Het moet afgelopen zijn met rijden met die fopvergunningen

DEN HAAG, 22 APRIL. “Kom op, we gaan naar de Citytax. De ramen moeten eruit. Ze moeten daar maar eens voelen dat het afgelopen moet zijn met het rijden met die fopvergunningen”, schreeuwt een van de circa zeventig taxichauffeurs die zich na een dag actievoeren verzameld hebben voor het Centraal Station van Den Haag. “Laten we de boel nou niet uit de hand laten lopen. Daar schieten we niks mee op”, roept een ander.

Er worden blikken pils uitgedeeld. “Vier jaar geleden heb ik vijftigduizend gulden moeten betalen voor een vergunning en nu kan iedere boerenlul voor tweeduizend florijnen zo'n papiertje ophalen bij het provinciehuis. Er zijn echt te veel taxi's. Ik moet achttien uur per dag werken om aan een redelijk inkomen te komen”, schreeuwt een Haagse chauffeur in fluorescerend trainingspak. De chauffeurs wisselen gretig crisisverhalen uit. Dan komt over de radio het bericht door dat een delegatie van taxichauffeurs met burgemeester Peper van Rotterdam is overeengekomen dat de burgemeester zich zal inzetten voor de belangen van de chauffeurs.

De Rotterdamse chauffeur Joop noemt de beloftes van Peper "gelul'. “Ik heb thuis een vrouw en twee kinderen, betaalt Peper daarvoor? Nee toch! We moeten nu doorgaan met actie, anders is alles voor niks geweest.” De chauffeurs springen in hun wagens. Tweede-Kamerlid H. Janmaat zwaait de luid claxonnerende stoet glimlachend uit.

Bij het kantoor van Citytax wordt, nadat door een van de chauffeurs "netjes' is aangebeld, de deur ingetrapt. Het bedrijf zit volgens de chauffeurs volkomen fout omdat het sinds 1989 een groot aantal nieuwe taxi's op de weg heeft gebracht. Een chauffeur die met een scanner de politieradio beluistert roept dat er een “enorme hoeveelheid” mobiele eenheid aankomt. De chauffeurs die nog de schrik in het lijf hebben van het volgens hun “onredelijk harde optreden” van de politie, die 's middags een einde maakte aan enkele blokkades van protesterende chaufffeurs in Rotterdam en Den Haag, kiezen snel het hazepad.

“Collega's, we gaan in Rotterdam de boel op stelten zetten”, klinkt het over de krakerige mobilofoon. Met grote snelheid stuurt Joop zijn Chevrolet naar Rotterdam. Bij zijn taxicentrale St. Job eindigt de rit. Er staan circa dertig wagens geparkeerd voor het kantoortje van de centrale.

In de meldkamer ziet het blauw van de rook en overheerst de chaos. De voorzitter van de raad van commisarissen van St.Job, R.E. Fabrie, probeert de chauffeurs te overreden de acties te beëindigen en weer aan het werk te gaan.

Fabrie legt uit wat er 's middags met burgemeester Peper is besproken: “Om te beginnen mogen we blij zijn dat Peper ons wilde ontvangen. Nadat een van ons de bode van het stadhuis het ziekenhuis in had geslagen wilde hij eigenlijk niet meer met ons praten. Peper heeft erg veel begrip getoond.”

De chauffeurs zijn verdeeld. “We mogen nu niet opgeven”, roept Joop. “Laten we alle adressen van die nieuwe chauffeurs afgaan en ze met harde hand duidelijk maken dat ze moeten oprotten.” Na een verhitte discussie besluiten de chauffeurs dat zij de houders van "nepvergunningen' discreet zulllen intimideren. Met de kreet: “ons brood is heilig” verdwijnen enkele chauffeurs richting Centraal Station. Fabrie staat machteloos.