Jeltsin: tij geschiedenis is niet te keren

MOSKOU, 24 APRIL. President Boris Jeltsin van Rusland heeft gisteren zijn critici in het congres van volksafgevaardigden voorgehouden dat ze “een chronische constitutionele crisis” veroorzaken, maar dat ze er niet in zullen slagen “het tij van de geschiedenis te keren”.

In zijn toespraak, waarmee gisteren de zitting van het volkscongres werd afgesloten, keek Jeltsin met gemengde gevoelens terug op het optreden van het Russische parlement, dat nog voornamelijk bestaat uit leden die er ten tijde van het communistische bewind in zijn gekozen.

Hij zei dat pogingen in de richting van “een conservatieve wraak” zijn mislukt en dat de koers van de economische hervormingen wordt aangehouden. Niettemin, aldus Jeltsin, zijn veel leden van het volkscongres niet in staat geweest “hun pogingen, de democratie en de hervormingen te treffen, te verbergen”.

Hij hekelde de pogingen die zijn ondernomen om zijn macht te beknotten, zijn hervormingen bij te stellen, de censuur weer in te stellen en de Koude Oorlog tot leven te wekken.

Aan de andere kant had hij ook lovende woorden: “Ik kan het niet eens zijn met diegenen die een louter negatieve evaluatie van het congres geven”, zo zei hij. “Veel leden waren eerlijk bezorgd over de harde koers van de hervormingen en waren genteresseerd in methoden de moeilijkheden van de transformatie te verzachten. Een meerderheid van de congresleden heeft de kracht gevonden om die pogingen te verhinderen.”

Jeltsin laakte het congres omdat het op een aantal punten ernstig in gebreke is gebleven. Zo is het er tijdens zijn tiendaagse zitting niet in geslaagd de grondwet zodanig aan te passen dat de landhervorming kan beginnen. Ook is het congres teruggeschrokken voor het schrappen van de term Sovjet-Unie uit de grondwet en voor het geven van de verzekering, dat Rusland zich zal houden aan door de Sovjet-Unie afgesloten ontwapeningsakkoorden.

Jeltsin en zijn aanhangers zijn er echter wel in geslaagd het 1046 leden tellende volkscongres, dat twee keer per jaar bijeenkomt, ertoe te bewegen sommige beslissingen over te laten aan de Opperste Sovjet, het staande parlement, dat met 250 leden gemakkelijker te benvloeden is. (Reuter, UPI, AP)