Geldmarkt nauwelijks veranderd

AMSTERDAM, 23 APRIL. Door het lange weekeinde met Pasen heeft de gepubliceerde weekstaat slechts betrekking op drie werkdagen.

In deze korte periode veranderden de tarieven op de geldmarkt niet of nauwelijks. De geldmarktrente lag iets boven het tarief van de speciale belening en noteerde gisteren rond de 9,4 procent. Per saldo betekent dit een kleine daling op het lange segment van de geldmarkt. De nieuwe speciale belening die voor gisteren en vandaag werd vastgesteld had een onveranderd tarief van 9,3 procent. Deze korte belening kende een volledige toewijzing zodat de banken deze dagen zonder een tekort aan kasmiddelen door kunnen komen. De Duitse centrale bank wees gisteren eveneens een nieuwe speciale belening toe tegen een tarief van 9,55 procent en hoger. Het merendeel van de 35 dagen durende belening werd evenals de vorige toegewezen op 9,6 procent.

In Nederland gaat vrijdag de nieuwe contingentsperiode in. Het gemiddeld toegestane beroep dat de banken op DNB kunnen doen is iets verhoogd tot 4.061,7 miljoen gulden. Hiertegenover staat een ruime kasreserve van 12,6 miljard gulden voor de periode tot 4 mei.

Voor het krediet onder de contingenteringsregeling betalen de banken de voorschotrente, die momenteel op 9,25 procent ligt. Een tariefswijziging van DNB is momenteel niet waarschijnlijk. Een verlaging van de voorschotrente is, zonder een gelijktijdige Duitse tariefsverlaging, nauwelijks denkbaar. Een verhoging is zeker niet nodig, gezien de sterkte van de gulden ten opzichte van de Duitse Mark. Het is bovendien ongewenst bij de huidige conjuncturele vertraging van de economie.

De weekstaat liet slechts een paar noemenswaardige veranderingen zien. De post bankbiljetten in omloop nam fors in omvang toe (plus 453 miljoen gulden) ten gevolge van de uitgaven voor Pasen. De banken hebben dit gefinancierd door een vergroting van hun voorschotten bij DNB. Vanwege de ruime besparing op deze voorschotten is een gedeelte hiervan gebruikt ter aflossing van de beleningen. De Staat was, ondanks de storting op de jongste staatslening ter grootte van 5 miljard gulden, aangewezen op de kredietfaciliteit bij DNB, het zogenaamde financieringsarrangement. Met de maandelijkse afdracht aan salarissen en uitkeringen voor de boeg is de verwachting dat de Staat aanvullende middelen op de geldmarkt zal moeten aantrekken. Doordat zich rond de maandultimo een aantal vrije dagen voordoet, is het onduidelijk wanneer de Staat de belastingafdrachten ontvangt en haar schulden bij DNB en mogelijk andere geldmarktpartijen kan aflossen. Bron: NMB Postbank Groep