"Duurzaam leven zonder welvaartsverlies'; Alders en Rinnooy Kan gast op congres Milieudefensie

ROTTERDAM, 23 APRIL. Als het aan de Vereniging Milieudefensie ligt, wordt er voortaan minder auto gereden, gevlogen en vlees gegeten. Een advertentie met de tekst “Even scheuren en u zit in Frankrijk” kan niet meer en hetzelfde geldt voor het elektrische waterbed - energieverslinder in optima forma - en de droogtrommel. Minister Alders (milieubeheer) voegde er gisteren nog een ongewenst produkt aan toe: geïmporteerde zomergroente bij het kerstdiner.

De bewindsman sprak in Rotterdam op een congres van Milieudefensie, die hiermee haar twintigjarig bestaan vierde en de gelegenheid te baat nam haar gedachten over een duurzaam Nederland in het jaar 2010 te propageren. Die opvattingen zijn neergelegd in een lijvig actieplan, dat kort geleden is verschenen en dat zich onder andere keert tegen automobilisme, grote woningen en exotische vakanties. Niettemin luidt de conclusie: een duurzaam leven betekent geen wezenlijk welvaartsverlies, al zullen we genoegen moeten nemen met minder materiële consumptie.

Het begrip "duurzaam', dat vooral de laatste tijd opgeld doet, staat voor een zodanig milieu-, grondstoffen- en energiebeleid, dat - om met het VN-rapport Our Common Future te spreken - “in de behoeften van vandaag wordt voorzien, zonder daarbij het vermogen van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen”. Milieudefensie lanceert daarnaast de term "milieugebruiksruimte' als optelsom van alle natuurlijke hulpbronnen waarover de mensheid beschikt, mits ze worden gebruikt op een manier die ook in de toekomst mogelijk blijft. Die ruimte (“niet meer met de aarde doen dan ze kan verdragen”) zou gelijkelijk over alle wereldburgers moeten worden verdeeld.

Behalve Alders spraken op het congres in Rotterdam ook vice-voorzitter K. Adelmund van de FNV en werkgeversvoorzitter A. Rinnooy Kan. Alle drie putten zij zich uit in waardering voor wat Milieudefensie tot stand heeft gebracht. Wel was er kritiek op het hoofdelijk omslaan van de "milieugebruiksruimte'.

Adelmund: “Ieder een gelijke portie levert nog geen nieuw beeld van de inkomensverdeling op. Of het zou moeten zijn dat iedereen precies evenveel verdient.” Rinnooy Kan: “Een volstrekt egalitaire samenleving is een onrealistische optie”. En Alders: “Omslaan per hoofd van de wereldbevolking lijkt mij niet in alle gevallen zinvol of werkbaar. Een evenwichtige verdeling zal naar mijn mening in het nadeel van de rijke en in het voordeel van de armere landen uitvallen.”

De minister was het echter in hoofdlijnen met Milieudefensie eens en stelde burgers die vrezen voor een terugkeer naar het stenen tijdperk gerust met de woorden: “We hebben een hoogwaardige samenleving bereikt, die echt niet helemaal teruggedraaid hoeft te worden.” Hij had ook nieuws van positieve aard: “De inspanningen die op het moment worden verricht, niet alleen door de overheid, maar in alle sectoren van de samenleving, zijn enorm en de vruchten daarvan beginnen we nu langzamerhand te zien. De afvalberg is dank zij preventie en hergebruik voor het eerst kleiner geworden.”

Een regulerende heffing op energie zit hem, zo bleek, nog altijd aan het lijf gebakken. De wereld van de grote ondernemers is daartegen te hoop gelopen en daarom begreep hij niet hoe enige Nederlandse topindustriëlen een internationaal rapport konden ondertekenen waarin zo'n heffing juist wordt aanbevolen.

Alders zei het te betreuren dat milieuvervuiling nog steeds niet als een individueel probleem wordt beschouwd: “Vervuiling is in de ogen van de meeste mensen datgene wat zichtbaar is: afval op straat, een open riool, straten vol geparkeerde auto's. Vervuiling wordt bovendien ervaren als de prijs van meer welvaart, luxe en comfort.” Mevrouw Adelmund repte in dit verband van een "zeehondisering van het milieu': “Iedereen heeft het erover, maar niemand doet er wat aan”. Bij haar eigen FNV-achterban prijkt het milieu op de top-drie van brandende kwesties, achter werkgelegenheid, maar vóór loon.

Rinnooy Kan verzette zich tegen verwijten in het rapport van Milieudefensie aan het adres van zijn achterban, de ondernemers. Zij zouden het te riskant vinden in duurzaamheid te investeren en huiverig zijn voor beslissingen die kosten meebrengen, terwijl er onzekerheid bestaat over de effecten daarvan. De VNO-topman kon zich “niet in die stellingname vinden”. Ook betwistte hij dat de individuele ondernemer "van de wieg tot het graf' verantwoordelijk is voor het produkt dat hij maakt: “In de verwijderingsfase dragen consument en overheid een deel van de verantwoordelijkheid, die niet mag worden afgewenteld op de producent.”

Over één ding was Rinnooy Kan zeer beslist: “Er is geen land ter wereld waar het milieubeleid zo ver gevorderd is als hier en waar, ook bij het bedrijfsleven, zo'n grote bereidheid heerst om het milieu te verbeteren.” Een licht hoongelach uit de zaal was zijn deel: Nederland als koploper? Dat leek te boud gesproken.

T. Wams van Milieudefensie, om opheldering gevraagd: “Nee, dat zijn we niet, maar we doen het ook weer niet het slechtst.”

Minister Alders was inmiddels uit Rotterdam vertrokken, weggeroepen voor kabinetsberaad, zodat een reactie moest komen van zijn plaatsbekleder, directeur-generaal milieubeheer M. Enthoven: “Als je kijkt naar de milieubeleidsplanning op lange termijn en de vraag hoe je dat naar de samenleving vertaalt, zeg ik: ja, we zijn koploper. Maar als het om operationele maatregelen gaat, zijn we het niet, al zitten we ook daar in de voorhoede.”