DEREK JARMAN VERFILMT EDWARD II MET WOEDENDE ONDERTOON; Als de koning volhardt in zijn hartstocht

Edward II. Regie: Derek Jarman. Met: Steven Waddington, Andrew Tierman, Tilda Swinton. Amsterdam, Uitkijk; Nijmegen, Scala; Utrecht, Springhaver.

"Come live with me and be my love' luidt de beginregel van Christopher Marlowes lyrische gedicht "The Passionate Shepherd to His Love'. Het verscheen in 1599, zes jaar na Marlowes dood. Hij stierf op banale wijze, tijdens een handgemeen in een café.

Marlowe werd in hetzelfde jaar geboren als Shakespeare, in 1564. Hun loopbanen hielden gelijke tred, beiden begonnen, na enkele jaren geacteerd te hebben, drama te schrijven. Zijn vernieuwende gebruik van het versleten blank verse benvloedde Shakespeare. Voor het eerst kreeg de rijmloze tien-lettergrepige regel een gloedvolle inhoud, voor het eerst ook werd drama niet langer gezien als alleen maar een theatrale variant van de kroniek, maar traden er ook karakters in naar voren. En voor het eerst werd de mens verantwoordelijk gesteld. Eerder dan Shakespeare luidde Marlowe de bloeitijd in van de Engelse toneelliteratuur, van het Elizabethaanse drama.

Toch lijkt niet dat Marlowes belangrijkste verdienste te zijn, maar zijn stuk Edward II (1593). Het maakt hem tot op de dag van vandaag een cultfiguur, omdat het doorgaat voor het eerste Engelse openlijk homoseksuele toneelstuk. Het handelt over, voor zover bekend, Engelands enige homoseksuele koning, wiens liefde voor graaf Pierce Gaveston een burgeroorlog veroorzaakte. Doordat de koning volhardde in zijn hartstocht, sloeg de liefde van zijn vrouw, koningin Isabella, om in haat en spande zij tegen hem samen. Zowel Gaveston als Edward werden vermoord; de laatste werd als een varken aan een gloeiendheet spit geregen, opdat het geweld geen sporen achterliet en bij wijze van toepasselijke straf voor zijn sodomie.

Het oorspronkelijke stuk duurt ongeveer vier uur. Het is dramatisch niet sterk, omdat het conflict tussen plicht en liefde al vrij snel met geweld wordt beslecht. Nadat Gaveston van het toneel verdwenen is, toont Marlowe hoe Edward wordt tegengewerkt, afgezet en vermoord en introduceert ook nog een nieuwe minnaar, die uiteindelijk hetzelfde lot als Gaveston beschoren is. Door die kunstgreep verwordt Edward bovendien tot een cliché dat het vooroordeel tegen homoseksuelen bevestigt. Het is ze om de seks begonnen en niet om de liefde.

Uit zijn verfilming van Edward II blijkt dat regisseur Derek Jarman die politieke connotatie heeft doorzien. Niet alleen heeft hij het stuk drastisch ingekort, hij heeft ook de rol van Spencer geschrapt. Of liever gezegd: hij schrijft Gaveston die rol toe door hem, na een verbanning, met instemming van des konings rivalen terug te laten keren naar Engeland. Omdat Gaveston, volgens plan, pas daarna vermoord wordt, verscherpt Jarman de conflicten en zuivert hij de inzet. Hij plaatst liefde tegenover conventie, menselijkheid tegenover orde, argeloosheid tegenover arglist, gesymboliseerd in de strijd tussen Edward en Isabella. En Jarman zou zijn reputatie als seropositief homo-activist geweld hebben aangedaan als hij niet ook de repressieve krachten die homoseksualiteit oproept aan de kaak had gesteld.

In één moeite door, of beter gezegd: moeiteloos. En daardoor superieur. Jarman heeft per se geen pamflet gemaakt, maar een tragedie van indrukwekkende dimensies. De bron heeft niet alleen de inhoud maar ook de vorm bepaald. Edward II lijkt het resultaat te zijn van een samenwerking tussen, laten we zeggen, Patrice Chéreau, Peter Sellars, Ariane Mnouchkine en Peter Brook. Alle zijn opera- en toneelregisseurs en de filmer Jarman heeft ongetwijfeld goed naar hun werk gekeken. Aan Chéreau, zo stel ik me voor, ontleende hij de monumentale sfeer van zijn film, aan Sellars het verhelderende gebruik van anachronismen, Mnouchkine inspireerde hem tot aandacht voor het detail en voor de uitvergrote emotie, en van Brook heeft hij de aardse, lege mise-en-scène.

Juist door zijn uiteenlopende inspiratiebronnen is Jarman erin geslaagd een strikt persoonlijke film af te leveren. Het vertellen van een verhaal doet hem goed en gaat hem ook goed af. Films als zijn voorlaatste The Garden, met zijn etherische, van christelijke symboliek doortrokken plaatjes lijkt hij lichtjaren geleden gemaakt te hebben.

Edward II speelt zich af in even majesteitelijke als onbehaaglijke kasteelruimten. In de tijd van Edward leed ook de vorst kou. De vloer is niet meer dan aangestampte aarde en de troon is een eenvoudig houten bouwsel op een vlonder. De muren zijn kaal, vochtig en kil. Zonlicht dringt mondjesmaat door, in helle smalle bundels, als door een kelderraam. Het bad van de koning, waarin Jarman hoofdrolspeler Steven Waddington zijn lamenti laat uitspreken, is een onderaardse bron.

Tussen deze mensvijandige muren ontbrandt een gloeiende strijd, waarvan niet eens zozeer Waddington als wel Tilda Swinton als koningin Isabella het onbetwiste middelpunt is. In fabelachtige kostuums van een onvermelde ontwerper en met behulp van de helder-gekadreerde fotografie van Ian Wilson toont zij volmaakte ongenaakbaarheid en meedogenloosheid, als gevolg van vernederde liefde. Dat is de menselijke kant van haar karakter. De andere is het machtstreven, in haar wakker gemaakt door politici, barons, ordinaire fatsoensrakkers en opportunisten. Swinton verschuift het motief voor haar handelen heel subtiel van hartstocht naar koude berekening.

Even geraffineerd destilleert Jarman uit een romantisch drama een bikkelharde politieke stellingname. Zijn beelden van halfnaakte mannen die zich samen met de koning overgeven aan ochtendgymnastiek hebben nog een vertederende iconografische waarde, maar die van demonstrerende, met modern uitgeruste ME-leden slaags rakende homo-activisten lijken zo uit het acht uur-journaal afkomstig. Ze zijn een effectief en bijna vanzelfsprekend anachronisme, waaraan iedere zweem van prekerigheid ontbreekt.

Dat is knap, maar wat Edward II een monument maakt is de gedreven, woedende ondertoon. Daardoor valt de beheersing op en de trefzekerheid. Je voelt dat deze film is gemaakt door iemand die het stileren en abstraheren liever achterwege zou laten en "het fatsoen' met geweld te lijf zou willen gaan. Zo ongeveer als Gaveston in de film de barons dodelijk beledigt. Die neiging heeft Jarman zelf onderdrukt, en het resultaat is in zekere zin een implosie. Maar die kan - Edward II bewijst het - minstens zo meeslepend zijn als het tegendeel.