Pijnlijke onthullingen tijdens een reis

Voorstelling: Sporen van Frans Strijards door Art & Pro. Regie: Frans Strijards. Decor: Stans Lutz. Spel: Wim van der Grijn, Trudy de Jong, Evert van der Meulen, Theo Pont e.a. Gezien: 18/4, Brakke Grond, Amsterdam. Nog te zien: aldaar t/m 2/5, daarna tournee.

Al sinds zijn eerste voorstellingen, eind jaren zeventig, is duidelijk dat succes regisseur en schrijver Frans Strijards er niet van weerhoudt zich te ontwikkelen. Zijn ensceneringen van klassieken als Ibsen, Tsjechov en Pirandello gaven aan het begin van de jaren tachtig een smakelijk commentaar op de uitvoeringspraktijk. Dat toneel over het toneel voorzag Strijards van een strikt persoonlijk stempel met verrassende filologische bokkesprongen en een wervelende, dansante mise en scène. Halverwege de jaren tachtig begon hij weer zelf stukken te schrijven, niet zoals tien jaar daarvoor onder het pseudoniem Cees Cromwijck, maar onder zijn eigen naam. Alsof de succesvolle klassieken slechts een vingeroefening waren geweest.

Anders dan de regisseur Strijards is de schrijver in hem zichzelf steeds trouw gebleven. Thematisch is er nauwelijks verschil tussen het oudste en het jongste werk. Strijards is nog steeds gefascineerd door illusies en ontgoocheling, door herinneringen die botsen met de werkelijkheid, een haaks op het heden staand verleden, door de positie van de kunst en door het gedrag van groepen en subculturen. Hij reageert alert op de actualiteit in zijn stukken, op tendenzen en op de geest van de tijd, zonder modieus te worden. Zijn kracht is een baldadig soort ironie en desondanks een grote stijlvastheid. Zijn voorstellingen blijven steeds herkenbaar de zijne.

Dat geldt ook weer voor Sporen, maar tegelijkertijd is dit nieuwste werk, net als de vorige voorstelling Toeval. Voorval, anders dan al het voorgaande. De voorheen nadrukkelijk geestige aspecten van het spel, tekst en mise en scène lijken er minder toe te doen en de filosofische diepgang van het geheel des te meer.

Net als Toeval.Voorval is Sporen een tractaat, gebaseerd op een eenvoudig anekdotisch uitgangspunt. Een reisgezelschap gaat, op de plek van bestemming onder leiding van een onnozele gids (een sterke rol van Evert van der Meulen) op weg naar de zogenaamde Bregenz-collectie. Die heeft in meer dan één opzicht een verleden, want zij bestaat uit speelgoedkanonnen, schalen van patroonhulzen, tot asbak omgevormde granaten en geschilderde oorlogstaferelen.

De dubieuze collectie wordt symbolisch doordat de leden van het gezelschap, volgens de regels van de dynamiek van de geïsoleerde groep, niet zozeer het onbekende land als wel zichzelf en elkaar ontdekken, en daarmee menig besmet verleden. Onvermoede of bewust verdoezelde familiebanden treden aan het licht, evenals minder fraai gedrag, ooit, lang geleden en verklaringen voor het huidige gedrag. En iedere nieuwe pijnlijke onthulling resulteert prompt in nieuwe kongsi's en vijandschap.

De brokstukken informatie worden door Strijards in elkaar bliksemsnel afwisselende scènes kwistig rondgestrooid. In het heldere, overzichtelijke decor van Stans Lutz (grasgroen speelvlak met helblauw achterdoek waar schapewolkjes langsdrijven) is het een va-et-vient van lichtelijk oververhitte burgers. Toch is de mise en scène minder wervelend dan voorheen, de nog altijd talrijke loopjes zijn hoekig en vertonen onverwachte, haakse koerswijzigingen. Die zijn wellicht in overeenstemming met weer een verrassende wending in het verhaal - maar die worden door de schrijver Strijards en tegen het slot ook letterlijk door de regisseur in mist gehuld.

Misschien is Strijards' probleem dat hij geen Peter Handke is. Die kan een eenvoudig gegeven op glasheldere wijze in een filosofisch leerstuk doen verkeren. Strijards (nog) niet. Zijn ambitie dieper te graven dan een eerste laag onder de oppervlakte is lofwaardig, maar het blijft vooralsnog een ambitie. Iedere regel van zijn tekst lijkt een vingerwijzing te bevatten ten aanzien van de strekking, maar zijn tekst is lang. Gaat hij, uiteindelijk, over de betekenisloosheid van het verleden? Of juist over het belang daarvan? Over schuld en boete? Of gaat het toch weer over kunst, en over toneel? Of opnieuw over toeval, misschien?

Vooralsnog weet Strijards niet te doseren, zijn voorstelling gaat gebukt onder een teveel. Hij mag chaos tonen, maar uiteindelijk moet ook de chaos binnen de grenzen van een kunstwerk overzichtelijk zijn. Juist dat is het belang ervan, anders kan de toeschouwer net zo goed de straat oplopen. En omdat die essentie verloren gaat, maakt zelfs het als gewoonlijk maar deze keer ook ondanks alles komische spel van Trudy de Jong een machteloze indruk. Misschien is dat de bedoeling. Ja, misschien is de essentie dat er geen essentie is.