Premier Australië vleit Indonesië door bezoek

JAKARTA, 22 APRIL. “Ik heb Indonesië uitgekozen voor mijn eerste buitenlandse bezoek om als junior te leren van de nestor onder de leiders van Zuid-Oost Azie.” De Australische premier Paul Keating, die in eigen land bekend staat als ietwat grof in de mond, weet hoe hij Indonesiërs moet toespreken. Hij arriveerde hier gisteren om de betrekkingen met de noorderbuur te verbeteren, die na de felle reactie van zijn voorganger Bob Hawke op het bloedbad in Oost-Timor enige averij hadden opgelopen.

President Soeharto is duidelijk gevleid door deze geste van de nieuwe Australische premier en tijdens het officiële diner gisteravond kreeg Keating van het staatshoofd zowaar een kris (Javaanse degen) ten geschenke. Soeharto greep het bezoek aan om nog eens duidelijk te maken hoe Indonesië denkt over buitenlandse bemoeienis. “We krijgen graag suggesties of zelfs kritische opmerkingen, mits die naar voren worden gebracht in broederlijke termen”, aldus de president. “Commentaar en kritiek die onze zwakheden overdrijven beschouwen we als inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden.”

Diplomaten in Jakarta kregen de indruk dat Soeharto het Australische pragmatisme ten voorbeeld stelde aan andere landen. Dat Keatings echtgenote Anita een geboren Nederlandse is, doet politiek absoluut niet terzake, maar het is wel een pikant detail.

Keating onderstreept met zijn bezoek het belang dat zijn land toeschrijft aan Indonesië. Australië was in 1979 de eerste staat die de Indonesische annexatie van Oost-Timor formeel erkende en sindsdien zijn de betrekkingen op regeringsniveau alleen maar hartelijker geworden. In 1989 sloten Indonesië en Australië een verdrag dat voorziet in de gezamenlijke exploitatie van olievelden in de Timor Gap, het zeegebied waar ooit de grens liep tussen de Portugese kolonie Oost-Timor en Australië. Beide landen liepen daarmee vooruit op een regeling van deze internationaal omstreden grens.

Keating wil de buitenlandse oriëntatie van zijn land verleggen van Europa naar het dynamische Stille Oceaan-gebied. Indonesië, met zijn grote economische potentieel en indrukwekkende groeicijfers, vormt een gewichtige factor in Canberra's regionale berekeningen.

Iedere Australische premier, ook Keating, moet echter opereren in een lastig spanningsveld. Binnen de Australische vakbeweging en ook in zijn eigen Labor Party klinkt al jaren kritiek op Canberra's Realpolitik tegenover Jakarta. Sinds in 1975 vijf Australische journalisten onder onopgehelderde omstandigheden de dood vonden in Oost-Timor, neigen de media in Australie tot een uiterst kritische behandeling van de Indonesische binnenlandse politiek. Dat leidde in de jaren tachtig tot diplomatieke aanvaringen en zelfs tot uitzetting van een Australische correspondent.

In een interview met het Indonesische weekblad Tempo benadrukte Keating dat zijn land hecht aan een vrije pers, maar hij erkende uitdrukkelijk “het recht van Indonesië om er andere opvattingen op na te houden over de rol van de media en zelf te bepalen wie wel en wie geen recht heeft om in het land te wonen en werken”.

Een andere storende factor in de wederzijdse betrekkingen zijn de Indonesische vissers die nogal eens illegaal hun netten uitwerpen in Australische wateren. Dezer dagen ondertekenen beide landen behalve een belastingverdrag ook een visserij-akkoord. De ministers van buitenlandse zaken, Gareth Evans en Ali Alatas, die het uitstekend kunnen vinden, maken van het bezoek gebruik om andere conflictstof, zoals asielaanvragen van Indonesiërs in Australië, weg te masseren.