Het geweten van de onderwijsvakbonden

Eind 1990 kwam een rapport uit waarin stond dat het 300 miljoen gulden zou kosten als beginnende leraren hetzelfde salaris kregen als academici en HBO'ers die niet in het onderwijs werken. Het rapport was afkomstig van de Nahossers, jonge leraren die zich eerder dat jaar hadden verenigd om actie te voeren tegen hun lage salarissen. De lage aanvangsssalarissen in het onderwijs zijn een gevolg van het in 1985 tussen ministerie en onderwijsvakbonden gesloten HOS-akkoord, vandaar de naam "Nahossers'.

Omdat het ministerie van onderwijs in 1990 geen overzicht van de salarisachterstand van jonge leraren kon verschaffen, hadden de Nahossers een bevriende accountant aan het werk gezet. Volgens de accountant bedroeg de achterstand van het hele onderwijs ruim een miljard - ongeveer hetzelfde bedrag dat in februari van dit jaar uit het officiële onderzoek van het ministerie van onderwijs rolde.

Inmiddels zijn de Nahossers een vereniging met 450 leden en een mailinglist van 1500 namen. De actievoerders van het prille begin doen het werk nog steeds in hun vrije tijd. Wel is onlangs besloten brieven niet meer eigenhandig op het postkantoor te stempelen om geld uit te sparen. Er worden nu postzegels op de enveloppes geplakt. Maar als er een nieuwsbericht moet worden verstuurd staat godsdienstleraar en voorzitter Huub Verweij nog steeds een paar uur in de copy-shop. Op 12 mei organiseren de Nahossers een landelijke actiedag voor hogere salarissen - het onderwijs moet plat.

""We hebben de afgelopen twee jaar veel geleerd. In feite zijn we in 1990 heel naïef begonnen. Het was mijn eerste schooljaar en toen ik het salarisstrookje zag dacht ik: goh, ook niet veel. Maar ze hadden op school tegen mij gezegd dat er een nieuw salaris was, dus ik dacht: dat zal iedereen dan wel hebben. Pas maanden later vergeleek ik het eens toevallig met dat van een wat oudere collega van mij, die ongeveer dezelfde aanstelling had. Maar hij verdiende honderden guldens meer.

""Nadat ik me over het HOS-akkoord had laten informeren dacht ik: dat pik ik niet. We leiden op school leerlingen op tot mondige, geëmancipeerde mensen en zelf laten we ons onderbetalen. Een paar weken later was er een vakbondsbijeenkomst voor jonge leraren, ik weet niet meer wat het onderwerp was maar op een gegeven moment ben ik opgestaan en heb ik gezegd: wij zijn een nieuwe actiegroep, de Nahossers. Dat verzon ik ter plekke.

""Pas daarna kreeg ik door dat er meer dan één onderwijsvakbond was, wel vier. Ik weet nog dat ik er ging kijken en dat ik dacht: is dat het nou? Een kantoor, allemaal mensen die ver van het onderwijs afstaan. Ergens had ik het idee dat het niet klopte. En inderdaad: hoe vaker we met ze praatten, hoe duidelijker het ons werd dat dat HOS-akkoord in 1985 niet was afgedwongen, maar dat de vakbonden het zo hadden uitonderhandeld. Om hun leden, de oudere leraren, te sparen.

""Nu zijn we een beetje de luis in de pels van de onderwijsvakbonden, hun geweten. In de zomer van 1990, we bestonden toen twee maanden, hadden we een gezamenlijke actiedag in Krasnapolsky in Amsterdam. Dat hadden zij betaald, want wij hadden geen geld. De bonden stonden er met standjes, folders en affiches en wij met een tafeltje met wat slingers. Maar wij kregen die dag allemaal nieuwe leden. Sindsdien is het niet meer goedgekomen.

""Het is natuurlijk waar dat wij een gemakkelijke rol hebben. We zijn dissident, we hoeven niet te onderhandelen. Maar toch vind ik dat de onderwijsvakbonden teveel met twee petten opzitten. Ze denken mee met Zoetermeer, ze helpen beleid te maken. Dat zie je nu ook weer. In het rapport staat dat er 1,2 miljard nodig is om de achterstand in te halen. Zeggen zij: 700 miljoen is ook al mooi. En als het niet doorgaat schorten ze hun medewerking aan de vernieuwingsoperaties in het onderwijs op. Maar ze hadden toch meteen moeten zeggen dat ze alleen aan vernieuwingen meedoen als het onderwijs een fatsoenlijk salaris krijgt?

""Het is wel vreemd. Van het convenant voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden is maar 50 miljoen naar de salarissen van jonge leraren gegaan. Daarmee is de achterstand toen niet ingelopen en dat hebben we ook tegen het ministerie gezegd. Maar de staatssecretaris vond dat we zeurden. Er waren convenantseenheden uitgetrokken waar jonge leraren aanspraak op konden maken, er was geld uitgetrokken, het moest maar mooi zijn. Het ministerie wil niet meer met ons praten, ze vinden dat we te eenzijdig zijn, dat we niet goed onderhandelen. En nu dan opeens al die heisa over dat onderzoek. Alsof het ministerie en de onderwijsvakbonden al jaren op de bres staan voor hogere aanvangssalarissen in het onderwijs. Dat is helemaal niet zo, ze wilden vooral ADV, VUT, een sabbatsjaar, dat soort dingen.

""Als je het omrekent verdien ik 15 gulden netto per uur. Indertijd ben ik begonnen met een bijna volledige baan maar dat hield ik niet vol. Voor een godsdienstleraar betekent 26 lesuren 26 verschillende klassen. Nu doe ik naast het onderwijs nog ander werk. Ik geef graag les, maar het is zwaar. Ik ben me er sterk van bewust dat ik in mijn vak opmerkingen kan maken die voor pubers kwetsend zijn. Eens in de week heb ik een spreekuur, dan kunnen kinderen met problemen bij me komen.

""Ik denk dat dit de laatste kans voor het onderwijs is. Als er nu niets verandert, verandert er nooit iets. En dan krijgen we over tien jaar grote problemen in het onderwijs, want dan hebben we geen gemotiveerde leraren meer. Een fatsoenlijk salaris, minder lesuren en kleinere klassen: dat is wat het onderwijs vraagt. Misschien moeten we toch nog maar eens een echt vakbondje oprichten.''