President Izetbegovic blijft hopen op een wonder

SARAJEVO, 22 APRIL. In deze uren des gevaars straalt de president een haast onwezenlijke rust uit. “Er is een eenvoudig recept voor vrede, dat is het staken van de aanval”, zegt Alija Izetbegovic met een stalen gezicht, terwijl op hetzelfde moment de hoofdstad van zijn land, en hijzelf erbij, vanuit de heuvels door de Serviërs met kanonnen wordt bestookt. Hij is eigenlijk niet naar het republikeinse perscentrum in de door de gevechten in tweeën gedeelde stad gekomen om over de oorlog en het Servisch offensief tegen Sarajevo te praten, maar om tekst en uitleg te geven over de vorming van een nieuwe regering, waarin - naar hij hoopt - ook vredelievende Serviërs zullen worden opgenomen.

“Wij hebben deze oorlog tenslotte niet verklaard”, geeft hij als verklaring voor zijn gebrek aan enthousiasme om over de enkele honderden meters verder woedende gevechten iets te zeggen. “We zijn ook niet voorbereid op zo'n agressie. We kunnen niet veel meer doen dan onze verdediging beter te organiseren, en inmiddels proberen iets te bereiken aan het diplomatieke front”.

Er zijn inmiddels bijna geen buitenlandse journalisten in het presidentieel hoofdkwartier (waarin het perscentrum zich bevindt) om Izetbegovic' appèl aan het buitenland aan te horen. De meeste journalisten bevinden zich aan de andere kant van het front, in een door de Servische partij gecontroleerde sector van de stad, waar zij dagelijks de Servische persconferentie bezoeken. Die Serviërs blazen hoog van de toren en hebben gisteren zelfs een kopie verspreid van de dagorder, op grond waarvan het leger van de “Servische republiek Bosnië en Herzegovina” gisteren naar Sarajevo is opgetrokken.

Machtsvertoon is Izetbegovic, al jaren een grote bedachtzaamheid uitstralend, echter vreemd. Hij heeft zichzelf ook weinig te verwijten. Anders dan zijn collega Franjo Tudjman van Kroatië bijvoorbeeld, heeft hij zich nimmer overgegeven aan snoeverige opmerkingen over de Serviërs. Vrijwel ad absurdum heeft hij zich de afgelopen maanden ingespannen om een gemeenschappelijke regering van moslims, Serviërs en Kroaten overeind te houden, ondanks allerlei obstructies van de Servische partij SDS. Het door de Europese gemeenschap verlangde referendum en de onafhankelijkheidsverklaring hebben tenslotte aan alle schone schijn een einde gemaakt. En de doffe dreunen in de lucht boven Sarajevo markeren schijnbaar het einde van elk compromis.

De agressor, meent Izetbegovic, heeft in Bosnië-Herzegovina in de verschillende regio's een ander gezicht. In het zuiden en noorden van de republiek is vooral het Joegoslavische leger, het JNA, actief. “In Sarajevo echter houdt het leger zich afzijdig, en daarom willen we de contacten met hen openhouden”, meent de president. Hij verklaart het verschil in opstelling van het JNA in verschillende gebieden uit een verschil in opstelling van de regionale commandanten.

Izetbegovic stelt zich teweer tegen degenen, met name de Kroaten in het staatspresidium, die het JNA éénduidig als agressor en bezettingsleger willen uitroepen. “We kunnen niet tegelijkertijd én de Servische milities, én Servië én het JNA als vijand hebben”, meent de president. “We willen het JNA een kans geven, hier in centraal-Bosnië als een vredestichter op te treden, zoals generaal Kukanac zegt te willen zijn”.

Voorwaarde is wel, meent de president, dat het JNA in Bosnië-Herzegovina het oppergezag van de wettige regering erkent. “Of het JNA wordt, in gereconstructueerde vorm het leger van Bosnië-Herzegovina, of het moet ons grondgebied verlaten”, meent hij. De status van het leger kan in de verschillende regio's (van moslims, Kroaten en Serviërs) waarin, volgens de door de Europese Gemeenschap ontworpen regeling, de republiek wordt verdeeld, wat hem betreft verschillend zijn. Voor de door de Kroaten en hun min of meer geregelde troepen gecontroleerde gebieden zal het moeilijk zijn een bevredigende status te verzinnen, denkt hij. Maar hij blijft goede hoop, en wenst iedereen veel sterkte en burgermoed in deze moeilijke uren.

Een uurtje later wordt bekend, dat een lid van het collectieve presidentschap achter zijn rug om, in een soort wanhoopsactie, de Amerikaanse president Bush om militaire interventie heeft verzocht. Erg serieus is dat niet, maar wel vervelend voor de zorgvuldig manoeuvrerende president. Vandaag zal wel blijken, of dit of iets anders het excuus is voor het avondlijk of nachtelijk bombardement van de Serviërs op Sarajevo van de afgelopen nacht. Wie hun de kanonnen daarvoor gegeven heeft, weet inmiddels iedereen.