Nieuwe avonturen van Gulliver

Gesteld dat Jonathan Swift in deze eeuw had geleefd en kapitein-dokter Lemuel Gulliver na een schipbreuk ergens aan de Spaanse kust in de buurt van Sevilla had laten aanspoelen: met welke reisverhalen was hij dan thuisgekomen? Dat zou natuurlijk van zijn land van herkomst afhangen.

De oorspronkelijke Gulliver kan in geen enkel buitenland van zijn verbazing bekomen. Dat is het gevolg van zijn levenshouding. Er zijn Swift-kenners die geloven dat hij zijn naam heeft te danken aan het woord gullible: Gulliver de Goedgelovige (al weet hij zich voor een naïef mens goed te verdedigen). Een Gulliver in het laatst van de twintigste eeuw heeft voldoende aan dezelfde beginselen: met de oude christelijke, getemperd door aardse redelijkheid zou hij ook vandaag niet uitgepraat komen.

Deze Gulliver wordt door een Spanjaard gevonden en die troont hem vanzelfsprekend meteen mee naar Sevilla waar hij duizelt van alles wat er op de wereldtentoonstellig te zien is. Muren van water! Inwoners die, nog niet helemaal bekomen van de Heilige Week, alweer de straten schrobben om de gasten een passende ontvangst te bereiden. Niet één maar wel duizend machines met behulp waarvan je in de toekomst kunt kijken, alsof dat prachtige heden nog niet goed genoeg was. Het begint hem al enigszins boven het verstand te gaan.

Hij wordt dan door een vermogend man die plezier heeft in zijn verbluftheid, in staat gesteld, heel Europa door te reizen. Maar, zegt zijn beschermer, opdat u beter zult begrijpen wat u op uw reis te zien krijgt, wil ik u eerst nog het een en ander vertellen. Dit werelddeel is ontsnapt aan de grootste dreiging aller tijden. Het had in een gloeiende wolk (het zou me nu te ver voeren de oorzaken daarvan te verklaren) binnen een etmaal tot as kunnen vergaan. Nadat dit gevaar nog niet zolang geleden is afgewend, verheugen de volken zich in een nieuwe eenheid en broederschap en bijgevolg een prachtige toekomst waarvan u de beelden al op deze tentoonstelling hebt gezien. Niet het einde der tijden is aangebroken, maar het einde der ideologiën die juist het einde der tijden naderbij dreigden te brengen, en nu beleven we zelfs het einde van de geschiedenis, wat wil zeggen dat we juist aan het begin van nieuwe tijden staan.

De scheepsarts kan nog niet alles meteen doorzien maar verheugt zich erop, zich niets in dit gezegend werelddeel te laten ontgaan, al was het alleen maar om de woorden van zijn weldoener beter te kunnen begrijpen. Wij die al weten wat de echte Gulliver destijds is overkomen, kunnen wel een beetje voorspellen waar de reis ongeveer heengaat. Hij komt eerst op Sicilië terecht waar vrome mafiosi in gebed gaan voor ze hun mitrailleur op brave magistraten legen. Dan krijgt hij, als hij zich daarover alweer begint te verbazen, van een nieuwe weldoener de raad even over te steken naar Bosnië-Herzegovina. Daar komt hij juist op tijd om een gevecht op leven en dood tussen een blauwgehelmde vredesstichter en een gebaarde vrijheidsstrijder tot tevredenheid van beiden te beëindigen. Wel moet hij, om bij te komen van zijn verbazing, naar een herstellingsoord waarvoor de derde weldoener in zijn buidel tast: voldoende voor een kaartje naar Euro Disney met alle attracties. Hier maakt hij, als medicus, belangrijke aantekeningen voor een latere verhandeling getiteld De lach als prothese.

Omdat zijn beroemde voorvader per slot van rekening twee jaar en zeven maanden in Leiden heeft gestudeerd, wil hij met eigen ogen zien hoe het er in Nederland voorstaat. Ook hier zijn eenheid, vrijheid, gelijkheid, zorg en broederschap troef. De vierde weldoener neemt hem mee naar een godsdienstoefening waar de Heilige Consensus wordt aanbeden. Als de dienst is afgelopen kan hij zijn hotel niet bereiken omdat de weg naar de vervoersmiddelen waarvan het personeel staakt, wordt versperd door groepen mensen die petjes met grote kleppen dragen. Op die kleppen staat een tekst waarvan hij veronderstelt dat dit hun eigen gebed is. In zijn reisjournaal noteert hij Wij pikken het niet, en neemt zich voor deze vrome tekst thuis nader te bestuderen. Iemand roept: Kaarpoel en wijst naar een lege vlakte. Na nog een paar avonturen slaagt hij erin, Engeland weer te bereiken. 't Is bekend wat hem daar overkomt. Wegens de weerzinwekkende lucht van de mensen neemt hij voorlopig zijn intrek in de paardestal.

Swift was een moralist, de protomoralist, die in zijn werk al zijn soortgenoten heeft overleefd omdat hij zo vernuftig kon denken en prachtig schrijven. Zijn tijdgenoten voerden hun oorlogen, naar vermogen, niet minder krankzinnig dan de onze het doen. Zijn hele oeuvre, nog altijd alsof het gisteren geschreven was, is niet voldoende gebleken om die krankzinnigheden te genezen. Aan wanen zijn we gewend, en zelfs aan wanen waarvan de gevolgen een omvang hebben die Swift zich niet heeft kunnen voorstellen. Niettemin: er blijft soms een zekere verhouding tussen waan en doel die, als men zich voldoende inspant, nog te beredeneren valt. Dat hangt weer af van tijd, plaats en andere, meer persoonlijke voorwaarden.

De waan waarvan de hele westelijke kant van ons werelddeel nu direct de dagelijkse groei kan waarnemen is de Servische. 't Is zo vanzelfsprekend dat ik me zou generen als ik het nader verklaarde.

Als men met zijn verstand er niet meer bij kan, stelt men zich in onze beschaving nog altijd op het standpunt van de moralist. Men neemt afstand en schudt het hoofd over zoveel onzin, men resigneert in zijn verlammende verbazing. Dat doet West-Europa tegenover de overblijfselen van Joegoslavië: het verheft zijn werkloze verbazing tot politiek. Het handhaaft, met bemiddeling en andere lapmiddelen, zijn afzijdigheid van de moralist. Dat is in dit geval: collaboratie.