Sadistisch geweld Nieuw Wereldtijdschrift 1992-2. ...

Sadistisch geweld Nieuw Wereldtijdschrift 1992-2. Dedalus Antwerpen, of 020-5518420. 80 blz.ƒ13,25

"Vrouwelijke emoties' Literatuur 1992/2. Hes Uitgevers, 63 blz.ƒ12

Zinnen als kathedralen The Review of Contemporary Art, vol.X no.3. 310 blz.$8. 236 S.Washington, Naperville, IL 60540 USA.

Sadistisch geweld

Naast elkaar bespreekt het Nieuw Wereldtijdschrift twee postmoderne schrijvers: de Serviër Milorad Pavi'c en van de Nederlander Atte Jongstra Groente. Na Pavi'c' merkwaardige "lexiconroman' Chazaars woordenboek, waarvan een vrouwelijke en een mannelijke versie verscheen, publiceert Bert Bakker binnenkort Landschap met thee, al evenmin een gewoon opgebouwde roman. Pavi'c experimenteert ditmaal met de vorm van het kruiswoordraadsel. Een fragment in het NWT doet je vertwijfeld afvragen waarom de man geen toegankelijker boeken schrijft want hij kan het zo goed. Over een wereldvreemde wiskundige: “Hij droeg een mondvol droge tanden en hield zijn glimlach als een hapje in de linkerhelft van zijn kaak.” Het fragment is uitstekend te volgen maar de hele roman moet een raadselachtig ding zijn.

Vanaf nu wil het NWT ook interviews brengen, "uit ergernis over de babbelachtigheid van televisie-interviews' heet het, maar misschien heeft het feit dat vraaggesprekken door velen gelezen worden er ook iets mee te maken. Herman de Coninck begon met Leornard Nolens, de Vlaamse full-timedichter die eigenlijk muzikale clown had willen worden. Dit interview is hoofdzakelijk langer dan gewoonlijk, niks diepgaander maar wel, netjes gezegd, breedsprakiger.

Het openingsartikel is van de Servische schrijver Danilo Kis (1935-1989) en gaat over Marquis de Sade. De goddelijke markies, die nu weer zo in is, wordt door Kis getypeerd als "gnostisch pessimist'; zijn ontkenning van het bestaan van God leidde tot het sadistische geweld - “als er geen God is, als een mensenleven maar een tijdelijk, kort en wreed avontuur is, en de wereld het resultaat van absurditeit en toeval, dan is niet alleen alles toegelaten maar is de misdaad het nec plus ultra van de menselijke natuur”. De wellust kan bij hem onmogelijk iets vrolijks hebben, net als in de natuur is er geen plaats voor mededogen of berouw. "Mimesis van de natuur als daad van ultieme wanhoop en verzet' zegt Kis, die zich tot op zekere hoogte met De Sade verwant zal hebben gevoeld.

“In dit boek neem ik het standpunt van De Sade in, de slechtst gelezen belangrijke schrijver van de Westerse literatuur” stelt Camille Paglia in het eerste hoofdstuk van haar provocerende studie over decadentie Sexual Personae, waarvan nu snel een Nederlandse vertaling zal verschijnen.“ Sex is daemonic, sex is poetry, poetry is sex, sex is power” - Paglia is een must voor iedereen die in kunst en seks geïnteresseerd is. En gebrek aan relativering kan velen.

Nieuw Wereldtijdschrift 1992-2. Dedalus Antwerpen, of 020-5518420. 80 blz.ƒ13,25

"Vrouwelijke emoties'

“In een tijd toen een dame zich hier nog in opspraak bracht door met een boodschappentas op straat te lopen, vond Henriëtte Roland Holst de moed zich aan de zijde van de arbeiders te scharen” - Margriet van Lith begint een artikel in Literatuur met een fraai citaat van Annie Romein-Verschoor en eindigt ook met een uitspraak van haar over de socialistische dichteres. Volgens Van Lith hebben al Roland Holsts critici en biografen haar tekort gedaan door óf haar poëzie óf, minder vaak, haar politieke inzichten het zwaarst te laten wegen. Doorgaans werd haar socialisme als het ware onschadelijk gemaakt door het om te buigen tot "vrouwelijke emoties' als medeleven en christelijke naastenliefde. Dit gaat op voor de oudere Roland Holst, maar zeker niet voor de eerste decennia van haar dichterschap. De citaten van critici die Van Lith aanvoert om haar stelling te illustreren zijn onthullend - “Vrouwelijke extase gecorrigeerd door mannelijke redelijkheid” of: “En zoo werd het socialisme het boezemwater, waarin zij haar menschenliefde liet uitstromen” schreef De Koe toen de dichteres nog lang geen pacifiste was. Haar sexe bepaalde uiteindelijk de ontvangst. Van Lith: “De tegenstelling tussen dichterschap en politieke activiteit was bijvoorbeeld bij Herman Gorter natuurlijk evenzeer aan de orde, maar de mierzoete taal die over Roland Holst en haar mensenliefde geschreven is, treft men bij recensies of biografieën van Gorter niet aan”.

