Pronk: meer inzicht in hulp organisaties

DEN HAAG, 22 APRIL. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) wil dat de vier particuliere medefinancieringsorganisaties (MFO's) beter verantwoording afleggen over de 600 miljoen gulden die zij jaarlijks besteden. Volgend jaar moeten zij met een kosten-batenanalyse komen.

De minister schrijft dit in antwoord aan de Tweede Kamer op de studie die de vier organisaties hebben laten maken over de doelmatigheid van hun activiteiten. Bij de behandeling van de begroting van ontwikkelingssamenwerking heeft een groot aantal fracties in de Tweede Kamer er op aangedrongen dat een betere controle wordt uitgeoefend, ook in de ontvangende landen zelf, op de besteding van de fondsen (6,4 miljard gulden).

De vier organisaties (Cebemo, Icco, Novib en Hivos) hebben een katholieke, protestantse, algemene en humanistische identiteit en werken met partnerorganisaties in de Derde wereld. Hun activiteiten worden voornamelijk door de overheid gefinancierd, maar daarnaast zamelen ze ook zelf geld in voor projecten.

Pronk vraagt hen ook intensiever samen te werken en uitwisseling van gegevens en ervaringen te bevorderen tussen de organisaties onderling en van de MFO's met het ministerie van buitenlandse zaken, waaronder Ontwikkelingssamenwerking valt.

Pronk zegt dat de vier organisaties geen monopoliepositie moeten innemen noch in hun relatie met de Nederlandse overheid noch wat betreft de financiering van niet-gouvernementele organisaties in het Zuiden. “Er kunnen zich immers omstandigheden voordoen dat andere organisaties over kennis en contacten beschikken die voor het bereiken van een bepaalde doelstelling beter geschikt zijn”, aldus Pronk in zijn brief. Hij is ook van mening dat een studie verricht moet worden naar het effect van het werk.