Hyperinflatie op komst in "Joegoslavië'; Overheden en bedrijven kunnen hun werknemers niet meer betalen

LJUBLJANA, 22 APRIL. “De Servische economie balanceert op de rand van het bankroet en de regering kijkt passief toe en onderneemt niets”, verzekert de oppositieleider Vuk Draskovic de aanwezigen op een bijeenkomst van arbeiders in een bioscoopzaal in een buitenwijk van Belgrado. De textielarbeider Slobodan Vidic grijpt de microfoon: “Ik verdien 60 mark per maand en ons bedrijf heeft de afgelopen drie maanden ons loon slechts één keer overgemaakt, de directeur zegt doodeenvoudig dat er geen geld is.” Vidic is een van de 300.000 mensen die werken in bedrijven die hun werknemers niet op tijd kunnen betalen. Joegoslavië, dat nog slechts bestaat uit Servië en Montenegro, betaalt een hoge prijs voor de militaire interventies in Slovenië en Kroatië. En in Belgrado weet niemand hoe men het geld bij elkaar moet krijgen om de gevechtsoperaties van het Joegoslavische leger en Servische vrijwilligers in Bosnië te financieren.

Vorige week maandag moest de Joegoslavische nationale bank de dinar devalueren van 85 dinar tot 200 dinar voor 1 D-mark. Maar ondanks de drastische devaluatie ligt de officiële koers nog ruim boven die op de zwarte markt waar voor 1 mark 500 dinar wordt betaald. De koers van de dinar lijkt in een vrije val geraakt.

Naast de miljarden dinars die het leger het afgelopen jaar heeft opgeslokt is het wegvallen van de markten in Slovenië en Kroatië een belangrijke oorzaak voor de economische malaise in het "nieuwe Joegoslavië' (10,1 miljoen inwoners). Volgens professor Pavle Petrovic (universiteit van Belgrado) heeft het wegvallen van de markten in Slovenië en Kroatië 120.000 mensen hun baan gekost; 40 procent van de Servische export ging naar deze twee republieken. Ook de EG-boycot heeft ingrijpende gevolgen. Cijfers over de schade zijn om “strategische redenen” geheim. Hoge uitgaven voor het leger, stagnatie van de export en een drastische daling van de koopkracht hebben tot een economische catastrofe geleid. Het inflatiepercentage voor maart bedraagt 41 procent. De directeur van het instituut voor de statistiek, Milovan Zivkovic, verwacht dat de inflatie dit jaar oploopt tot 38.000 procent. Om het tij enigzins te keren zijn de Joegoslavische onderminister van financiën, Slavoljub Stanic, en de gouverneur van de nationale bank, Dusan Vlatkovic, vrijdag naar de Verenigde Staten gereisd om daar met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de commerciële banken te onderhandelen over de herstructurering van de buitenlandse schuld van 30 miljard dollar. Hun pleidooi om het "nieuwe Joegoslavië' de zetel van de voormalige Joegoslavische federatie te laten innemen zal weinig succes hebben, nu de VS en de EG dreigen Servië vanwege haar betrokkenheid in de burgeroorlog in Bosnië te straffen.

In Bosnië, dat drie twee weken geleden door de EG en de VS erkend werd, gaat het niet veel beter. In de nieuwe staat wordt de Joegoslavische dinar nog steeds als betaalmiddel gebruikt. Door het etnische geweld in Bosnië steeg de koers van de D-mark op de zwarte markt in 24 uur van 400 naar 800 dinar. Begin vorige week viel de koers van de mark weer terug naar 320 dinar omdat de bevolking harde valuta omwisselde voor dinars om levensmiddelen te hamsteren. Zo'n 350.000 mensen zijn werkloos in het 4,5 miljoen inwoners tellende Bosnië. Vorig jaar daalde de produktie met 30 procent en de eerste twee maanden van dit jaar werd er nog eens 24 procent minder geproduceerd.

Vanaf begin maart zijn veel bedrijven vanwege de gewelddadigheden gesloten. Luchtbombardementen en inslaande granaten hebben de afgelopen weken tientallen miljoenen guldens schade aangericht. De prijzen stegen afgelopen maand met 100 tot 300 procent. Economen hebben uitgerekend dat de inflatie in Bosnië dit jaar kan oplopen tot het astronomische cijfer van 256.000 procent. Een deel van de ambtenaren en onderwijzers ontving eind deze maand geen loon omdat de Bosnische regering met een begrotingstekort kampt van maar liefst 20 miljard dinar.

