Volleyballers willen na een trainingskamp "nog niet voor elkaar sterven'

HEERLEN, 22 APRIL. Na een trainingskamp van twee weken in Japan verloor het Nederlands volleybalteam gisteravond met ontluisterende cijfers (3-0) de eerste van vier oefenwedstrijden tegen Joegoslavië. De in het Verre Oosten opgedane ervaring lijkt zich daarmee voorlopig alleen concreet te vertalen op het geestelijke vlak, nu men de terugkeer van de "dissidenten' Ronald Zoodsma, Jan Posthuma en Peter Blangé heeft geaccepteerd. Al moet er volgens Zoodsma nog veel oud zeer wegslijten tussen de Italië-gangers en de rest van het volleybalteam.

Zoodsma leeft sinds tweeëneenhalve week in een roes. Een half uur voor de selectie zou afreizen naar het trainingscentrum in Kobe, schudde hij de handen van zijn nieuwe, oude ploeggenoten. En eenmaal in Japan was het trainen, trainen en nog eens trainen. Acht uur per dag, bijna honderd uur in totaal. Misschien wel de meest effectieve manier om de integratie van de in de Italiaanse competitie spelende volleyballers te bewerkstelligen, vindt Zoodsma. De afgunst, het gevoel dat degenen die de eenheid van weleer braken en voor het grote geld in Italië kozen nu mee willen profiteren van mogelijk olympisch succes, moet verdwijnen. “We moeten in het veld weer voor elkaar willen sterven”, zegt Zoodsma.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is, beseft ook de Fries met Amsterdamse bluf. Er is in de afgelopen twee jaar veel gebeurd. Dat vlak je niet zomaar uit. Dat moet ook bondscoach Arie Selinger in Japan hebben beseft. Hij kneep zijn spelers in het trainingscentrum van zijn werkgever Daiei eerst anderhalve week af voordat hij een groepsgesprek inlastte. Daarin beoogde Selinger vooral zijn selectiespelers het besef bij te brengen dat niets de eenheid in het team mag verstoren. Zoodsma: “Het was dus niet zo dat iedere speler mocht zeggen wat hem dwars zat. Het was meer het afleggen van een verklaring dat we bereid waren de problemen opzij te zetten voor het gezamenlijke doel. Het gesprek was vooral voor de batterij van het team belangrijk, die is nu weer opgeladen.”

Sinds het kringgesprek in Japan doet iedere speler zijn uiterste best onderlinge irritaties te verbergen. Gisteravond stonden in de tweede set tegen Joegoslavië Ron Zwerver en Ronald Zoodsma weer naast elkaar in het veld alsof er nooit iets tussen hen was voorgevallen. Gaven ze elkaar bemoedigende tikjes tegen de billen, deelden ze kameraadschappelijke schouderklopjes uit, deden ze - kortom - vooral hun uiterste best zo gewoon mogelijk te doen. Alsof er geen verschil bestaat tussen Zwerver, die tijdelijk alles opoffert voor olympisch goud en daarom voorlopig genoegen neemt met een bescheiden bondsvergoeding, en Zoodsma, die graag veel geld verdient, in strakke kostuums van Italiaanse snit gekleed gaat en dus eerder inging op een aantrekkelijke aanbieding van Gabeca Montichiari.

Zoodsma spreekt van een “klasse-opvang door de andere jongens.” Hij voelt zich “absoluut” geen vreemde eend in de bijt. Daarom was het volgens hem ook niet nodig in een persoonlijk gesprek met Zwerver de vrede te tekenen. “Selinger heeft nadrukkelijk gesteld dat het bij een groepsgesprek moest blijven. Het heeft geen zin nog dieper op de zaken in te gaan, vaak praat je dan toch weer over dingen die zwaar overdreven in de krant zijn verschenen. Belangrijker is dat iedereen weer meetelt, niemand is meer dan de ander. Op dit moment zijn we met veertien man, iedere speler is eenveertiende deel van het geheel.”

Dat dat simpele rekensommetje voor hem niet opgaat, liet Ron Zwerver tussen de regels door blijken toen hij vlak na de terugkomst uit Japan sprak van “een opstelling zonder Italianen die vaak de beste bleek te zijn.” Volgens Zwerver zijn de middenspelers Henk-Jan Held en Martin van der Horst niet zo eenvoudig uit het basisteam te spelen als Zoodsma en Posthuma misschien wel hopen. Zelf gaat Zwerver dan ook uit van een basis die naast hemzelf bestaat uit Benne, Selinger, Held, Van der Horst en Boudrie. In die formatie speelde Nederland voornamelijk tegen Joegoslavië, dat daarvan echter nauwelijks geïmponeerd raakte en rechtstreeks de zege opeiste: 12-15, 12-15 en 7-15.

Die ontnuchterende cijfers zijn voor assistent-coach Mario Treibitch geen aanleiding om in samenspraak met Selinger, die zeker tot 7 mei in Japan blijft, het basisteam drastisch te veranderen. “We moeten dat wat we in lange tijd hebben opgebouwd niet in korte tijd afbreken. Dit team is natuurlijk heel goed. Of er toch nog dingen scheefzitten op het persoonlijke vlak tussen enkele spelers? Ik wil ze in ieder geval niet zien.”