Hoge commissaris voor minderheden is hard nodig

Hoe reageert iemand die in een relatief comfortabel en veilig deel van de wereld woont op de moeilijkheden van minder fortuinlijke mensen, wier levens en bezittingen door conflicten worden bedreigd?

Eén manier is te proberen zo'n conflict te begrijpen, de goede argumenten te scheiden van de slechte en emotioneel betrokken te raken. Vroeg of laat leidt dat er bijna onvermijdelijk toe dat men partij kiest. Een andere manier is zich te verschuilen achter een algemene veroordeling van geweld, en het conflict te wijten aan economische achterlijkheid of de primitieve politieke cultuur van de mensen daar.

In het eerste geval kan men makkelijk de dupe worden van de zelfbedriegende en naar eigendunk neigende argumenten van een van de partijen; conflicten waarin één kant geheel gelijk en de andere geheel ongelijk heeft, zijn zeldzaam. In het tweede geval kan men zelf tot eigendunk vervallen en zowel de onschuldigen als de schuldigen paternalistisch bejegenen zonder serieus stil te staan bij de angsten en grieven van mensen die meestal niet voor hun lol tot geweld overgaan, maar dat doorgaans pas doen wanneer ze eerlijk geloven dat ze zichzelf en hun gemeenschap alleen met geweld tegen uitroeiing kunnen beschermen.

In de reacties op de gebeurtenissen in Joegoslavië is de buitenwereld op misschien wel fatale wijze tussen die twee hierboven beschreven reacties heen en weer geslingerd. Tot december heeft grosso modo de tweede reactie de voorkeur gekregen. De VS hebben het thema behandeld als een regionale kwestie die het best kan worden overgelaten aan regionale instanties, vooral de EG. De EG stelde zich op als een onpartijdige bemiddelaar die graag de vrede wilde bewaren.

Maar de strijd in Kroatië ging maar door en steeds duidelijker bleken de Serviërs en het federale leger de agressor. De publieke opinie neigde er steeds meer toe de "goed-versus-slecht'-benadering te kiezen en die benadering won het in december. De EG koos partij, erkende Slovenië en Kroatië en handhaafde de sancties alleen tegen Servië en Montenegro. De VS gaven indertijd te kennen het daarmee niet eens te zijn. Nu evenwel erkennen de VS niet alleen Kroatië en Slovenië (drie maanden nadat de EG dat deed), maar ook (gelijktijdig met de EG) Bosnië-Herzegovina en legt Washington de schuld van de voortgaande strijd luid en duidelijk bij Servië.

Als ik tot een van de drie gemeenschappen van Bosnië zou behoren, zou ik deze procedure vreselijk irritant vinden. Het beste argument tegen het partij kiezen in Kroatië was dat de afscheiding van Kroatië van Joegoslavië wel moest worden gevolgd door een Bosnische poging zich af te scheiden, waarmee het conflict tot die republiek zou worden uitgebreid. De Kroatische en de moslimgemeenschap in Bosnië, die samen een ruime meerderheid uitmaken, zouden immers nooit binnen een romp-Joegoslavië willen blijven als dat in wezen een Groot-Servië zou zijn. De Serviërs in Bosnië - een veel grotere minderheid dan de Serviërs in Kroatië - zouden zich daarentegen nooit van Joegoslavië, en dus Servië, willen losmaken op grond van een besluit van de twee andere gemeenschappen.

Het was derhalve stompzinnig van de EG het besluit over de erkenning van Bosnië afhankelijk te maken van het resultaat van een referendum, aangezien de uitslag daarvan al tevoren vaststond, bepaald als ze was door de omvang van de drie gemeenschappen.

Een van de traditionele gronden voor erkenning van een staat is dat ze effectieve heerschappij uitoefent over een bepaald gebied. Op grond van die maatstaf zou Bosnië zeker in gebreke zijn gebleven, gezien de aanwezigheid op zijn grondgebied van veel eenheden van het federale Joegoslavische leger die tot nu toe de Bosnische autoriteit niet hebben geaccepteerd. Er viel zonder twijfel iets voor te zeggen om de erkenning te gebruiken als hefboom voor het bereiken van een geweldloze regeling tussen de gemeenschappen. Maar als dat het doel was, zou het verzoek om erkenning afkomstig moeten zijn geweest van een regering die de drie gemeenschappen vertegenwoordigt; in plaats daarvan was het verzoek gebaseerd op het numerieke overwicht van twee gemeenschappen op de derde.

