïne, ooit slechts misbruikt in Latijns Amerika, de VS en Europa, zich uitbreidt naar Afrika, het Midden-Oosten, Zuid- en Zuidoost-Azië en Oceanië.

Elk bedrijf dat voortdurend faalt in het bereiken van zijn uitgangspunten, zo stelde professor Rüter het al in 1986, gaat ongetwijfeld failliet. Wetshandhaving echter niet, die mag worden gecontinueerd, ook al werkt ze duidelijk averechts. Dat maakt wetshandhaving zo gevaarlijk, vooral als de evaluatie en het veranderen van het beleid wordt geblokkeerd door de dooddoener dat internationale verdragen dat zouden verbieden, alsof deze eeuwige waarde hebben. Zelfs al zou het strafrecht het gebruik van illegale middelen beperken dan nog heeft het feit dat drugs strafrechtelijk worden bestreden veel ongewenste neven-effecten. Om er een paar te noemen: - de winsten uit de drugshandel hebben een georganiseerde criminaliteit doen ontstaan met een grote economische macht, waardoor ook activiteiten op het gebied van vuurwapens, gokken, prostitutie en vrouwenhandel worden gefinancierd. - deze financiën stellen de drugshandel ook in staat zich uit te breiden naar de legale handel en zelfs om in overheidsdiensten te infiltreren.

De inzet van het strafrecht op dit gebied moet ook wel mislukken. En wel om twee hele simpele redenen. De eerste is, dat een vraag altijd een aanbod creëert. De vraag naar dit soort middelen is al zo oud als het bestaan van de mensheid. Ten tweede, nog nooit heeft het strafrecht een strafbaar feit volledig kunnen uitroeien. Natuurlijk geldt hetzelfde voor diefstal, verkrachting en moord. Het zal er altijd zijn. Toch zal niemand beweren dat deze activiteiten maar gelegaliseerd moeten worden omdat het strafrecht er niet in geslaagd is ze volledig uit te roeien. We accepteren het relatieve succes in het bestrijden ervan, omdat het het best haalbare is in de gegeven omstandigheden. Maar dit ligt anders bij de bestrijding van het illegale drugsgebruik. Daar voert het strafrechtelijk optreden ons steeds verder weg van de gekozen doelen en confronteert het ons met zeer ernstige neven-effecten.

Het lijkt daarom onverstandig om te kiezen voor nog meer strafrecht. Een internationale aanzet om te komen tot legalisering van de nu illegale drugs moet ernstig worden overwogen voordat het te laat is. Het is jammer dat in 1988 die kans is gemist. Maar misschien is de tijd daar nu meer rijp voor, gezien bijvoorbeeld Europese initiatieven als de "Frankfurther Resolutie'. Een aantal Europese steden, waaronder ook Amsterdam en Rotterdam dringen aan op een ander beleid waarin serieus moet worden overwogen alle illegale drugs op enigerlei wijze legaal te verstrekken.

De "oorlog tegen de drugs' is definitief verloren. Het wordt hoog tijd dat we na bijna een eeuw iets nieuws proberen.

De zaak ligt voor Suriname nog iets gecompliceerder. Voorwaarde voor het (opnieuw) in aanmerking komen voor ontwikkelingshulp - er ligt nog 1,3 miljard gulden gereserveerd - is dat in Suriname de rechtsstaat wordt hersteld. Minister van justitie Hirsch Ballin heeft daarvoor altijd twee zaken in één adem genoemd. Ten eerste, het burgerijk gezag moet blijvend boven het militaire gezag worden geplaatst. Ten tweede, de doorvoer van cocaïne naar Nederland moet worden bestreden.

Hier dreigt een groot gevaar. In een land waar de legerleiding zelf wordt verondersteld de organisator van deze doorvoer te zijn en het feit dat zij in het laatste decennium in staat is gebleken haar macht uit te breiden over alle geledingen in de maatschappij moet worden gevreesd voor de uitvoerbaarheid daarvan. Om de ontwikkelingsgelden te redden moet Suriname wel hard optreden, of althans net doen alsof hard wordt opgetreden, tegen deze cocaïne-doorvoer. Het gevaar van een informele of diffuse narcocratie ligt hier op de loer. De ontwikkelingsgelden moeten niet worden besteed aan geldverslindende projecten tegen de doorvoer van cocaïne maar aan de opbouw van de Surinaamse economie.

Foto: De Surinaamse kapitein E. Boerenveen (links), voor hij in verband met de handel in drugs in 1986 in de Verenigde Staten werd gearresteerd. (Foto Weekkrant Suriname)