Een geval voor de Roosendaal-procedure; Dagelijks worden illegalen uitgezet per trein uit Roosendaal

Het Benelux-gerechtshof heeft vorige week de "Roosendaal-procedure' veroordeeld, waarmee niet te identificeren vreemdelingen uit Nederland worden verwijderd. Vorig jaar gingen ongeveer 1.500 mensen langs deze weg het land uit.

ROOSENDAAL, 23 APRIL. Over Abdullah Abakar is weinig bekend, ook niet of hij echt Abdullah Abakar heet. Een paar weken geleden werd hij toevallig opgepakt in een woning in Amsterdam. “De eigenaar had moeilijkheden met de politie, dus ik had pech”, zegt hij opgeruimd. Hij droeg geen paspoort of identiteitspapieren bij zich. Wellicht is hij Marokkaan, maar dat kon de ambassade niet bevestigen.

Abdullah is een typische kandidaat voor de "Roosendaal-procedure', de weg waarlangs niet te identificeren vreemdelingen uit Nederland worden verwijderd. In Roosendaal worden ze op de trein naar het zuiden gezet. Maar omdat onderweg geen controle is, kunnen de vreemdelingen direct over de grens weer uitstappen en rechtsomkeert maken.

's Ochtends is Abdullah met een busje van de vreemdelingenpolitie op station Roosendaal gearriveerd om uit Nederland verwijderd te worden met een enkele reis Parijs. Onder toezicht van de marechaussee wacht hij met zes lotgenoten op zijn trein. Zonder broekriem of schoenveters, die krijgt hij bij zijn vertrek pas terug. Formeel is hij daarna over de buitengrens gezet en kan zijn dossier gesloten worden.

Volgens het Benelux-gerechtshof garandeert de Roosendaal-procedure niet dat de illegalen daadwerkelijk over de buitengrens naar Frankrijk worden gezet omdat onderweg geen controle is. Bovendien is de toelating tot Frankrijk niet gewaarborgd. Ondanks dit arrest worden nog dagelijks illegalen de zuidgrens overgezet. “We wachten tot we het arrest op papier hebben, dan beraden we ons”, zegt een woordvoerder van Justitie.

Hoewel geen cijfers beschikbaar zijn, bestaat de indruk dat maar weinig illegalen verder dan Essen of Antwerpen komen, voor ze terugkeren naar Nederland. De Roosendaal-procedure is in de eerste plaats een administratieve manoeuvre om vreemdelingen uit te schrijven van wie de identiteit niet is vast te stellen. Meestal gaat het om Noordafrikanen, die volgens K. van der Leest van de Rotterdamse vreemdelingendienst “heel goed weten dat we ze weinig kunnen maken wanneer ze geen paspoort bij zich dragen.” Uitzetting naar het land van herkomst via Schiphol is dan volgens de Vreemdelingenwet uitgesloten, zeker als de ambassade van dat land niet meewerkt.

Abdullah en Mechta, die met de trein van kwart over twaalf richting Antwerpen vertrekken, lijken niet zwaar te tillen aan hun uitzetting. Onder toezicht van een wachtmeester van de marechaussee rijgen ze op het perron alvast de veters in hun schoenen. “Ik heb geen toekomstplannen”, zegt Abdullah bescheiden. In de trein geeft hij toe dat hij de middag in Antwerpen wil doorbrengen voordat hij een avondtrein naar Amsterdam neemt. “'s Avonds is het makkelijker de grens over te steken”, denkt hij. In Antwerpen neemt hij beleefd afscheid en kuiert richting haven.

Volgens Justitie werden vorig jaar ongeveer 1.500 mensen via de Roosendaal-procedure verwijderd, op een totaal van 10.327 uitzettingen van illegalen. In de eerste drie maanden van dit jaar zijn al 453 illegalen via Roosendaal uitgewezen.

De Rotterdamse vreemdelingendienst besloot vorig jaar alleen nog illegalen die voor het eerst worden opgepakt via Roosendaal te verwijderen. In Amsterdam hanteert de politie het systeem dat illegalen maximaal een keer per jaar op deze manier worden uitgezet. De beslissing van de Rotterdamse vreemdelingendienst is volgens opperwachtmeester Werker begrijpelijk: “Een illegaal neemt wekenlang celruimte in beslag terwijl men zijn identiteit probeert vast te stellen. Daar komt 81 gulden bovenop voor het vervoer naar Roosendaal en 82 gulden voor het ticket naar Parijs, terwijl het effect gelijk is als ze hem meteen op straat zetten. Je krijgt hier mensen die je al vier keer eerder de grens hebt overgezet. De namen veranderen, de vingerafdrukken blijven gelijk.”

Bij Justitie hoopt men in de toekomst op meer medewerking van met name de Marokkaanse autoriteiten bij het vaststellen van de identiteit van illegalen. Of van de Belgische autoriteiten, die enventueel zouden kunnen controleren of de illegalen tot de Franse grens blijven zitten.

Tegen lunchtijd heeft de marechaussee in Roosendaal alle zeven illegalen van die dag op de trein gezet. Rond half twee brengt een Belgische conducteur een man die zich Itsk Tsori noemt en naar eigen zeggen een Georgisch-joodse diamantbewerker is. Hij heeft geen treinkaartje of paspoort en beschikt slechts over enig textiel, 36 Belgische franken en een pakje sigaretten. Al zijn bezittingen zijn gestolen in Antwerpen, mompelt hij op doffe toon.

Terwijl de wachtmeesters besluiten hem de toegang tot Nederland te weigeren, rookt Tsori berustend een sigaret. “Wanneer hij straks zonder kaartje in de trein naar Antwerpen zit, alarmeert zo'n conducteur mogelijk de Belgische Rijkswacht”, zegt wachtmeester Van Gorp. En dan? “De Rijkswacht kan hem op de trein naar Nederland zetten. En dan sturen wij hem weer terug. In theorie kan zo'n spelletje pingpong eindeloos doorgaan, maar er is altijd wel een trein die we niet controleren”, zegt Van Gorp. Als Itsk Tsori later in Nederland wordt opgepakt, ziet de wachtmeester in de huidige situatie maar één oplossing: “De Roosendaal-procedure.”