Voedselhulp naar Z-Soedan wordt hervat; Gevolg overleg Addis Abeba

NAIROBI, 22 APRIL. De regering van Soedan heeft gedeeltelijk het verbod opgeheven voor buitenlandse organisaties om voedselhulp het zuiden van het land binnen te vliegen.

Na het begin op 1 maart van een grootschalig regeringsoffensief raakten honderdduizenden Zuidsoedanezen ontheemd. Bij de aanvang van het offensief had de regering in Khartoum alle activiteiten van hulporganisaties in het zuiden verboden.

Zuid-Soedan is door de opgelaaide gevechten in een ware hel veranderd, zo beschreef vorige week een Soedanese hulpverlener de situatie. Honderdduizenden Soedanese vluchtelingen moesten vorig jaar mei in allerijl Zuidwest-Ethiopië verlaten wegens de gewelddadige machtswisseling in dat land. Onder hen waren duizenden wezen. Zij trokken naar het grensstadje Pochalla. Toen de Soedanese regeringtroepen begin vorige maand Pochalla veroverden op de rebellenbeweging SPLA, sloegen duizenden van hen - onder wie talrijke gewonden - opnieuw op de vlucht. Hulporganisaties konden hen niet bereiken en honderden zijn inmiddels overleden.

Enkele organisaties in het aangrenzende Kenia onderhouden radiocontact met achtergebleven medewerkers werkzaam op hulpprojecten in Zuid-Soedan. Over een krakerige lijn beschreef een priester in het Zuidsoedanese stadje Akobo vorige week de ernstige situatie. “Vandaag stierven er 23. Elke dag sterven er meer. Iedereen is zwak, we wachten op de dood. De mensen zoeken naar wilde vruchten, maar die zijn op. Alle koeien zijn al geslacht. De vrouwen van de geestelijke leiders en anderen vertrokken negen dagen geleden naar Gagwang om er voedsel te zoeken. Ze zijn niet teruggekeerd. We weten niet of we volgende week nog radiocontact met jullie kunnen zoeken. Het zal van God afhangen. Hoewel we sterven hopen we dat sommigen van ons zullen leven. Over en uit”.

De Soedanese regering gaf gisteren toestemming om hulpgoederen te vliegen naar de stadjes Nassir, Wat en Akobo. Andere gebieden in het zuiden blijven gesloten. Op een topconferentie begin deze maande in Addis Abeba namen de staatshoofden in de Hoorn van Afrika het principe aan dat alle burgerslachtoffers van de talrijke gewapende conflicten in de regio het recht hebben op humanitaire bijstand. Volgens de Soedanese president Beshir gisteren had hij al in Addis Abeba het het besluit genomen om hulpvluchten op Zuid-Soedan te hervatten.

In het zuiden van Ethiopië zijn de afgelopen twee maanden 595 vluchtelingen aan honger en ziekten gestorven; 65.000 vluchtelingen bevinden zich volgens radio-Ethiopië “op de rand van de dood”.

De nood is het grootst Negele, vierhonderd kilometer ten zuiden van Addis Abeba, waar vijf transitkampen zijn ingericht voor vluchtelingen die naar hun woongebieden terugkeren. De meeste slachtoffers zijn kinderen en bejaarden.

Twee weken geleden meldden Ethiopische hulporganisaties dat in kampen nabij Dollo, driehonderd kilometer ten zuidoosten van Negele, elke dag meer dan twintig mensen sterven van honger. In de kampen bij Dollo bevinden zich 200.000 vluchtelingen uti Somalië, slachtoffers van de droogte in Ethiopië en Ethiopiërs die voor het etnische geweld op de vlucht zijn gedreven.