Na 25 jaar opnieuw executie in Californië

WASHINGTON, 22 APRIL. In de Amerikaanse staat Californië is gisteren het eerste doodvonnis sinds 25 jaar voltrokken. De 39-jarige moordenaar Robert Alton Harris, die kort na zes uur 's ochtends plaatselijke tijd in de gaskamer van de gevangenis van San Quentin werd geëxecuteerd, was de 169ste veroordeelde aan wie in de Verenigde Staten de doodstraf werd voltrokken sinds het Hooggerechtshof in 1976 daartoe opnieuw toestemming gaf.

In Californië wachten 331 mannen en vrouwen op hun executie. In totaal verblijven in de Verenigde Staten bijna 2.500 gevangenen op de zogeheten death row.

Het Californische doodsritueel heeft zich sinds 1976 in negentien andere Amerikaanse staten afgespeeld, met demonstranten pro en contra en nachtelijke beroepen bij het Hooggerechtshof in Washington, waar negen prikkelbare rechters wakker moeten blijven. Zestien andere staten met de mogelijkheid van de doodstraf hebben daar tot nu toe geen gebruik van gemaakt. Ruim driekwart van de Amerikanen is voor de doodstraf. Bij een recente opiniepeiling in Californië bleek 88 procent voorstander te zijn.

Voor Harris' dood werd de afgelopen dertien jaar vijf maal eerder een datum vastgesteld en in 1990 werd de executie al eens twaalf uur tevoren uitgesteld, nadat zijn advocaten een nieuwe beroepsprocedure waren begonnen. Gisteren werd de executie uiteindelijk voltrokken nadat Harris vier nieuwe beroepen had verloren en reeds eenmaal in de gaskamer was vastgebonden en - een minuut voor de geplande executie - weer was losgemaakt.

Uiteindelijk verloren de opperrechters hun geduld en verboden de lagere hoven om nog beroepen in te stellen. “Er is geen goede reden voor dit oneigenlijke uitstel, dat wordt bevorderd door pogingen in de laatste minuut om het proces te manipuleren”, was de uitspraak. Slechts twee rechters van de uitstervende gematigde vleugel van het Hof waren het oneens met de beslissing.

Omstreeks kwart over zes gisterochtend konden 49 getuigen - onder wie de ouders van een van de slachtoffers, familieleden van de veroordeelde en achttien verslaggevers - toezien hoe Harris stikte in het vrijgekomen cyanidegas.

Vanaf het begin van de jaren zestig werd de doodstraf in de Verenigde Staten steeds minder toegepast. In de jaren veertig werden nog 120 veroordeelden per jaar geëxecuteerd; in 1963 waren het er 21; vijftien in 1964, zeven in 1965, één in 1966 en in latere jaren nog een handvol. In 1972 schortte het Hooggerechtshof in Washington de doodstraf op, nadat gebleken was dat meer zwarten werden geëxecuteerd dan blanken. Na een pauze werd in 1976 opnieuw een terdoodveroordeelde geëxecuteerd, in een elektrische stoel in Florida.

Pag.13: Emoties over doodstraf slingeren heen en weer

Het merendeel van de Amerikanen is voor de doodstraf en voor landelijke politici is het daarom geen strijdpunt meer. Toch vindt het publiek dat de aan de doodstraf voorafgaande procedure niet alleen snel maar ook zorgvuldig moet zijn. De voorzitter van het Hooggerechtshof, William Rehnquist, streeft er persoonlijk naar om de procedure te stroomlijnen en om een grens te stellen aan het aantal mogelijke beroepen.

De advocaten van Harris kwamen bijvoorbeeld afgelopen nacht - na dertien jaar van procederen - nog op het idee dat de dood door gas buitengewoon wreed en dus onconstitutioneel zou zijn. In het geval van Californië kaatsten dergelijke beroepen eindeloos heen en weer tussen drie federale en twee deelstaatrechtbanken.

Toch kan de versnelling van de procedure ertoe leiden dat onschuldigen geëxecuteerd worden. In West-Virginia wacht een man in zijn dodencel, waarvan steeds aannemelijker is geworden dat hij onschuldig is. Zijn mogelijkheden voor beroep over de feitelijke toedracht van de moord zijn uitgeput. De kans is groot dat een nieuw geval van een ongerechtvaardigde doodstraf de balans weer zal laten doorslaan naar langduriger en zorgvuldiger procedures. Het executietempo blijft voorlopig veel lager dan het jaarlijkse aantal doodvonnissen. Elke, nieuwe executie blijft nieuws. Zo zwaait de emotionele slinger van de doodstraf heen en weer. Een echte definitieve oplossing zullen de Amerikanen nooit vinden.

De doodstraf werkt in de VS minder preventief dan als vergelding. Amerikaanse moorden zijn vaak van een in Nederland vrijwel ondenkbare gruwelijkheid, die vooral bij nabestaanden wraakgevoelens losmaakt. Doorslaggevend voor Harris' lot was de koelbloedigheid waarmee hij in 1978 twee tieners doodschoot om hun auto te kunnen gebruiken voor een bankroof. Direct na de moord aten hij en zijn medeplichtige broer met smaak de hamburgers op die de slachtoffers hadden gehaald. Vooral dat laatste detail moet de gevoelens van juryleden en rechters hebben getroffen.

Harris had bij zijn geboorte het foetale alcoholsyndroom, omdat zijn moeder aan de drank was, en werd mishandeld door zijn ouders. Verzoeken om clementie, onder meer van Moeder Teresa uit Calcutta, die Harris tijdens een bezoek aan San Quentin in 1987 ontmoette, mochten echter niet baten.

In Californië, waar 330 mensen wachten in hun dodencellen, is een invloedrijke slachtofferbeweging die zich inspant voor snellere strafprocedures. Gouverneur Pete Wilson heeft zich voor deze groep sterk gemaakt om berechting te versnellen. Harris pleegde zijn moorden op 25-jarige leeftijd en werd op 39-jarige leeftijd gestraft. De gekozen openbare aanklager van Californië, Lundgren, zei gisteren optimistisch dat “het systeem begint te reageren op de echte noden van de slachtoffers en hun familieleden.”