Explosie Mexico: 200 doden

MEXICO STAD, 23 APRIL. Bij een reeks ontploffingen in het rioleringsstelsel van de Mexicaanse stad Guadalajara zijn gisteren tot nu toe tenminste 200 mensen om het leven gekomen. Meer dan 900 anderen raakten gewond. Vanmorgen ging het zoeken naar overlevenden en doden in de puinhopen nog steeds door.

De getroffen wijk van Guadalajara, het honderdduizend inwoners tellende Reforma, lijkt te zijn getroffen door een aardbeving. De tien zware explosies in de rioleringsbuizen hebben straten veranderd in diepe geulen. Aan weerszijden zijn woonhuizen veranderd in puinhopen, waarop auto's liggen die door de explosies zijn weggeslingerd.

De ontploffingen deden zich gisterochtend tussen negen en tien uur plaatselijke tijd voor (tussen 17.00 en 18.00 uur Nederlandse tijd). Het Mexicaanse leger is reddingswerkzaamheden begonnen en heeft het noodplan DN-III in werking gesteld. Ook het Rode en Groene Kruis, alsmede honderden vrijwilligers zijn bij het uitgravingswerk betrokken. Uit Mexico-Stad, dat 700 kilometer naar het zuidwesten ligt, werden brandweerlieden overgebracht. President Carlos Salinas de Gortari kwam vannacht aan in Guadalajara - met ruim drie miljoen inwoners de tweede stad van Mexico - om “hulp en troost te bieden.”

De oorzaak van de explosie was de aanwezigheid van hexaan-damp in de riolen onder Reforma. Onduidelijk is nog wie hieraan schuldig is. De gouverneur van de staat Jalisco, waarvan Guadalajara de hoofdstad is, zei vannacht op een persconferentie dat de hexaan in het riool was terechtgekomen vanuit een fabriek van spijsoliën. De manager van de fabriek heeft dit ontkend. Eerder wezen functionerissen van brandweer en politie de beschuldigende vinger in de richting van de Mexicaansestaatsoliemaatschappij Pemex.

Hoewel alle betrokkenen verbijsterd zijn door de omvang van de ramp, kwamen de explosies niet onaangekondigd. Dinsdagavond al belden verontruste wijkbewoners de autoriteiten met klachten over gaslucht uit de riolering. De brandweer van Guadalajara inspecteerde daarop tot twee maal toe het buizenstelsel, maar deed niet veel meer dan de mensen te adviseren hun deuren en ramen open te zetten. Op het moment dat de eerste ontploffingen zich voordeden, waren brandweerlieden nog bezig met inspecties.

Het getroffen gebied heeft een omvang van vijftig huizenblokken. Meer dan 200 woningen zijn vernield en duizenden mensen zijn dakloos geworden. Zij worden opgevangen in scholen. De stoffelijke overschotten worden overgebracht naar een basketbalstadion in het centrum van de stad. Tweederde van de lichamen is inmiddels gedentificeerd. De federale overheid heeft al toegezegd de doden op staatskosten te zullen laten begraven.

Binnen een paar uur na de ramp raakten de ziekenhuizen van Guadalajara overvol en werden de gewonden met legerhelikopters naar ziekenhuizen in de wijde omgeving gevlogen. Het Mexicaanse Rode Kruis heeft zusterorganisaties in het buitenland om assistentie gevraagd; met name medicijnzendingen. Zeker twaalf uur na de eerste ontploffingen waren grote delen van Guadalajara verstoken van licht, water en telefoon.

Mexico is de afgelopen acht jaar drie maal eerder getroffen door gasexplosies. In 1985 vielen in Ciudad Juarez 27 doden en drie jaar later werden elf mensen ten oosten van Mexico-Stad gedood bij een gasexplosie. De zwaarste ontploffing deed zich in 1984 in het dorp San Juan Ixhuatepec, nabij de Mexicaanse hoofdstad, waarbij officieel 452 mensen om het leven kwamen, toen een installatie van Pemex ontplofte.

Beide laatste gebeurtenissen hebben diepe sporen achtergelaten en vooral veel vraagtekens opgeroepen over de houding van de autoriteiten inzake preventie en opvang bij rampen. Voor de inwoners van Guadalajara is het nu de vraag of, nadat de doden zijn begraven en het ergste puin is geruimd, de toegezegde hulp ook daadwerkelijk zal worden verleend. De snelle beschuldiging door de autoriteiten van de particuliere spijsoliefabriek La Central en het impliciete vrijpleiten van het staatsbedrijf Pemex nog voordat het officiële onderzoek is afgerond, is voor velen een reden tot wantrouwen.

De spijsoliefabriek bevindt zich aan de rand van de getroffen wijk. Volgens de nu geldende theorie zou de hexaan - een kleurloze, vluchtige koolwaterstofverbinding (C6H14), die wordt gebruikt om olie uit zaden en noten te extraheren - illegaal zijn geloosd op de riolering van Reforma, dan wel daarin zijn terechtgekomen door een lek in het raffinage-circuit. In de nacht van dinsdag op woensdag zou zich zoveel van de damp - die zwaarder is dan lucht - in de riolering hebben opgehoopt, dat een kleine vonk voldoende was om de reeks ontploffingen te veroorzaken.

Maar brandweer en politie spraken in de eerste uren na de ramp van mogelijke lekken in de Pemex-fabriek in Guadalajara. De commandant van de brandweer had het niet over gas, maar brandstof. Volgens een woordvoerder van Pemex is de verwarring ontstaan, omdat de geur van hexaan lijkt op die van kerosine, de brandstof die voor vliegtuigen worden gebruikt. In een verklaring die kort na de ontploffing werd uitgegeven, ontkent Pemex elke verantwoordelijkheid voor het gebeurde. Duidelijk is in elk geval dat de ramp het gevolg is van een menselijk falen.