Van "beperkte calamiteit' werd de aardschok tot echte ramp

Maandag 13 april werd Limburg getroffen door een aardbeving van een voor Nederland ongekende kracht. Er vielen geen doden maar de materiële schade was aanzienlijk. Omdat Nederlandse verzekeraars volgens een oude afspraak schade door aardbevingen niet vergoeden, wordt een noodfonds ingesteld. Daags na de schok, komt een vertegenwoordiging uit Tweede Kamer kijken. Vandaag brengt minister Dales van Binnenlandse Zaken een bezoek aan het gebied. Tien dagen later is de aardbeving een echte ramp geworden.

Maandag 13 april

De seismograaf van het KNMI in de Bilt registreert om 3.22 uur een aardschok van een voor Nederlandse begrippen ongekende kracht. Aan de hand van gegevens van Duitse meetstations kan achteraf worden vastgesteld dat de beving een kracht had van 5.5 op de schaal van Richter. In het epicentrum van de aardbeving heeft de commandant van de regionale brandweer in Roermond, G. Cloosterman, geen seismograaf nodig: hij wordt letterlijk uit zijn bed geschud. Cloosterman vertrekt onmiddellijk naar de brandweerkazerne, waar de officier van dienst al groot alarm heeft geslagen. De alarmcentrale wordt op volle sterkte bezet, alle manschappen opgeroepen en ook loco-burgemeester drs. H. Derks en politiecommandant L. Romeijnders worden opgetrommeld. Samen met hen vormt Cloosterman het crisisteam, dat zich zo snel mogelijk een beeld vormt van de situatie.

Het crisisteam concludeert drie kwartier na de aardbeving dat er sprake is van een "beperkte calamiteit', zoals Cloosterman het uitdrukt. Er zijn geen doden gemeld, geen grote instortingen, alleen hier en daar wat licht gewonden en een dozijn cardiologische problemen. Het groot alarm wordt ingetrokken. Commmissaris van de koningin E. Mastenbroek wordt niet gewaarschuwd.

Als het licht wordt, stelt loco-burgemeester Derks tijdens een fietstocht door de stad vast dat de schade veel groter is dan aanvankelijk werd vermoed. Geschrokken inwoners scholen samen om elkaar de gescheurde plafonds en neergestorte schoorstenen aan te wijzen. De halve binnenstad moet worden afgezet wegens instortingsgevaar.

De getroffen Limburgse bevolking verneemt de dag van de beving uit de krant dat de schade aan hun huizen en inboedels niet door de verzekeraars zal worden vergoed. Duidelijk wordt ook dat Nederlandse verzekeraars afspraken hebben gemaakt over polisvoorwaarden. Een bindend besluit van de Vereniging van Brandassuradeuren uit 1963 schrijft voor, dat alle leden niet zullen uitkeren bij (natuur-)rampen, zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen en nucleaire ongelukken.

Het Verbond van Verzekeraars deelt tot verontwaardiging van de bevolking in het getroffen gebied aan leden mee dat voor deze ene ramp geen uitzondering gemaakt zal worden. Gouverneur E. Mastenbroek van Limburg verklaart dat provincie noch gemeente over middelen beschikken om de schade te vergoeden. Ook het Nationaal Rampenfonds verklaart niet in actie te zullen komen omdat de Limburgse ramp “te kleinschalig” is.

Het Landelijk Coördinatiecentrum op het ministerie van binnenlandse zaken, dat een belangrijke sturende rol kan spelen bij grootschalige calamiteiten, zoekt contact met het provinciebestuur van Limburg om informatie te krijgen over de omvang van de gevolgen van de beving. Vanuit Limburg wordt gemeld dat de toestand onder controle is. “De burgemeester heeft het niet nodig geacht het rampenplan uit de la te halen”, meldt een woordvoerder van Binnenlandse Zaken. Achteraf is het een raadsel waarom de loco-burgemeester niet besloten heeft de gebeurtenis te bestempelen tot ramp in de zin van de Rampenwet. Pvda-afgevaardigde in de Tweede Kamer J.W. Achtienribbe: “Dat is de pest. Je bent afhankelijk van de interpretatie van de burgemeester of een gebeurtenis wordt opgevat als ramp. Veel burgemeesters zijn ervoor beducht dat woord uit te spreken maar het gaat erom dat het een gebeurtenis gaat die snel actie vraagt, ongeacht de benaming.”

Dinsdag 14 april:

Een delegatie van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, bestaande F. Castricum, J. Huys en M. Ruijgrok, brengt samen met partijgenoten uit de Provinciale Staten en de gemeenteraad van Roermond een bezoek aan de getroffen woonwijken. Daar komen zij ook de CDA afgevaardigden G. Koffeman en F. Wolters tegen.

De fracties van CDA, PvdA, D66 en VVD in de Tweede Kamer laten weten dat de regering financiële hulp moet bieden aan mensen die schade hebben geleden bij de aardbeving. Het Roermondse VVD-Kamerlid Van Rey schat de schade aan woningen tussen 50 en 100 miljoen gulden. Herstelkosten zouden volgens hem fiscaal aftrekbaar moeten worden.

Minister Dales voert overleg met de ambtelijke top van haar departement om de mogelijkheden voor hulp aan Limburg te onderzoeken. De minister laat weten dat zij eerst meer wil weten over de omvang van de schade voordat zij een besluit neemt over hulp.

