Het ontstaan van de kaderfax en Lubbers' torentje als postkantoor

DEN HAAG, 23 APRIL. Complete begrotingsbesprekingen voor 1993 terwijl het lopende begrotingsjaar nog geen vier maanden oud is. De begrotingscyclus is dit jaar verrijkt met een nieuw fenomeen: de kaderfax.

Traditioneel - sinds KVP-minister Nelissen er begin jaren zeventig mee begon - geeft de minister van financiën in de Kaderbrief de grote lijn aan voor de nieuwe begroting. De omvang van financieringstekort en collectieve lastendruk (som van belastingen en sociale premies) wordt bepaald. En de minister van financiën geeft aan hoeveel er moet worden bezuinigd en/of hoeveel geld er is voor nieuw beleid.

Op 30 maart heeft minister Kok de Kaderbrief 1993 naar zijn collega's gestuurd en sindsdien bestoken de departementen elkaar met alternatieven, amendementen en "bouwstenen' via de fax, waarbij het Torentje van minister-president Lubbers is verworden tot een postkantoor. Van de grote lijn die de Kaderbrief zou moeten aangeven, is weinig overgebleven. In het faxverkeer wordt op twee decimalen achter de komma nauwkeurig de koopkracht van sociale minima, minimumloners, een, anderhalf, twee en vier keer modaal voor volgend jaar berekend.

“Absurd”, meent dr. W. Drees, voormalig topambtenaar bij financiën, oud-minister van verkeer en waterstaat en destijds politiek leider van DS70. “In de jaren vijftig en zestig sprak de minister van financiën tête-à-tête met zijn collega's. Problemen werden systematisch geïnventariseerd en er werden concrete afspraken gemaakt om ze op te lossen. In de ministerraad werd over de hoofdlijn van het beleid gesproken. Maar sinds de introductie van de Kaderbrief door minister Nelissen wordt het hele jaar over de begroting gesproken en hebben de ministers geen tijd om beleid te maken. Het kwaad zit in de procedure.”

Op dit moment speelt minister Kok op “veertien borden simultaan schaak”, meent oud-minister van financiën dr. J. Zijlstra. “In mijn periode (1958-1963, red.) werd in februari-maart door de minister van financiën de budgettaire ruimte vastgesteld voor nieuw beleid. Dit voorstel werd in de ministerraad gefiatteerd en vervolgens trok de minister van financiën zich terug om met de afzonderlijke vakministers de puntjes op de i te zetten. En als een vakminister dan om meer geld vraagt dan gingen ze samen terug naar de ministerraad. Het twee-gevecht met de minister van financiën werd verbreed tot een gevecht met alle ministers. Immers, meer geld voor een minister is minder voor anderen. De minister van financiën zat dus in een hele comfortabele positie. Ik denk dat Kok daar op dit moment met jaloerse blikken naar zal kijken.”