In een ander artikel in dit nummer wijst Thomas Vaessens op engagement in de gedichten van Van Ostaijen. Zijn poëzie staat bekend als "hyperautonomistisch' maar dat komt vooral omdat de dichter dat zelf graag wilde. In feite was Van Ostaijen een maatschappij-betrokken idealist stelt Vaessens met aplomb en weerspreekt Van Ostaijen-kenner P.Hadermann, Martinus Nijhoff, en de dichter zelf.

A.Agnes Sneller onderzocht de man-vrouwverhouding in Jacob Cats' pastorale De koninglycke harderin Aspasia (1656) en concludeert dat "gigant' Cats de Nederlandse samenleving mee heeft helpen vormen. Professor Johan Pieter Snapper maakt zich vanuit Berkeley boos over de komende bezuiniging op de Queen Beatrix Chair of Dutch Language, Literature & Culture.

Literatuur 1992/2. Hes Uitgevers, 63 blz.ƒ12

Zinnen als kathedralen

Het viermaandelijkse tijdschrift Amerikaanse Review of Contemporary Fiction besteedt per nummer aandacht aan hooguit twee auteurs. Vernieuwers hebben de voorkeur. Zo kwamen in de afgelopen tien jaar aan de orde: William Gaddis, Juan Goytisolo, Paul West, Claude Simon, Luisa Valenzuela, Beckett, Kathy Acker en Arno Schmidt. Het laatste nummer is gewijd aan William H.Gass (150 blz.) en Manuel Puig (100).

Een beetje verscholen achterin staat een ingezonden brief van Paul West, een getalenteerd, veelzijdig en fantasierijk schrijver die hier nog niet is doorgedrongen. Hij is verontwaardigd over een weigering van de Atlantic Monthly een uitvoerige en gunstige bespreking van zijn boek The Women of Whitechapel and Jack the Ripper te plaatsen omdat daarin vrouwen aan stukken gesneden worden. Hij wantrouwt de motieven van Atlantic ("nep-feminisme') en vreest dat het Amerikaanse puritanisme de literatuur wel meer schade zal gaan berokkenen: “The age of minimalism is over, it seems, but that of timidity has only just begun”. De New York Times koos de kant van West, maar pas nadat de redactie een brief van West over de kwestie had laten circuleren, met een onleesbaar gemaakte ondertekening, om de stemming te peilen. Toevallig kreeg West zelf later zo'n kopie in handen, wat zijn vreugde over het uitgesproken standpunt van de gezaghebbende New York Times flink temperde: "one way of tasting a scandal without getting your tongue burned".

Het tegenovergestelde van een minimalist mag filosoof en schrijver William Gass wel genoemd worden. Hij bouwt zinnen als kathedralen, is een woordkunstenaar bij uitstek en buiten Amerika of Europese universiteiten nauwelijks bekend. Lezers die zijn werk kennen, vrij goed kennen, moeten zich dit nummer van de Review of Contemporary Fiction niet laten ontgaan. Gass lezen is een aparte ervaring, een adembenemende vaak, waarbij je je maar het beste kunt laten meeslepen door zijn zinnen. Vanzelfsprekend zijn er al jaren discussies gaande over zijn werk en het l'art-pour-l'artprincipe, vooral omdat zijn roman in wording The Tunnel over de holocaust gaat. De aloude vraag: “Is it irresponsible - is it hedonistic - to offer the rigor of sentences while millions suffer real death sentences?”

The Review of Contemporary Art, vol.X no.3. 310 blz.$8. 236 S.Washington, Naperville, IL 60540 USA.