Geconstateerd wordt dat er onder de bevolking ongenoegen bestaat over de afzijdige opstelling van minister Dales (binnenlandse zaken) die zich op de plaats des onheils niet laat zien.

“Het het hier heersende idee dat Den Haag alleen met zichzelf en met de Randstad bezig is, is door deze zaak behoorlijk versterkt,” zegt het Limburgse CDA-Tweede Kamerlid P.R. van de Linden. Van der Linden, die in Nuth tussen Sittard en Heerlen woont, heeft de afgelopen week zeer veel reacties van Limburgers gehoord, die hem tot deze conclusie doen komen. “Het gaat niet alleen om geld. Politiek is ook betrokkenheid en aandacht. Als minister Dales de eerste dag niet goed wist wat de omvang van de catastrofe was, wist ze dat toch in elk geval de volgende dag. Dan had ze op dat moment moeten zeggen: ik ga zelf kijken. Dat dit niet is gebeurd, heeft men hier heel goed waargenomen.”

Woensdag 15 april:

De druk op de verzekeraars om de schade toch hulp te vergoeden neemt toe door een dringend appel van Kamerleden en de Vereniging Eigen Huis. Verzekeraars kondigen aan hun eigen experts naar het rampgebied sturen om de schade te inventariseren. Zij besluiten de knip dicht te houden, nadat een poging van het Verbond van Verzekeraars om samen met de het ministerie van binnenlandse zaken een apart fonds op te zetten, in de ochtenduren is mislukt.

Het Nationaal Rampenfonds maakt alsnog 2,5 miljoen gulden over aan het Rode Kruis voor de slachtoffers van de Limburgse beving.

Dales zegt in een reactie op de kritiek dat ze verzuimd heeft zich persoonlijk van de toestand in Limburg op de hoogte te stellen dat zij “daar alleen maar in de weg zou lopen”.

Tijdens een overleg tussen ambtenaren van binnelandse zaken en andere departementen wordt afgesproken dat de overheid zal bezien of de schade in de getroffen gebieden kan worden vergoed uit bestaande of enigszins aangepaste regelingen.

Donderdag 16 april:

Het kabinet besluit 7,5 miljoen gulden uit te trekken voor het lenigen van de eerste nood van slachtoffers van de aardbeving. Dales spreekt op een persconferentie van “een gebaar van betrokkenheid bij het lot van degenen die direct door de aardbeving getroffen zijn.” Volgens PvdA-afgevaardigde Ruijgrok is de minister binnenskamers door verschillende partijgenoten waaronder de voorzitter F. Rottenberg tot de orde geroepen over haar uitspraken een dag eerder.

De Kamercommissie van Binnenlandse Zaken wil van Dales voor 1 mei horen “hoe zij haar coördinerende bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding heeft vorm gegeven.”

Avero-Centraal Beheer in Apeldoorn zoekt de publiciteit met een verklaring dat ze bereid is tot een financiële bijdrage aan het Rampenfonds. Het concern zegt zelfs te overwegen een aparte "aardbevingsverzekering' op te zetten.

Dezelfde middag legt bestuursvoorzitter J.J. van Rijn van de Internationale Nederlanden Groep (de grootste verzekeraar in Nederland) bij de presentatie van de jaarcijfers uit waarom ING geen aardbevingsverzekering heeft. “Zo'n verzekering is zó duur, dat niemand er een zal afsluiten.”

De Consumentenbond kondigt aan een klacht tegen de verzekeraars te zullen indienen bij de Europese Commissie. Volgens de Consumentenbond is de afspraak van de verzekeraars uit 1963 over de polisvoorwaarden in strijd met de Europese concurrentiebepalingen.

Vrijdag 17 april

Terwijl de verzekeringsmaatschappijen wegens Goede Vrijdag met noodbezetting werken, schrijft A. Metten, woordvoerder economische zaken van de grootste fractie in het Europese Parlement, een brief over de Nederlandse verzekeraars aan de Europese Commissie. Hij dringt, net als de Consumentenbond, aan op een onderzoek naar de afspraak van de verzekeraars uit 1963. Volgens Metten is duidelijk sprake van een kartelafspraak die de Europese toets der kritiek niet kan doorstaan.

Dinsdag 21 april

De verzekeraars komen gezamenlijk met tien miljoen gulden over de brug. De hele ochtend is er per fax en telefoon overleg over geweest. “Gelet op de andere donaties leek ons tien miljoen een gepast bedrag”, aldus de zegsvrouw van het Verbond van Verzekeraars. “We vonden dat we toch een gebaar moesten maken dat verder ging dan het sturen van schade-experts.” Elke verzekeraar zal een bijdrage leveren die in verhouding staat tot zijn premie-inkomsten uit brandpolissen.

Woensdag 22 april

Minister Dales vergadert vanaf 10.00 uur in het provinciehuis te Maastricht met Provincie, Nederlandse Rode Kruis, het Nationale Rampenfonds, het Verbond van Verzekeraars, de Consumentenbond en een vertegenwoordiging van de lokale overheid. Een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken deelt mee dat nog niet zeker is of de rijksoverheid meer geld ter beschikking zal stellen voor het getroffen gebied.

Kamerleden kondigen aan met Dales van gedachten te willen wisselen over de gang van zaken vlak na de aarbeving. D66-afgevaardigde Tommel wil dat met name de rol van de radio bij de voorlichting aan de burgers te sprake komt. “Nu was alleen een platvloerse grap te horen van een disc-jockey van de TROS die mededeelde dat Dales uit haar bed gevallen was.”

Spiering