Hoogleraar wil aandacht voor werken van de Heilige Geest

Dr. M.F.G. Parmentier werd vorige week benoemd tot bijzonder hoogleraar in de theologie van de charismatische vernieuwing. Een nieuw vakgebied zonder leerboeken, waaraan de hoogleraar zelf een invulling moet geven.

AMSTERDAM, 23 APRIL. Zijn studenten hoeven geen dikke handboeken door te ploegen, want die zijn er niet op zijn vakgebied. Wel veel “praktische boekjes”, zoals "Wat is de dienst der genezing?'. Dr. M.F.G. Parmentier, die vorige week is benoemd tot bijzonder hoogleraar in de theologie van de charismatische vernieuwing aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, weet dan ook nog niet precies hoe hij zijn leeropdracht zal invullen.

“Ik moet dit vakgebied zelf gestalte geven. Afgezien van het Nieuwe Testament en wat een paar kerkvaders over de Heilige Geest hebben geschreven, is het wetenschappelijk gezien een vrijwel onontgonnen terrein”, zegt hij.

De charismatische beweging is een religieuze vernieuwingsbeweging die vooral de verstarde kerkstructuur wil doorbreken. Centraal in de geloofsbeleving staat de kracht van de charismata, de genadegaven die God met Pinksteren door de Heilige Geest aan mensen heeft gegeven. Bijvoorbeeld de gave van de genezing, van de wijsheid en van de profetie. De beweging is overgewaaid uit met name de Verenigde Staten en Zuid-Amerika.

De leerstoel is uniek in de wereld. Dat hij bij de VU komt, is volgens Parmentier geen toeval: de oud VU-hoogleraar dogmatiek prof. J. Veenhof had altijd al grote belangstelling voor de leer van de Heilige Geest en heeft zich ingespannen voor de vestiging van de leerstoel. Ook bestaat binnen de gereformeerde kerken nogal wat aandacht voor de charismatische vernieuwing. Ook dat is geen toeval, zegt dr. J.A. Montsma, die dogmatiek doceert aan de VU: “De geloofsbeleving is vooral een zaak van het verstand geworden, maar het geloof heeft ook een emotionele component. De gereformeerde liturgie komt ook nogal eenzijdig over met een sterke nadruk op de prediking. Maar een kerkdienst is meer en bijvoorbeeld het gevoel dat mensen bijeen zijn in de Geest zou wat sterker naar voren kunnen komen. Er is ook een zekere reserve, er zijn natuurlijk altijd mensen die zeggen: moet dat nou zo nodig. De beeldvorming van de charismatische vernieuwing is nogal negatief bepaald door gebedsgenezers”.

Anders dan de Pinksterbeweging wil de charismatische beweging binnen de traditionele kerken actief zijn. Parmentier: “Formeel is er niets mis met de kerken, maar wel met de manier waarop wij kerk zijn en dat beleven. De charismatische vernieuwing pretendeert niet een even breed aandachtsgebied te hebben als de kerken zelf en dat hoeft ook niet want anders zouden wij bijna een nieuwe kerk worden en dat is pertinent niet de bedoeling. De charismatische beweging streeft naar een nieuwe beleving van het persoonlijk geloof.”

Volgens Parmentier, die in 1973 in Oxford promoveerde op "De leer van de Heilge Geest bij Gregorius van Nyssa', en nu kerk- en dogmageschiedenis van de vroeg-middeleeuwse theologie doceert aan de Katholieke Theologische Universiteit in Utrecht, wordt in de Westerse theologiebeoefening ten onrechte weinig aandacht besteed aan de Heilige Geest. De aandacht gaat vooral uit naar de Vader en met name naar de Zoon. “De Heilige Geest is ook de meest schimmige figuur in de drieëenheid maar zonder de Heilige Geest is de Bijbel een dode letter. Waar het ons om gaat is een antwoord te vinden op de vraag hoe de geest van Christus in de mensen werkzaam is.”

In de kerken moet daar zichtbaar gestalte aan worden gegeven. Nu gebeurt dat overal in den lande nog in kleine kring, bijvoorbeeld tijdens een "dienst der genezing' waar mensen naar voren kunnen komen voor handoplegging of voor het doen van persoonlijke voorbeden. Genezing omvat echter meer dan hersteld zijn van een lichamelijke kwaal. Het moet mensen “heel maken en in gemeenschap brengen met God, met hun medemensen en met de gehele schepping”, aldus Parmentier.

Tweemaal per jaar organiseert de Charismatische Beweging Nederland een bijeenkomst in het Overijsselse Dalfsen, die een paar dagen duurt en waar honderden mensen tijdens gebedsbijeenkomsten uiting geven aan hun geloof. Er wordt muziek gemaakt die “mij het gevoel geeft dat mensen erdoor gemasseerd worden”, aldus Montsma. “De aanhangers van de beweging hebben een voorkeur voor zachte, ietwat zoete tonen.”

Een belangrijke plaats binnen de charismatische beweging wordt toegekend aan het pastoraat dat volgens Parmentier “omhelzender is dan het gewone pastoraat omdat binnen de beweging meer omarmd wordt dan binnen de kerk”. En ook anders dan binnen het gewone pastoraat kunnen cliënten door geestelijke groei en innerlijke genezing de charismatische pastor van morgen zijn.

Met de Pinksterbeweging en de Baptisten bestaat tot spijt van Parmentier maar weinig contact. Het grote struikelblok is dat bij de Pinksterbeweging de theologie “niet altijd centraal staat en dat vinden mensen toch jammer”. Ook de gedachte dat het spreken in tongen “bijna als voorwaarde wordt gesteld om te kunnen zeggen dat je in de Heilige Geest bent”, wordt door de charismatische beweging niet gedeeld.

Ook is er geen druk onderling verkeer tussen deze vernieuwingsbeweging en de aanhangers van de New Age-religie. Parmentier: “Als ik het scherp stel, zegt de New Age-beweging dat er geen wezenlijk verschil is tussen God en de mens. Dus dat de mens in diepste wezen ook God is. Ik zeg daarentegen: wij zijn maaksels van God. Hij wil als Schepper met ons omgaan maar wij zijn geen God en Hij is geen mens”.