Ook de Kroatische regering kampt met een astronomisch tekort. Zij heeft slechts dekking voor 65 procent van de 270 miljard Kroatische dinar (K-dinar) aan overheidsuitgaven. Vorige maand vroeg zij de nationale bank tevergeefs om een 10 jarige staatslening tegen 1 procent rente. Sindsdien is de relatie tussen de regering en de nationale bank ernstig verstoord. Eind vorig jaar werd in Kroatië de Joegoslavische dinar uit de roulatie genomen en 1 tegen 1 gewisseld voor de Kroatische dinar. Vrijdag werd de Kroatische dinar alweer voor de tweede keer gedevalueerd van 67 naar 94 Kroatische dinar voor 1 mark. Op de zwarte markt moet 120 Kroatische dinar voor een mark neergeteld worden. Economen hebben uitgerekend dat de burgeroorlog deze republiek ruim 40 miljard gulden heeft gekost. In het door Servische opstandelingen gecontroleerde gebied (eenderde van Kroatië) zijn de bedrijven nu eigendom van de door hen uitgeroepen republiek "Servisch Krajina'. De werkeloosheid is in Kroatië met 45 procent gestegen waardoor nu ruim 20 procent van de beroepsbevolking geen werk heeft. De produktie daalde afgelopen jaar met 30 procent. De inflatie liep in de afgelopen maanden op tot 500 procent. Een aanmerkelijk lager percentage als in de zuidelijke republieken, maar dat stemt de Kroaten die rond moeten komen met 160 gulden per maand niet tot optimisme. De Kroaten hopen dat de 10 miljoen toeristen die de Dalmatische kust voor de burgeroorlog jaarlijks bezochten dit jaar weer naar Kroatië zullen komen. Als de hotels weer leeg blijven kost dat deze republiek opnieuw 6 miljard gulden en zullen veel bedrijven in de toeristensector failliet gaan.

Slovenië was de economisch meest ontwikkelde republiek van de Joegoslavische federatie. De Slovenen, die 8,3 procent van de Joegoslavische bevolking vormden, namen 20 procent van het bruto nationaal produkt en meer dan 30 procent van de Joegoslavische export naar het Westen voor hun rekening. Ook nadat deze republiek zich juni vorig jaar onafhankelijk had verklaard, ging het de Slovenen beter dan hun zuiderburen. De inflatie bedraagt weliswaar nog 300 procent, maar in tegenstelling tot de overige Joegoslavische republieken toont de inflatie een dalende trend. Het gemiddelde maandinkomen bedraagt 300 gulden. Oktober vorig jaar voerde Slovenië haar eigen munteenheid, de tolar in. Door een wijziging van de Sloveense wet kregen banken de mogelijkheid commerciële wisselkantoren te openen waar de koers van de tolar tegenover de mark door vraag en aanbod bepaald wordt. Elke Sloveen kan daar volkomen legaal westerse valuta wisselen en hoeft daarvoor niet meer aan te kloppen bij zwarthandelaren zoals in de andere republieken van het voormalige Joegoslavië nog steeds het geval is. Begin vorige week daalde, bij de wisselkantoren de waarde van de tolar ten opzichte van de mark met ruin 20 procent, in plaats van 52 moest er 64 tolar voor 1 mark betaald worden. De Sloveense nationale bank rekent nog 51 tolar voor een mark, maar verwacht wordt dat zij de komende weken de waardedaling van de tolar op de commerciële wisselmarkt zal volgen door de koers van de tolar stapsgewijs te laten dalen. Ook in Slovenië heeft het wegvallen van de markten in het voormalige Joegoslavië tot verlies van tienduizenden arbeidsplaatsen geleid. Van de 800.000 beschikbare arbeidskrachten zijn er 94.000 zonder werk. De produktie daalde met 10 procent en de export met 20 procent.

En ondanks dat de presidenten van de zes voormalige Joegoslavische republieken een paar weken geleden onder het toeziend oog van EG-bemiddelaars in Brussel overeen kwamen de onderlinge handelsbelemmeringen, invoerrechten, in- en uitvoerbeperkingen voor bepaalde produkten en extra belastingen op te heffen, rekent men er in Slovenië niet op dat de handel tussen de republieken zich weer snel zal herstellen. Economen wijzen erop dat er nu in het voormalige Joegoslavië 3 verschillende valuta rouleren, waardoor het onderlinge betalingsverkeer uiterst moeizaam verloopt. De verkeersverbindingen zijn door de oorlogshandelingen voor een groot deel verbroken. En het onderling wantrouwen, dat door het etnische geweld alleen nog maar versterkt, is ook geen gezonde voedingsbodem voor het herstel van de onderlinge handel.