Het is de notie van "gemeenschap' die aan de wortel ligt van veel conflicten. Als een lid van een gemeenschap een ander lid doodt, is dat verwerpelijk, maar in dat geval verwachten we dat de gemeenschap de zaak volgens haar eigen procedures afhandelt. Maar als we het gevoel hebben dat de dader en het slachtoffer tot verschillende gemeenschappen behoren, voelen wij ons als leden van de gemeenschap van het slachtoffer allemaal bedreigd: we hebben bescherming tegen - of een geruststelling van - de gemeenschap van de moordenaar nodig.

Naties en staten zijn bepaalde vormen die een gemeenschap kan aannemen. Staten zijn instituten die wetten kunnen formuleren en die aan de burgers kunnen opleggen, ze kunnen ook - of zeggen dat te kunnen - die burgers beschermen tegen een aanval van buiten. "Natie' is een woord dat in de moderne wereld aan een gemeenschap respectabiliteit en duurzaamheid verschaft. In het besef van de meeste mensen heeft een natie het recht om door een eigen staat te worden vertegenwoordigd. Het klinkt primitief als met je "stam' partij kiest tegen een andere stam, maar het wordt als normaal en zelfs eervol gezien je "natie' te hulp te snellen.

Naties zijn begonnen als een manier om burgers met een staat te identificeren. Als de natie wordt voorondersteld als een al bestaande entiteit waaruit een staat is voortgekomen, is er geen duidelijk moment waarop dat proces tot staan kan worden gebracht. Waarom zouden de Serviërs zich niet van Bosnië mogen losmaken als de Slovenen, Kroaten of moslims het recht hebben zich uit Joegoslavië los te maken?

Het zou er niet zo veel toe doen als het proces niet vrijwel onvermijdelijk met geweld gepaard zou gaan. De essentie van een staat is dat ze op het eigen grondgebied het gebruik van geweld monopoliseert, en dat is een monopolie dat elke zelfomschreven "gemeenschap' niet graag aan een andere afstaat. Uiteindelijk lijkt er voor de gemeenschappen niets anders op te zitten dan zich te hergroeperen, elk op "haar eigen' gebied, door staatsgrenzen van de andere gemeenschappen gescheiden. Maar dat houdt in dat grote bevolkingsgroepen worden ontworteld en overgeplaatst, iets dat altijd of vrijwel altijd gepaard gaat met bloedvergieten op grote schaal.

Er moet een betere manier zijn. "Gemeenschappen' moeten zich veilig kunnen voelen ook als ze binnen de staat waarvan ze deel uitmaken numeriek kleiner zijn dan andere gemeenschappen. Staten zouden in staat moeten zijn de zelfomschreven "gemeenschappen' op hun gebied te erkennen, zonder het gevoel te hebben de deur naar afscheiding en desintegratie open te hebben gezet.

Een internationaal geaccepteerd stelsel van minderheidsrechten en -verplichtingen is onmisbaar als we nog meer chaos en bloedvergieten in Oost-Europa willen voorkomen. Het Nederlandse voorstel voor een Hoge Commissaris voor Minderheden, dat is gepresenteerd op de huidige vervolgconferentie van de CVSE, verdient serieuze en urgente aandacht. Als het waar is dat Groot-Brittannië dat voorstel blokkeert uit vrees dat zo'n Hoge Commissaris zich voor Noord-Ierland zou kunnen interesseren, zit het daarmee goed verkeerd. Minderheden moeten zeker zijn van hun rechten, meerderheden moeten er zeker van kunnen zijn dat die rechten hen niet bedreigen. Die dubbele noodzaak is in Noord-Ierland even acuut als in vele delen van Oost-Europa.

© Financial Times/ NRC Handelsblad